Staatssecretaris Alexandra van Huffelen (Koninkrijksrelaties en Digitalisering) zal veel digitaal achterstallig onderhoud moeten plegen.

In Nederland, maar ook in de rest van de wereld zullen in 2022 de ogen gericht zijn op het reguleren van big tech. De hoop is gevestigd op de Digital Markets Act (DMA) en de Digital Services Act (DSA), de twee wetten die in december zijn goedgekeurd door het Europees Parlement.

De eerste heeft als doel de macht van de grote spelers in te perken en de concurrentie te bevorderen, zodat ook kleinere spelers een kans krijgen. De tweede moet een kader schetsen voor meer verantwoordelijkheid voor onlineplatforms rondom contentmoderatie en transparantie.

Deze wetten zijn in 2022 nog niet van kracht, en dus zal de uitwerking ervan nog weinig voelbaar zijn. De burger kan helaas nog niet achterover leunen. Sterker nog, hij kan zelf een stuk kritischer zijn op dit vlak, zeker als het gaat om het beheer van eigen data.

Het verbaast me al jaren hoe klakkeloos we persoonlijke data delen met externe partijen, zonder inzicht te krijgen in wat er vervolgens mee gebeurt. Worden onze data doorverkocht zonder ons medeweten? Het is naïef om te denken dat dit niet gebeurt. Als de verkopende of aankopende partij hier voordeel van heeft, waarom wordt de eigenaar hier dan niet voor beloond? Hoe houd je als burger zicht op alle data-­onderdelen die worden doorverkocht? Een onmogelijke opgave.

De beste oplossing is uiteraard geen data-exploitatie.

Tot die tijd is het op een na beste scenario een deling in de winst, dus een commissie voor elk datapunt dat wordt verkocht. Denk aan de opzet van NFT’s, waarin met smart contracts het eigendom wordt vastgesteld op de blockchain.

Alles bij de bron: FD [registratie noodzakelijk]


 


Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha