De evaluatie van de wet die luchtvaartmaatschappijen verplicht om passagiersgegevens aan de overheid te verstrekken heeft vertraging opgelopen, zo heeft demissionair minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid aan de Tweede Kamer laten weten.

Twee jaar geleden werd de 'Wet gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven' van kracht. De wet regelt het gebruik van persoonsgegevens van passagiers (PNR-gegevens) voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit. Het gaat dan om reserverings- en check-in-gegevens, zoals naam- en adresgegevens, telefoonnummers, e-mailadressen, geboortedata, reisdata, ID-documentnummers, bestemmingen, medepassagiers en betaalgegevens.

Deze gegevens van vliegtuigpassagiers met vertrek of aankomst in Nederland worden vijf jaar lang bewaard in een database van de eenheid Passagiersinformatie Nederland (Pi-NL). Deze eenheid kan zowel de passagiersgegevens als het resultaat van de verwerking met Europol en vergelijkbare eenheden van andere lidstaten delen. Ook kunnen het Openbaar Ministerie, de politie, de bijzondere opsporingsdiensten, de Koninklijke marechaussee en de Rijksrecherche bij de eenheid Pi-NL informatie opvragen.

In de wet was ook een bepaling opgenomen dat de minister van Justitie en Veiligheid twee jaar na de inwerkingtreding een verslag naar de Tweede Kamer zou sturen over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. Daarbij wordt er afzonderlijk aandacht besteed aan de verwerking van passagiersgegevens van vluchten binnen de Europese Unie.

Wanneer de evaluatie nu wel is afgerond laat de minister niet weten.

Alles bij de bron; Security


 


Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha