Het plan van minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid om van onschuldige mensen dna af te kunnen nemen is in strijd met het recht op privacy en lichamelijke integriteit, disproportioneel en creëert slechts schijnveiligheid. Dat zegt Bart Custers, hoogleraar Law and Data Science aan de Universiteit Leiden, in een opiniestuk voor Trouw.

Begin deze maand maakte Grapperhaus bekend dat hij deelname aan dna-onderzoeken wil kunnen verplichten, ook als mensen niet van een misdrijf worden verdacht. Daarnaast moet het makkelijker worden om dna van verdachten af te nemen, ook al zijn die nog niet veroordeeld. 

Volgens Custers zijn er minstens vijf ernstige bezwaren tegen grootschalige dna-afname.

  1. Zo is het afnemen van dna in strijd met het recht op privacy en lichamelijke integriteit.
  2. Daarnaast is het disproportioneel, omdat slechts een zeer klein percentage van de Nederlandse bevolking ooit bij ernstige misdrijven is betrokken. "En nog altijd is iedereen onschuldig tot het tegendeel is bewezen", gaat Custers verder.
  3. De hoogleraar stelt dat het verplichten van onschuldige burgers om dna af te staan in grootschalig dna-onderzoek in strijd met Europese verdragen is en daarmee juridisch onhaalbaar.
  4. Een ander risico is dat het schijnveiligheid creëert. Het is namelijk een onterechte aanname dat met het dna van alle Nederlanders in een database alle misdrijven zijn op te lossen. Soms is er geen dna en soms is de dader een buitenlander.
  5. Een ander punt dat Custers hekelt zijn de kosten die bij grootschalig dna-onderzoek komen kijken. Daarnaast is het verplicht afnemen van dna van veroordeelden van zware misdrijven in Nederland al goed geregeld. "Maar DNA afnemen van onschuldige burgers gaat veel te ver en ondermijnt disproportioneel de rechten en vrijheden van burgers", besluit de hoogleraar.

Bron; Security


 


Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha