DNA

Commerciële DNA-tests beloven consumenten hulp bij hun gezondheid, maar maken dit niet waar. Bovendien gaan de aanbieders onzorgvuldig om met de privacy van hun klanten. Dat concludeert de Consumentenbond die 8 tests onderzocht....

...De onderzoekers onderwierpen de test ook aan de Privacymeter van de Consumentenbond. En ook op dat vlak bleek nogal wat mis. iGene zegt bijvoorbeeld DNA-profielen anoniem met derden te delen. Maar DNA is uniek en dus nooit anoniem. En FamilyTreeDNA deelt het DNA van klanten standaard met opsporingsinstanties. Ook plaatsten alle websites van de aanbieders advertentiecookies zonder hiervoor (duidelijke) toestemming te vragen aan de bezoeker.

Sandra Molenaar, directeur Consumentenbond, raadt consumenten aan om terughoudend te zijn met het gebruik van commerciële DNA-tests. ‘Het kan zinvol zijn als je zekerheid wilt over je verwantschap, maar realiseer je wel dat je DNA afstaat. Iets persoonlijkers is er niet. We vinden de handel in persoonsgegevens al te ver gaan, de handel in DNA is nóg een stap verder. En ook hier zien we dat bedrijven zich niet aan de privacyregels houden.’

De Consumentenbond heeft de uitkomsten van het onderzoek onder de aandacht gebracht bij de Autoriteit Persoonsgegevens en bij de verschillende aanbieders. iGene belooft voortaan vooraf toestemming te vragen voor het delen van DNA-profielen. 

Alles bij de bron; Consumentenbond


 

Het Pentagon heeft militairen gewaarschuwd voor het gebruik van commerciële DNA-tests. Het gaat om kits zoals MyHeritage, 23andMe en Ancestry, waarmee mensen bijvoorbeeld familiebanden kunnen ontdekken. 

Het Amerikaanse ministerie van Defensie is van mening dat de DNA-tests een risico vormen voor militair personeel, blijkt uit een memo gedateerd van 20 december, ingezien door Yahoo News.

"Deze genetische tests zijn grotendeels ongereguleerd en kunnen persoonlijke en genetische informatie blootleggen", staat in het bericht. Ook meldt het Pentagon dat de kits "mogelijk onbedoelde veiligheidsgevolgen en een verhoogd risico voor de gezamenlijke strijdkrachten en missie" kunnen veroorzaken. De memo treedt niet in detail over hoe de DNA-tests precies een risico vormen.

Alles bij de bron; NU


 

Afgelopen maandag liet GEDmatch, een database met genetische data afkomstig van verschillende dna-testdiensten zoals 23andMe, FTDNA en AncestryDNA, via de gebruikersovereenkomst weten dat het een nieuwe eigenaar heeft, het bedrijf Verogen. Een bedrijf dat dna-analyses voor opsporingsdiensten uitvoert.

Commerciële dna-databases zijn in het verleden gebruikt door opsporingsdiensten voor het vinden van verdachten. Zo werd vorige maand nog bekend dat een Amerikaanse rechter politie een zoekbevel had gegeven om de dna-database van GEDmatch te doorzoeken. Het ging daarbij ook om de profielen van gebruikers die hadden aangegeven dat ze hun data niet voor opsporingsdiensten toegankelijk willen maken.

Volgens Jennifer Lynch van de EFF houdt dit in dat dergelijke doorzoekingen niets meer zijn dan sleepnet-expedities door het dna van miljoenen onschuldige mensen. "De politie richt zich niet op het vinden van een specifieke gebruiker gebaseerd op een individuele verdenking. Een feit dat de politie toegeeft, aangezien ze niet weten wie hun verdachte is", aldus Lynch. Ze stelt dat justitie bij dergelijke doorzoekingen hoopt dat op een plaats delict gevonden dna overeenkomt met dna van een verwant in een dna-database.

In database staan 1,3 miljoen mensen, waaronder ook Nederlanders. Wanneer slechts 2 procent van de Nederlandse bevolking zijn of haar dna-profiel naar een database zou uploaden, is het inmiddels mogelijk om altijd tot een dna-match met een verwant te komen, zo stelde dna-expert Lex Meulenbroek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) eerder dit jaar. "In theorie is het zo dat als 350.000 Nederlanders zeggen: mijn dna mag in een databank om misdrijven op te lossen, we bijna elk dna-spoor kunnen identificeren via stamboomonderzoek."

Alles bij de bron; Security


 

Een dief in Kasterlee werd twee jaar geleden geklist toen hij - tijdens het inbreken - een potje chocomousse opat. Een cruciale fout zo blijkt. Speurders vonden de man zijn DNA terug op dat leeggegeten potje. Vandaag verschijnt de dief voor de rechter in Turnhout.

"Je kan echt nergens komen zonder DNA achter te laten", zegt Els Jehaes van het forensisch DNA-laboratorium van het UZA in 'Start Je Dag'. "Je verliest elke dag huidcellen en tientallen haren. Ook door te spreken verspreid je DNA via minuscule speekseldruppels. Overal laten we dus onbewust sporen na."

"Dankzij de hedendaagse technologie hebben we aan één cel al genoeg om je DNA-profiel op te maken", zegt Els Jehaes. "De politie weet dat en gaat dan ook minutieus te werk bij een sporenonderzoek. Zij verzamelen ter plaatse de items waar mogelijk DNA op zit. Die spullen komen naar ons laboratorium en op basis daarvan maken we een DNA-profiel van de dader. Dat kan zelfs jaren na de feiten. DNA blijft heel lang opspoorbaar. Eens we je profiel hebben opgemaakt wordt je DNA gelinkt aan de gekende stalen in de verdachten- en veroordeeldendatabank van justitie."

Alles bij de bron; VRT


 

Eind oktober werd bekend dat een rechercheur van het politiekorps in Orlando in juli een gerechtelijk bevel had gekregen om de volledige dna-database van GEDmatch te doorzoeken. Het ging daarbij ook om de profielen van gebruikers die hadden aangegeven dat ze hun data niet voor opsporingsdiensten toegankelijk willen maken. GEDmatch gaf binnen 24 uur gehoor aan het verzoek. "Dit is een gigantische game-changer", zegt Erin Murphy, rechtenprofessor aan de New York University, tegenover The New York Times. "Het bedrijf besloot om politie buiten de deur te houden, en dat wordt nu terzijde geschoven door de rechter. Het is een teken dat geen enkele genetische informatie veilig is."

Murphy en andere experts stellen dat de ontwikkeling andere opsporingsdiensten zal aanmoedigen om soortgelijke zoekbevelen voor andere dna-testdiensten aan te vragen, waardoor alle dna-databases in politiedatabases veranderen...

...Wanneer slechts 2 procent van de Nederlandse bevolking zijn of haar dna-profiel naar een database zou uploaden, is het inmiddels mogelijk om altijd tot een dna-match met een verwant te komen, zo stelde dna-expert Lex Meulenbroek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) eerder dit jaar. "In theorie is het zo dat als 350.000 Nederlanders zeggen: mijn dna mag in een databank om misdrijven op te lossen, we bijna elk dna-spoor kunnen identificeren via stamboomonderzoek."

Alles bij de bron; Security


 

Als speurders DNA van de dader op de plek van een misdaad vinden, mogen ze nu alleen een DNA-profiel opmaken – een persoonlijke code, zeg maar, om die dan te kunnen vergelijken met een verdachte. Het geslacht van de dader mogen ze ook kennen, maar daar stopt het. Nochtans kunnen wetenschappers eigenlijk véél meer informatie uit DNA halen. Zo zouden ze in een labo kunnen voorspellen wat de natuurlijke haarkleur van de dader is, de kleur van zijn ogen, zijn huidskleur, of hij sproeten heeft en de kleur van zijn wenkbrauwen. Ze kunnen inschatten of hij eerder stijl dan wel krullend haar heeft, of hij kaal wordt, en zelfs de manier waarop hij kaal wordt.

“Alleen, vandaag mogen we dat niet uitzoeken”, zegt Gert De Boeck, operationeel directeur van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC), dat forensisch onderzoek doet voor het gerecht.

De Evaluatiecommissie voor DNA-onderzoek pleit ervoor de regels rond zulk onderzoek te herbekijken. “Er is een mentaliteitswijziging nodig. Nu gebruiken we forensisch onderzoek veelal om te bevestigen wat we al weten. De politie zoekt de dader, en achteraf verzamelen we met DNA bewijslast. De uitdaging is om het forensisch onderzoek al van bij de start te betrekken. Zo zou het kennen van de haarkleur kunnen helpen om bijvoorbeeld een groep uit te sluiten, of om net te weten te komen tot welke groep de dader behoort. Als de politie verschillende verdachten heeft, zou het interessant zijn te weten dat de dader blond is.

Vandaag verhindert de wet ons om te kijken in het coderende DNA van een mens, waar die informatie zit.” In buurlanden Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk zijn dat soort onderzoeken wel toegelaten.

Daarnaast stellen de wetenschappers ook voor om familiale zoekingen mogelijk te maken. “Het gebeurt dat het DNA van een onbekende dader geen match oplevert met dat van veroordeelden en verdachten die zijn opgenomen in de databanken van het NICC. Maar de databanken kunnen soms wel bepaalde mensen suggereren die mogelijk familie zijn van de dader”, zo vertellen medewerkers van het NICC. De technologie kan de speurders dus op weg zetten naar de dader. “Alleen mogen we dat niet rapporteren aan het gerecht. De wet voorziet dat niet.” De Evaluatiecommissie wil het gerecht daarom de mogelijkheid geven om wél actief na te gaan of een onbekende dader familie is van een veroordeelde of een verdachte, om zo zijn identiteit te achterhalen. De commissie werkt aan een memorandum daarover.

Alles bij de bron; Nieuwsblad [Thnx-2-Luc]


 

Het plan van minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid om van onschuldige mensen dna af te kunnen nemen is in strijd met het recht op privacy en lichamelijke integriteit, disproportioneel en creëert slechts schijnveiligheid. Dat zegt Bart Custers, hoogleraar Law and Data Science aan de Universiteit Leiden, in een opiniestuk voor Trouw.

Begin deze maand maakte Grapperhaus bekend dat hij deelname aan dna-onderzoeken wil kunnen verplichten, ook als mensen niet van een misdrijf worden verdacht. Daarnaast moet het makkelijker worden om dna van verdachten af te nemen, ook al zijn die nog niet veroordeeld. 

Volgens Custers zijn er minstens vijf ernstige bezwaren tegen grootschalige dna-afname.

  1. Zo is het afnemen van dna in strijd met het recht op privacy en lichamelijke integriteit.
  2. Daarnaast is het disproportioneel, omdat slechts een zeer klein percentage van de Nederlandse bevolking ooit bij ernstige misdrijven is betrokken. "En nog altijd is iedereen onschuldig tot het tegendeel is bewezen", gaat Custers verder.
  3. De hoogleraar stelt dat het verplichten van onschuldige burgers om dna af te staan in grootschalig dna-onderzoek in strijd met Europese verdragen is en daarmee juridisch onhaalbaar.
  4. Een ander risico is dat het schijnveiligheid creëert. Het is namelijk een onterechte aanname dat met het dna van alle Nederlanders in een database alle misdrijven zijn op te lossen. Soms is er geen dna en soms is de dader een buitenlander.
  5. Een ander punt dat Custers hekelt zijn de kosten die bij grootschalig dna-onderzoek komen kijken. Daarnaast is het verplicht afnemen van dna van veroordeelden van zware misdrijven in Nederland al goed geregeld. "Maar DNA afnemen van onschuldige burgers gaat veel te ver en ondermijnt disproportioneel de rechten en vrijheden van burgers", besluit de hoogleraar.

Bron; Security


 

Moeten alle verdachten en zelfs getuigen straks verplicht dna afstaan? Minister Grapperhaus onderzoekt wat mogelijk is.

Minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) onderzoekt hoe mensen die zelf niet verdacht worden van een misdrijf toch gedwongen kunnen worden om celmateriaal af te staan. In een brief aan de Tweede Kamer schreef hij dat de weigering van een persoon om dna af te staan, strafrechtelijk onderzoek niet mag frustreren.

Grapperhaus wil nog meer: hij wil dat van alle verdachten van misdrijven voortaan dna wordt afgenomen. Worden ze veroordeeld, dan gaat het materiaal naar de centrale databank van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Worden ze vrijgesproken, dan moet het dna vernietigd worden.

Nu wordt alleen nog van mensen die veroordeeld zijn tot een gevangenisstraf dna afgenomen en Grapperhaus wil dat straks op voorhand gaan afnemen.

Kan het NFI dat wel aan? De achterstand van te verwerken dna-profielen is nog groot. En 26.000 dna-profielen die al vernietigd hadden moeten worden, zijn dat nog niet. Onder meer coalitiepartij D66 wil weten of het NFI de profielen van vrijgesproken verdachten wel echt kan vernietigen.

Veel fundamenteler is de juridische vraag: mag de overheid wel dna afnemen van alle verdachten? Of zelfs maar van een subgroep mensen die wordt verdacht van misdrijven waarop een minimale celstraf van vier jaar staat, zoals Grapperhaus ook laat onderzoeken? Grapperhaus laat juristen uitzoeken of zijn plan binnen Europese wetgeving mag. 

Nog ingewikkelder ligt het afnemen van dna bij niet-verdachten. In zijn brief aan de Kamer beschrijft Grapperhaus alleen een situatie zoals hierboven beschreven: mensen die als getuige betrokken zijn bij een moord, of die uitgesloten moeten worden als dader en hij onderzoekt of hij nog verder kan gaan en ook bij verwantschapsonderzoek – waarbij van grote groepen mensen dna wordt afgenomen – mensen kan dwingen mee te werken.

Alles bij de bron; NRC


 

Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha