De coronawet die het kabinet met veel bravoure aankondigde, is voor een groot deel uitgekleed. Ook zal die vermoedelijk niet voor oktober in werking treden. Het kabinet heeft na felle kritiek veel onderdelen van de wet ingetrokken, en neemt de tijd om de wet uit te werken. Naar alle waarschijnlijkheid wordt de wet vrijdag in de ministerraad behandeld en na afloop naar de Tweede Kamer gestuurd. Ook wordt een reactie op het advies van de Raad van State meegestuurd. De hoogste bestuursrechter was zeer kritisch op de coronawet.

Kern van de kritiek, die ook klonk bij wetenschappers, advocaten en in de samenleving, is dat het kabinet met de wet te veel macht krijgt over inperking van burgervrijheden. In de oorspronkelijke wet stond dat ministers pas na het nemen van inperkende besluiten om het coronavirus te beteugelen, het parlement zouden moeten informeren. 

De Orde van Advocaten vreesde willekeur. In de oorspronkelijke opzet vond de Orde dat bij nieuwe virusuitbraken een noodverordening had volstaan, omdat daarbij het parlement óók pas na afloop geïnformeerd wordt. Veel kritiek van de Kamer ging over de oorspronkelijke werkingsduur van de wet: een jaar. In de nieuwe versie is dit daarom teruggebracht tot een half jaar. Na die periode kan het kabinet kiezen voor een verlenging van nog eens een half jaar. Sommige fracties zien liever een nog kortere werkingsduur; van twee of drie maanden.

In de eerste opzet had de minister van volksgezondheid veel bevoegdheden om lokaal beperkingen aan de bewegingsvrijheid op te leggen. Nu worden ook andere ministers bij die beslissingen betrokken. Ook wordt nu de Tweede Kamer gehoord, voordat maatregelen ingaan. In de vorige versie konden bovendien naast de wet ook nog noodverordeningen bestaan. Dat wordt geschrapt. Daarnaast gaan de boetes voor het overtreden van de coronarichtlijnen omlaag en ook de omstreden corona-app maakt niet langer onderdeel uit van de wet.

Alles bij de bron; Trouw


 


Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha