De politie is een proef gestart met een mobiel forensisch lab. Daarmee kan binnen enkele uren een DNA-profiel door het NFI worden geanalyseerd en door de DNA-databank worden gehaald.

Normaal duurt dat proces zo’n twintig dagen, aldus de politie. DNA-materiaal dat op een plaats delict is aangetroffen, wordt naar een politiebureau gebracht, opgeslagen en uiteindelijk samen met sporen uit andere zaken naar het NFI gebracht. Dankzij de apparatuur in de FIV-bus kunnen de sporen direct digitaal naar het NFI worden verzonden. Binnen enkele uren is dan bekend of een spoor aan een persoon in de databank kan worden gekoppeld.

Achterliggende gedachte is dat hoe sneller de politie sporen kan onderzoeken en analyseren na een misdrijf, hoe sneller verdachten kunnen worden aangehouden. De proef LocalDNA draait in Amsterdam en Midden-Nederland.

Alles bij de bron; Beveiliging


 


Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha