Bij Kabinetsmissive van 8 juli 2016, no.2016001252, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2017), met memorie van toelichting.

Het voorstel wijzigt een aantal wetten op het terrein van de arbeidswetgeving, de socialezekerheidswetgeving en de wetgeving met betrekking tot de structuur van de uitvoeringsorganisatie. Het voorstel behelst technische wijzigingen, verduidelijkingen en zogenaamd ‘klein beleid’.

De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het voorstel aan de Tweede Kamer te zenden, maar acht op onderdelen een dragende motivering of aanpassing van het voorstel aangewezen. Van een aantal onderwerpen is niet duidelijk wat de noodzaak van de voorgestelde wijziging is. Dat betreft de noodzaak van experimenteren met de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten, de verbreding van de definitiebepaling van het Inlichtingenbureau en de toepassing van de spoedprocedure uit de Wet raadgevend referendum (Wrr)...

...2. Verruiming definitie Inlichtingenbureau

De Stichting Inlichtingenbureau (hierna: IB) is, blijkens artikel 1, eerste lid, onder m, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet SUWI) belast met de coördinatie en de dienstverlening ten behoeve van gemeenten bij de verwerking van gegevens, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van taken op het gebied van de sociale zekerheid.

Het voorstel verruimt de definitie van het IB in twee opzichten, zowel ten aanzien van de instanties ten behoeve waarvan gegevens worden verwerkt als met betrekking tot het doel waarvoor gegevens worden verwerkt [artikel XXIX, onderdeel A]. Wat betreft de kring van instanties ten behoeve waarvan het IB werkt, vindt uitbreiding naar “andere decentrale overheden” plaats. Wat betreft het takenpakket en het doel waarvoor gegevens worden verwerkt, vindt uitbreiding plaats naar het treffen van voorzieningen en het heffen van premies, belastingen en bijdragen.

Uit de toelichting vloeit voort dat de taken van het IB worden verruimd naar wat het IB daadwerkelijk doet in het publieke domein. Blijkens de Dienstencatalogus van het IB betreft dit niet alleen het functioneren als informatieknooppunt op de terreinen van de arbeidsvoorziening en de sociale zekerheid ten behoeve van gemeenten, maar ook op de terreinen van bijvoorbeeld de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Voorts betreft het niet alleen dienstverlening aan gemeentelijke instanties en de expliciet genoemde waterschappen, maar ook aan bijvoorbeeld de Belastingdienst toeslagen in verband met de kinderopvangtoeslag en aan een Regionale meld- en coördinatiefunctie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen in verband met voortijdige schoolverlaters.

De Afdeling merkt op dat de voorgestelde verruimingen algemeen zijn geformuleerd. Daarmee wordt het takenpakket van het IB weliswaar uitgebreid naar andere instanties en werkterreinen, maar de voorgestelde wijzigingen bieden geen grondslag voor de verwerking van gegevens buiten het terrein van de arbeidsvoorziening en de sociale zekerheid. Aan de eisen van het gegevensbeschermingsrecht voortvloeiende uit richtlijn 95/46/EG7 en de daarop gebaseerde Wet bescherming persoonsgegevens zal moeten worden voldaan. Daarenboven rijst de vraag of de regeling van een zo ruime taak van het IB nog wel past binnen de Wet SUWI, nu deze wet ziet op de arbeidsvoorziening en sociale zekerheid. Ten slotte kan deze taakverbreding niet worden beschouwd als “klein beleid” dat geschikt is om in een verzamelwet op te nemen. De Afdeling adviseert artikel XXIX, onderdeel A, te schrappen.

Alles bij de bron; RijksOverheid


Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha