Vorig jaar vernietigde het Grondwettelijk Hof de wet die telecombedrijven en internetproviders verplicht de communicatiegegevens van hun klanten systematisch een jaar lang bij te houden en politie, gerecht en inlichtingendiensten toegang te verlenen tot die informatie. Het gaat daarbij om de gecontacteerde nummers en adressen, de duur en locatie van gesprekken, bezochte website, enzovoort – de zogenaamde metadata. Het Grondwettelijk Hof oordeelde toen dat het bewaren van de metadata van alle communicatie van alle Belgische burgers niet in verhouding stond tot het wettelijk nagestreefde doel en dat dit de grens overschreed van wat evenredig is. Bovendien bevatte de wet niet voldoende garanties tegen misbruik van de ingewonnen data.

Nu komt minister Geens met een nieuw wetsvoorstel op de proppen dat in essentie nauwelijks verschilt van de vernietigde wet. De fundamentele kritiek geldt onverminderd voor dit nieuwe voorstel, dat – los van een paar cosmetische ingrepen – naar dezelfde massale surveillance teruggrijpt en opnieuw de communicatiedata van alle burgers bij wil houden – zonder de nodige garanties tegen misbruik in te bouwen.

Opnieuw slaagt de regering er niet in om aan te tonen wat de meerwaarde zou kunnen zijn van het op grote schaal bijhouden van metadata in de strijd tegen terrorisme en zware criminaliteit. Verwonderlijk hoeft dat niet te zijn. Verschillende onafhankelijke wetenschappelijke studies kwamen ondertussen al tot de conclusie dat het massaal bijhouden van onze metadata geen enkel effect heeft op het ophelderen van misdrijven.

Ten tweede kunnen metadata een heleboel intieme details onthullen over iemands leven. Ze maken deel uit van de privé-sfeer en moeten behandeld worden als alle andere persoonsgegevens. Dat de metadata van elke burger nu opnieuw zonder onderscheid bijgehouden zouden worden, zou een onaanvaardbare inbreuk op ons privé-leven betekenen.

Ten derde maakt dergelijke massale surveillance van elke burger een verdachte. Daarmee verdwijnt het vermoeden van onschuld en wordt de bewijslast omgekeerd. Nochtans is dit een fundamenteel beginsel van een rechtstaat.

Het lijkt er op dat de regering dit wetsvoorstel zo snel mogelijk door het Parlement wil jagen, liefst met zo weinig mogelijk debat – net zoals ze dat met de vorige versie van de wet deed. Daarom willen Nurpa, de Liga voor Mensenrechten, de Ligue des Droits de l’Homme en datapanik dat het parlement zich duidelijk uitspreekt tegen dit wetsvoorstel en tegen het ongebreideld bijhouden van onze communicatiegegevens. Als dat niet gebeurt, zullen we nog maar eens moeten inleveren op onze rechten en vrijheden, zonder dat dit enig nut heeft in de bestrijding van terrorisme en zware criminaliteit.

Alles bij de bron; Liga voor de Mensenrechten



Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha