De lijsten met intieme vragen die ouders en kinderen bij de jeugdgezondheidszorg invullen, moeten op de schop. Tot die conclusie komen de GGD's na klachten van ouders, die vragen over inkomen, psychische gesteldheid of hoe vaak hun kind tanden poetst, ervaren als ongewenste bemoeienis. Ouders en kinderen vullen een vragenlijst in. Daarna volgt meestal een gesprek met een verpleegkundige. Problemen zouden zo vroegtijdig worden opgespoord.

 Gemeenten zijn verplicht kinderen te onderwerpen aan zogenoemde preventieve gezondheidsonderzoeken. Dat gebeurt in groep 2 en groep 7 van de basisschool en in de tweede klas van de middelbare school. Sinds kort is er een extra 'contactmoment' in de vierde klas.

Toch is nooit aangetoond wat het resultaat van al die vragenlijsten is. 'Het wordt hoog tijd dat dat wordt onderzocht', zegt Frans Pijpers van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid - het onderzoeksinstituut dat adviseert over de inhoud van vragenlijsten. 'Eigenlijk zou alles wat je doet wetenschappelijk onderbouwd moeten zijn.'

Gemeenten besteden onderzoeken uit aan de GGD of een instelling voor jeugdgezondheidszorg. Die kiezen hun eigen methode, waardoor de vragen dus per regio verschillen. Het gaat van reacties op stellingen als: mijn kind is constant aan het wiebelen en friemelen, tot vragen over de medische voorgeschiedenis van ouders en hoeveel bedpartners jongeren hebben gehad.

Na alle kritiek trekt GGD Nederland de conclusie dat de vragenlijsten op de schop moeten. Hoe precies, is nog onderwerp van discussie. Een woordvoerster: 'In elk geval moet de hoeveelheid vragen minder.'

Alles bij de bron; Volkskrant


Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha