Het nieuwe wetsvoorstel Tijdelijke wet maatregelen Covid-19 van maandag 13 juli zou een verbetering worden van het eerdere wetsontwerp, beloofde minister Hugo de Jonge (VWS, CDA). Ik zie daar helaas niet zo veel van terug. Integendeel: de minister van VWS wordt zowat alleen kapitein van Nederland, voor een duur van zes maanden, een termijn die bij een virusuitbraak telkens met drie maanden kan worden verlengd. De Tweede Kamer mag alleen toekijken...

...Het grote probleem van dit nieuwe wetsvoorstel is dat het een machtigingswet is die een minister de volledige ruimte geeft met eigen, haast zelfstandig vastgestelde regelingen vergaande beperkingen aan het gedrag van burgers op te leggen.

Beperkingen waarover het parlement inhoudelijk niet mee kan praten, en die ook niet geamendeerd, verbeterd, kunnen worden. Het recht van amendement is een grondwettelijk recht van het parlement als het gaat om belangrijke vrijheidsbeperkende maatregelen.

Een ontwerpregeling toesturen aan het parlement, een week voordat die in werking treedt – zoals dit wetsvoorstel wil – zorgt ervoor dat de Tweede Kamer het nakijken heeft. Zelfs al zou de Kamer een motie aannemen om een ministeriële coronamaatregel tegen te houden of aan te passen, dan hoeft de minister zich daar niets van aan te trekken.

Dit wetsvoorstel zegt dat hij zijn maatregel toch door kan zetten – een week na toezending aan de Kamers mag hij zijn regels in werking laten treden. Die zijn dan rechtsgeldig, ze verbinden, er kunnen boetes worden uitgedeeld. Daar kunnen de Kamers helemaal niets aan doen. Het wetsvoorstel komt neer op een vorm van decretenbestuur.

En het is de regering die beslist of en wanneer dit hele draconische noodstelsel in werking treedt. Zelfs na zes maanden kan die beslissen dat een nieuwe periode van noodbestuur nodig is die weer drie maanden (met verlengingsmogelijkheid) zou kunnen gaan duren.

Deze wet is vooral een cosmetische verandering ten opzichte van het eerdere ontwerp en probeert – hier en daar een beetje doorzichtig – via verhullende termen de zaak te maskeren: een artikel dat over de mogelijkheid tot sluiting van publieke plaatsen gaat heeft ineens als titel ‘Openstelling van publieke plaatsen’.

Hoe het beter zou kunnen? Heel eenvoudig. De Tweede Kamer zou in deze Covid-19-machtigingswet een bekrachtigingsrecht moeten krijgen. Ministeriële regelingen, waarvan het ontwerp wordt toegestuurd aan de Kamers, moeten worden goedgekeurd door de Tweede Kamer. Dat is een stelsel dat we allang kennen. Niemand betwijfelt het nut of de noodzaak om met noodmaatregelen snel tegen epidemieën op te kunnen treden, maar dit wetsvoorstel gaat té ver en plaatst ons voor een faustiaans dilemma. En dat moeten we niet willen: onze democratisch rechtsstatelijke ziel is niet, nooit, te koop.

Alles bij de bron; NRC


 


Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha