Leden van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en het OCAD (Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse) moeten het verbod kunnen krijgen om, zelfs in hun privé, actief te zijn op sociale netwerken. Dat vragen de Comités I en P. De Privacycommissie vindt het verbod gerechtvaardigd, zo blijkt uit een advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer oordeelt in een advies van 13 november dat een verbod kan, ook buiten de werkuren. "Een verbod op de vermelding van de professionele hoedanigheid van de ambtenaar van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten of het OCAD, alsmede elke informatie die rechtstreeks of onrechtstreeks kan leiden tot het achterhalen van het beroep, en op iedere informatie die betrekking zou kunnen hebben op de beroepsactiviteiten van de ambtenaar is gerechtvaardigd (..)", luidt het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

"Anderzijds zou het overmatig zijn hen iedere activiteit van strikt persoonlijke aard op sociale netwerken te verbieden indien zij zich houden aan de voormelde beperkingen", nuanceert de Privacycommissie wel. "De bepalingen die voorafgaan en de per definitie geheime aard van de functie van de leden van een inlichtingendienst of van het OCAD, beletten hen hun professionele hoedanigheid en hun beroepsactiviteiten te vermelden op sociale netwerken en vanzelfsprekend ook iedere informatie die gedekt is door het beroepsgeheim of hun algemene discretieplicht." De betrokken diensten moeten een dergelijk verbod aan de ambtenaren wel laten opnemen "in een algemene tekst zoals een statuut, een reglement, richtlijnen of een deontologische code", aldus de Privacycommissie.

Alles bij de bron; deRedactie


Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha