thumb_biometrie2

De Europese Unie is in april 2009 akkoord gegaan met een wijziging van de Europese Paspoortwet. Dit heeft tot gevolg dat alle landen die zijn aangesloten bij de EU verplicht zijn om hun paspoorten en identiteitsbewijzen aan deze wet aan te passen. In Nederland is op 20 januari 2009 de Wijziging van de Paspoortwet in verband met het herinrichten van de reisdocumentenadministratie aangenomen door de Nederlandse Tweede Kamer. Vanaf 28 juni 2009 moeten paspoorten en Nederlandse identiteitskaarten in de elektronische chip dus ook vingerafdrukken gaan bevatten van alle Nederlanders boven de 12 jaar. Bovendien wil Nederland centrale opslag van deze afdrukken in een database die wordt gebruikt voor opsporingsdoeleinden.

PvdA, VVD, ChristenUnie, SGP, CDA, PVV en het lid Verdonk stemden voor de invoering van biometrische kenmerken zoals vingeradrukken in het paspoort. De privacy heeft bij dit besluit weer geen doorslaggevende rol gespeeld. Dit is vreemd omdat in Nederland “het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer”  in de Grondwet (art. 10, lid 1) is vastgelegd. De wijziging van de Paspoortwet raakt daarmee de uitgangspunten van onze samenleving. Kosten-batenanalyses vliegen je normaal gesproken om de oren maar wanneer het om de privacy gaat blijven ze achterwege. Zo bestaat er nog onduidelijkheid over de beveiliging van de database met gegevens. Daarnaast is de meerwaarde van het bewaren van vingerafdrukken niet aangetoond.

De SGP noemt de “goede waarborgen tegen inbreuken op de veiligheid van ons land” als belangrijkste reden om in te stemmen met het wetsvoorstel.  Volgens het CDA is de “lookalike-fraude met de biometrische kenmerken een stuk moeilijker”. Maar het is niet duidelijk op welke manier het centraal opslaan van biometrische kenmerken precies bijdraagt aan de veiligheid. Het CDA keurt het inzetten van biometrische gegevens goed “mits de technische onvolkomenheden acceptabel zijn en er sprake is van een zorgvuldig en veilig systeem. En wat precies acceptabel is, valt nog niet te zeggen, omdat we nog niet weten welke gevolgen bijvoorbeeld een foutmelding heeft.” Een centrale opslag werkt fraude en misbruik aanzienlijk in de hand. Het is de vraag of dit opweegt tegen argumenten als “een verbeterde gebruiksvriendelijkheid voor de burger wiens paspoort wordt vermist of is gestolen” (wat dan direct kan worden geblokkeerd). Door de opname van vingerafdrukken in het paspoort, zoals ook gebeurde tijdens de Tweede Wereldoorlog, vindt een verschuiving plaats naar een bestuur dat regeert op basis van vertrouwen naar wantrouwen in de medeburger.  De vraag is of dit het voorbeeld is dat de regering zou willen uitstralen.

GroenLinks, de Parij voor de Dieren, D66 en de SP maken zich ernstige zorgen over de beveiliging en toegang tot de administratie. Volgens GroenLinks gaat de opname van biometrische kenmerken in het paspoort te ver: het is bij een wetswijziging “heel belangrijk om waarden en normen in acht te nemen. Fundamentele rechten zoals het recht op privacy zijn daarbij zeer essentieel”. Volgens GroenLinks wordt met het wetsvoorstel misbruik gemaakt van het doel van het paspoort: “het zou immers alleen gebruikt worden voor de verifiëring van het reisdocument. Met het voorstel om de vingerafdrukken ook te gebruiken voor opsporingsdiensten wordt het recht op privacy ernstig geschonden. Een Nederlandse database van vingerafdrukken is daarom een slecht voorstel”. GroenLinks heeft geprotesteerd tegen opslag en gebruik, maar “volgens de juridische dienst is het gebruik een zuivere nationale bevoegdheid”. Ook de Partij voor de Dieren is tegen de oprukkende overheid die de privacy van de burger meer en meer inperkt door steeds meer gegevens van de burger centraal vast te leggen, met alle risico's van dien.

En hoe staat Europa in dit verhaal? GroenLinks heeft er een duidelijk antwoord op: “De Nederlandse regering was in Europa de grote pleitbezorger van de opname van biometrische kenmerken in paspoorten. Daarbij heeft zij er, in de persoon van toenmalig Minister van vreemdelingenzaken Rita Verdonk, voor gezorgd dat over het besluit niet het politieke debat gevoerd werd dat de kwestie verdiende. Verdonk, in 2004 voorzitter van de Raad van Ministers, deed er alles aan om het Europees Parlement buiten de besluitvorming te houden. Volgens haar mochten de Europarlementariërs niet mee beslissen over de paspoortenkwestie en het Parlement is daarvoor gezwicht”. GroenLinks heeft vanuit Europa geprobeerd om een debat aan te zwengelen maar het besluit was genomen dat het Europees Parlement bevoegd zou worden bij paspoortzaken, maar dat zou pas ingaan ná dit besluit.


Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha