De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (de raad) heeft op 15 juni 2015 het rapport uitgebracht „Prenatale kinderbescherming en de rol van de overheid‟. In dit advies verkent de raad de vraag hoe ver de verantwoordelijkheid van de overheid reikt bij de bescherming van nog niet geboren kinderen tegen omstandigheden die hun ontwikkeling en gezondheid bedreigen. Het is de verantwoordelijkheid van de overheid om kwetsbare burgers, waaronder kinderen, te beschermen...

...De raad is van mening dat de overheid meer kan en moet doen om kwetsbare nog niet geboren kinderen te beschermen. Ten eerste door in de prenatale zorg nog meer in te zetten op screening op risicovol gedrag, op effectieve interventies tegen roken en alcoholgebruik en op prenatale huisbezoeken. Ten tweede door professionals te bewegen juist ook vóór de 24e week van de zwangerschap actie te ondernemen indien aangewezen. En tot slot door een aparte wettelijke rechtsgrond te creëren voor de ondertoezichtstelling van nog niet geboren kinderen en de bevoegdheden van de gecertificeerde instelling (de gezinsvoogd die toezicht houdt en hulp en steun coördineert) te versterken... 

...Conclusie

De overheid moet bevorderen dat ouders goed geëquipeerd zijn om hun kinderen gezond en veilig op te laten groeien. Deze taak wordt voor een belangrijk gedeelte ingevuld via de organisatie van de prenatale zorg. Er is ontegenzeggelijk gezondheidswinst te behalen door zwangere vrouwen nog beter te informeren over en te begeleiden bij een gezonde leefstijl. Beide bewindspersonen van VWS zetten hier op in via beleidsmaatregelen die in lijn zijn met de aanbevelingen van de raad. In zeer ernstige situaties, wanneer ouders hun verantwoordelijkheid niet nemen – integendeel –, en daarmee hun (nog niet geboren) kind blootstellen aan zeer ernstige risico‟s, alle informatie, begeleiding en ondersteuning ten spijt, komt de overheid op als beschermer van het nog niet geboren kind. De rechter bepaalt uiteindelijk of het overheidsingrijpen noodzakelijk en proportioneel is. Er bestaat in Nederland namelijk ook een grote mate van zelfbeschikking, zo kunnen mensen kiezen voor alternatieve niet wetenschappelijk bewezen zorg. De rechter zal ingrijpen als vaststaat dat de ouder zeer risicovol, onverantwoordelijk en egoïstisch gedrag vertoont en het nog niet geboren kind ernstige schade toebrengt of dreigt toe te brengen. Gelet op het eerder overwogene ben ik van  mening dat de ondertoezichtstelling in het huidige artikel 255 Boek 1 BW een geschikte maatregel is, ook voor het nog niet geboren kind dat in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. 

De nieuwe wetsvoorstellen op dit terrein zullen naar verwachting meer duidelijkheid brengen over de vraag of en wanneer een zwangere vrouw verplicht kan worden tot gedwongen behandeling van haar stoornis of het gedwongen aanvaarden van hulp in het geval van een verstandelijke beperking ter bescherming van haar nog niet geboren kind. Het ligt daarom niet in de rede om vooruitlopend op de inwerkingtreding van deze wetsvoorstellen, een nieuwe rechtsgrond in het BW te creëren.

Alles bij de bron; RijksOverheid



Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha