Het Openbaar Ministerie (OM) tekende onlangs beroep aan tegen de vrijspraak van een orthodox-joodse man die zich niet terstond kon identificeren. De man werd op 8 oktober jl. staande gehouden en verzocht zich te identificeren. De man vertelde de agenten dat hij geen ID-kaart bij zich had omdat het sabbat was. Wel gaf hij de politie toestemming om zijn rijbewijs thuis op te halen om zo zijn identiteit vast te stellen.

Daarmee heeft hij in tegenstelling tot wat het OM beweert, aan de identificatieplicht voldaan. Maar in Nederland wordt de toonplicht in de praktijk ten onrechte uitgelegd als draagplicht en om dit te bereiken spreekt de wet van "aanbieden bij de eerste vordering".  

Sinds januari 2005 geldt in Nederland de Wet op de Uitgebreide Identificatieplicht. Burgers moeten op verzoek van een daartoe bevoegd ambtenaar een identificatiebewijs kunnen tonen; er is sprake van een toonplicht. De plicht tot het dragen van een identiteitsbewijs (draagplicht) staat niet in de wet. Dit heeft belangrijke consequenties voor de dagelijkse praktijk. Het betekent dat iemand die geen identiteitsbewijs draagt op zich niet in overtreding is. En dat geldt voor iedereen.

Alles bij de bron; privacyfirst 

 

Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha