De Hoge Raad doet op 9 september uitspraak over leges voor de identiteitskaart. De advocaat-generaal adviseerde in mei de Hoge Raad leges voor de identiteitskaart in tact te laten. Het advies ondersteunt het standpunt van de NVVB en de VNG naar aanleiding van een eerdere rechtszaak.

De kwestie kwam aan het rollen toen een inwoner van Leudal in 2004 een procedure aanspande tegen de gemeente. De inwoner maakte bezwaar tegen de leges die de gemeente in rekening bracht voor het aanvragen van een identiteitskaart.

..... In hoger beroep heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch overwogen dat in ieder geval met de invoering van de algemene identificatieplicht bij de Wet op de uitgebreide identificatieplicht van 24 juni 2004, Stb. 2004/300 het publieke belang bij het bezit van een identiteitskaart zozeer is gaan overheersen dat het individuele belang bij het bezit daarvan van ondergeschikte betekenis is.

In cassatie is slechts de legesheffing met betrekking tot de identiteitskaart in geschil. Advocaat-Generaal Van Ballegooijen zet aan de hand van de Gemeentewet, de parlementaire geschiedenis daarbij en de jurisprudentie van de Hoge Raad uiteen wat dient te worden begrepen onder een dienst. Vervolgens licht de A-G aan de hand van de - parlementaire geschiedenis bij de - Paspoortwet, de Wet op de identificatieplicht en de Wet op de uitgebreide identificatieplicht uiteen dat een identiteitskaart in de eerste plaats bedoeld is een reisdocument te zijn. Van ondergeschikt belang acht hij dat burgers door middel van een identiteitskaart kunnen voldoen aan de per 1 januari 2005, dus niet in het jaar van afgifte van de onderhavige identiteitskaart, geldende toonplicht.

Alles bij de bron; nvvb 

De historie erachter staat hier nogmaals 

Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha