Een dataminister, een datawethouder en een datagedeputeerde: drie nieuwe functies om te zorgen dat de overheid goed omgaat met persoonsgegevens. Daarvoor pleit de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) in een advies aan het kabinet.

Het datagebruik van de overheid ligt steeds zwaarder onder vuur. Ambtenaren verzamelen te veel gegevens over burgers, en ze gebruiken onzichtbare algoritmes (rekenregels voor de computer, die conclusies trekken uit grote hoeveelheden data) om er beleid mee te maken.

De Nederlandse overheid gebruikt steeds meer kunstmatige intelligentie in het contact met de burger, zo blijkt uit nieuw onderzoek door TNO in opdracht van Binnenlandse Zaken. In een jaar tijd is het aantal toepassingen verdubbeld. TNO trof 165 toepassingen aan van algoritmes.

Zo gebruikt de sociale dienst van Nissewaard, een Zuid-Hollandse gemeente met 85.000 inwoners, een algoritme om uitkeringsfraudeurs op te sporen. De computer bepaalt welke burgers extra documenten moeten brengen om hun recht op een uitkering te bewijzen.

Boeren die stiekem een dood beest begraven, worden opgespoord met algoritmes voor beeldherkenning: De voedsel- en warenautoriteit NVWA vliegt met drones die verdachte stukken gras herkennen. In Apeldoorn worden databestanden gekoppeld, om te voorspellen welke jongeren op welke plek voor narigheid zorgen.

Volgens de adviesraad wordt te makkelijk gedacht over algoritmes. De overheid moet zichzelf vaker een simpele vraag stellen. Namelijk: botst het verzamelen en analyseren van data niet met het recht op privacy?

Alles bij de bron; FD [gratis registratie noodzakelijk]


 


Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha