DNA

Bij ernstige delicten is het straks mogelijk om verdachten nog voor veroordeling DNA af te laten staan, blijkt donderdag uit een wetswijziging van demissionair minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid). 

De wetswijziging maakt het mogelijk om straks DNA af te nemen bij iedere verdachte die wordt aangehouden voor een ernstig misdrijf. Dat delict moet dan zodanig ernstig zijn dat de persoon of in afwachting van de rechtszaak vast blijft zitten, of na verhoor op vrije voeten wordt gesteld maar nog wel verdachte is in een zaak waarvoor hij of zij kan worden veroordeeld tot een celstraf.

Door het mogelijk te maken om voor veroordeling DNA af te nemen bij een verdachte, wordt volgens Grapperhaus bereikt dat van 99 procent van de veroordeelden een DNA-profiel kan worden aangemaakt. 

Hoewel het DNA straks eerder wordt afgenomen, betekent niet dat het gelijk mag worden gebruikt, dat mag pas als iemand daadwerkelijk wordt veroordeeld. Wanneer een verdachte niet wordt veroordeeld, moet het celmateriaal worden vernietigd.

In de Kamerbrief laat hij weten dat nu wordt gewerkt aan de verdere uitvoering van de wetswijziging. Zo gaat Grapperhaus onder meer kijken naar een goede ICT-voorziening voor het opslaan van de data. Ook wordt bepaald welke onafhankelijke overheidsorganisatie verantwoordelijk wordt voor het afnemen en het opslaan van het DNA-materiaal.

Alles bij de bron; NU


 

Enkele weken geleden werden de Belgische en Britse DNA-databank voor het eerst met elkaar vergeleken. "De Britse databank is enorm", zegt Bieke Vanhooydonck van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie. "Er zitten wel 5 miljoen gekende DNA-stalen in."

In de Belgische DNA-databank zitten zo'n 61.000 stalen. Die stalen werden de afgelopen jaren ergens in ons land aangetroffen op een plaats delict. "Denk aan speeksel of sperma dat werd aangetroffen in een kamer waar iemand is aangerand. Of bloed dat werd aangetroffen bij een moord. Al die stalen worden verzameld en opgeslagen", zegt Bieke Vanhooydonck. "Maar ongeveer 30.000 van die 61.000 stalen zijn totaal onbekend", gaat Vanhooydonck verder. "We weten niet van wie het staal is. Zo kunnen dossiers waar dat DNA een hoofdrol in speelt vaak ook niet worden opgelost." 

...De Belgische database wordt al op regelmatige basis vergeleken met die van zo'n 20 andere Europese lidstaten. "Naar de koppeling met de Britse databank keken we al extra lang uit", onderstreept Vanhooydonck. "Want ze is echt enorm, er zitten maar liefst 5 miljoen gekende stalen in. Je moet in het Verenigd Koninkrijk al DNA afstaan als je wordt gearresteerd. En dat komt dus allemaal in de database terecht", verduidelijkt de gerechtelijk deskundige. De Belgische database is volgens haar dan weer relatief klein, vanwege de strenge wetgeving in ons land. "In België moet je in principe pas DNA afstaan als je effectief veroordeeld wordt voor zware feiten. Dus de drempel om DNA te mogen afnemen is hier veel hoger, en dus is onze database ook veel kleiner."

Door de koppeling van de databanken konden ook de Britse speurders enkele tientallen onbekende DNA-stalen uit Britse dossiers nu aan een naam linken. De koppeling tussen de twee databanken gebeurt vanaf nu elke dag, automatisch. Vandaag wordt ook voor het eerst een link gemaakt met de database van Hongarije. "Ze hebben veel gekend DNA, dus hopelijk levert het wat op. We zouden ook graag willen vergelijken met de Italiaanse databank, maar die staat nog niet op punt", besluit Vanhooydonck. 

Alles bij de bron; VRTNieuws


 

Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) gaat dna-sporen van duizenden onopgeloste strafzaken vanaf volgend jaar opnieuw met de landelijke dna-database vergelijken. Dat wordt mogelijk dankzij nieuwe software waar het NFI nu de laatste hand aan legt. 

In deze strafzaken is geen eenduidig dna-spoor aangetroffen, maar zogeheten onvolledige of dna-mengprofielen. Deze profielen zijn vaak eenmalig met de dna-database vergeleken, maar worden hier niet aan toegevoegd. Het gaat om vijfhonderd tot zeshonderd dna-profielen per jaar. Door de groei van de nationale dna-database met zo'n 20.000 profielen per jaar, kan het lonen om de dna-mengprofielen vaker door de database te halen.

Dit gebeurde voorheen echter handmatig, maar zal volgend jaar geautomatiseerd plaatsvinden. Het Openbaar Ministerie verwacht dat met de resultaten allerlei strafzaken zullen worden opgelost. De nieuwe technologie zal als eerste bij zwaardere zaken, zoals moord, zedenzaken of roofovervallen, worden ingezet. Later zal die ook bij duizenden oude onopgeloste strafzaken worden toegepast. 

Alles bij de bron; Security


 

De politie is een proef gestart met een mobiel forensisch lab. Daarmee kan binnen enkele uren een DNA-profiel door het NFI worden geanalyseerd en door de DNA-databank worden gehaald.

Normaal duurt dat proces zo’n twintig dagen, aldus de politie. DNA-materiaal dat op een plaats delict is aangetroffen, wordt naar een politiebureau gebracht, opgeslagen en uiteindelijk samen met sporen uit andere zaken naar het NFI gebracht. Dankzij de apparatuur in de FIV-bus kunnen de sporen direct digitaal naar het NFI worden verzonden. Binnen enkele uren is dan bekend of een spoor aan een persoon in de databank kan worden gekoppeld.

Achterliggende gedachte is dat hoe sneller de politie sporen kan onderzoeken en analyseren na een misdrijf, hoe sneller verdachten kunnen worden aangehouden. De proef LocalDNA draait in Amsterdam en Midden-Nederland.

Alles bij de bron; Beveiliging


 

De Politie Limburg is een nieuwe proef gestart waarbij het dna-materiaal vaker en sneller wil inzetten om inbrekers en straatovervallers op te sporen. Voor de proef 'Snelle DNA-straat' wordt samengewerkt met Eurofins-TMFI uit Maastricht.

Het bedrijf, dat al met en voor de politie werkt, heeft samen met het Openbaar Ministerie (OM) en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) een werkproces ontwikkeld om meer, sneller en vaker dna-sporen in te zetten. Het is de bedoeling dat de analyse binnen 72 uur is afgerond en de dna-sporen in de databank van het NFI zijn opgenomen.

De politie laat weten dat het om dna-sporen van "high impact crimes" gaat, zoals woninginbraken, straatroven en overvallen. De proef duurt in principe drie jaar. In die periode wordt het werkproces getoetst en verder doorontwikkeld.

Alles bij de bron; Security


 

Het Leuvense onderzoekscentrum Imec heeft software ontwikkeld die dna-stalen in minder dan zes uur kan analyseren in plaats van twee dagen. Een doorbraak in big-data-gebaseerde dna-analyses.

Dankzij de nieuwste versie van de software kunnen de gigabytes aan data uit dna-stalen nu in enkele uren tijd informatie opleveren over mogelijke genetische afwijkingen. Dat is volgens Imec acht tot zestien keer sneller dan met de meest gangbare software.

Dna-analyse bestaat ruwweg uit twee delen. Ten eerste het omzetten van een fysiek dna-staal in een digitale reeks ‘letters’ waaruit het dna is opgebouwd. Ten tweede het analyseren van die digitale dna-gegevens om bijvoorbeeld te kijken of er genetische afwijkingen in optreden. Het is een complex proces wat veel rekenkracht en big-data-analysemethodes vraagt.

De kosten van dna-analyses daalde de voorbije tien jaar al significant. Maar de doorlooptijd, tot 48 uur voor een volledig genoom, bleef een struikelblok. Die tijd herleiden tot minder dan zes uur is dan een hele stap voorwaarts.

Alles bij de bron; Computable


 

Het Amerikaanse bedrijf Parabon heeft een technologie ontwikkeld waarmee het aan de hand van dna-materiaal een compositietekening van de verdachte kan schetsen. De techniek wordt Snapshot genoemd en is gebaseerd op algoritmes die via dna-materiaal en gezichtsfoto's zijn getraind. 

Manfred Kayser, hoogleraar forensische moleculaire biologie van de Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam, noemt Snapshot in het gerenommeerde wetenschappelijke blad Nature problematisch. De werking van de technologie is namelijk niet door Parabon openbaar gemaakt. Hij ontwikkelde in 2011 een test genaamd IrisPlex (pdf) om aan de hand van dna-materiaal de oogkleur te voorspellen. Sindsdien is de test uitgebreid om ook haarkleur en textuur vast te stellen. De Nederlandse politie besloot Kaysers technieken te gebruiken nadat die in de wetenschappelijke literatuur waren behandeld, zo laat Nature weten.

Parabon is het niet met de kritiek van Keyser en andere wetenschappers eens. Oprichter Steven Armentrout. "We houden ons niet bezig met het schrijven van onderzoeksrapporten. De resultaten spreken voor zichzelf", die hiermee op de tevredenheid van politiekorpsen doelt.

Begin dit jaar presenteerde minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid een ontwerpbesluit dat justitie de mogelijkheid moet geven om uit de dna-sporen van een verdachte of slachtoffer zijn huidskleur af te leiden. Op dit moment mag al worden afgeleid wat de kleur van de ogen en haren zijn, alsmede ras en geslacht.

Alles bij de bron; Security


 

Tegenlicht-regisseur Roland had een moeder met schizofrenie en is nieuwsgierig of hij een erfelijk risico met zich meedraagt. Hij laat zijn eigen DNA testen, wat iedereen tegenwoordig kan doen via grote techbedrijven als 23andMe en Ancestry.com, en gaat langs bij vermaarde DNA-wetenschappers om erachter te komen wat een DNA-test je kan vertellen.

Hij besluit bij het Nederlandse bedrijf Igene zijn DNA te laten testen. Hij praat met Jaap Goudsmit en Fransje van der Waals, een wetenschappelijk artsenkoppel dat onderzoek verricht naar de betrouwbaarheid van DNA-testen.

Roland krijgt de resultaten van zijn test te horen bij de Vrij Universiteit Amsterdam (VU), die beschikt over een gezaghebbend DNA-onderzoeksteam onder leiding van geneticus Danielle Posthuma. Zijn genetisch risicoprofiel onthult veel, maar wat zegt het precíes?

Alles bij de bron; VPRO Tegenlicht


 

Na de VS denkt ook Nederland aan forensisch gebruik van dna-profielen uit publieke databanken. Het gebruik van publieke dna-databanken bij het achterhalen van de identiteit van onbekende verdachten heeft voor een golf van opwinding in de forensische wereld gezorgd, maar is ook controversieel want het roept verschillende ethische en maatschappelijke vragen op. 

De zogenoemde recreatieve genetica, of ‘pret-dna-test’, heeft in de afgelopen jaren een grote vlucht genomen. Inmiddels zitten miljoenen dna-profielen in dergelijke databanken.  Deze profielen en de bijbehorende informatie zijn nu dus ook relevant geworden voor de opsporing.

Het principe van deze opsporingsmethode is eigenlijk simpel. Als iemands dna-profiel in een publiek toegankelijke dna-databank zit, met naam en toenaam, dan zit niet alleen het dna-profiel van deze persoon in de databank, maar in feite ook van alle eerste- en tweedegraads familieleden, en soms ook (afhankelijk van de uitgebreidheid van de test) van alle derdegraads-familieleden. 

Momenteel wordt door de minister van Justitie en Veiligheid verkend of we deze technologie willen en kunnen implementeren in de Nederlandse opsporing. De grootste hobbel bij deze toepassing wordt juist gevormd door de maatschappelijke en ethische aspecten ervan.

Een van de issues die voortdurend naar voren wordt gebracht is de kwestie van ‘informed consent’ (‘geïnformeerde toestemming’). De waarde van de databank bij forensisch onderzoek is dat die onmiddellijk naar verwanten leidt die zelf geen weet hebben van het feit dat zij in een opsporing ingesloten zijn. Met andere woorden, zonder dat die persoon of zijn familieleden zich daarvan bewust zijn, wordt het informed consent dat door de persoon in kwestie verleend wordt, eigenlijk ook het informed consent van zijn familie gemaakt...

...Het moge duidelijk zijn dat de huidige commerciële dna-databanken niet onder toezicht van Justitie staan. Bij gebruik van die data voor de opsporing is er dus spraken van een ‘repurposing’ van persoonlijke gegeven; die worden gebruikt voor een ander doel dan waar zij voor bedoeld waren. Burgers die geïnteresseerd zijn in hun persoonlijke afkomst of in hun genetische gesteldheid, kunnen onmogelijk overzien wat een opsporingsonderzoek betekent en wat het voor praktische consequenties kan hebben voor het leven van hun verwanten. In plaats van het ‘informed consent’ als strohalm te nemen om de privacy van burgers te schenden, dient de overheid, misschien juist in deze tijden, de burger tegen zichzelf te beschermen.

Alles bij de bron; NRC [long-read]


 

John Crombez heeft een wetsvoorstel klaar om standaard een DNA-staal af te nemen bij slachtoffers van seksueel geweld. Ook zonder dat die slachtoffers een klacht indienen, zou een staal worden afgenomen.

Nu is het nog aan een magistraat van justitie om een DNA-staal te vorderen als er een onderzoek loopt naar een aanranding of een verkrachting. Maar Crombez wil dat zo’n staal standaard wordt afgenomen, tenminste als het slachtoffer schriftelijk toestemt. Ook kan een magistraat wel nog een staal weigeren, maar dan moet er een goede reden worden gegeven. “Het doel van de wet is dat er veel meer daders van verkrachting worden gevat en veroordeeld.” 

Alles bij de bron; VRTNieuws


 

Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha