Moet de politie inzage krijgen in een lijst van iedereen die de Europese Unie per vliegtuig verlaat of binnenkomt? En zou dat helpen om zogeheten jihadreizigers tegen te houden? Gisteren maakten ministers van acht EU-landen een afspraak om deze zogeheten PNR-gegevens (passenger name records) alvast te gaan opslaan en uitwisselen. Nog onlangs wees het Europese Parlement dit plan af. Niet effectief, niet proportioneel en een te grote inbreuk op de burgerrechten. Intussen heeft de EU na ‘11 september’ wel dergelijke afspraken met de VS en Canada moeten maken. Vermoedelijk omdat het trans-Atlantische passagiersverkeer anders zou stokken.

De vrees voor aanslagen die teruggekeerde jihadgangers in Europa kunnen plegen heeft nu dus voor een stroomversnelling gezorgd. Met scholen, moskeeën, ouders, maar ook met de moslimjeugd zelf wordt geprobeerd een klimaat te scheppen, waarin ontmoediging, opvang en controle hand in hand gaan. Dat is moeilijk genoeg. Politieke retoriek over harde maatregelen, stevige repressie en automatisch ingetrokken paspoorten zijn dan niet behulpzaam.

Bovendien: staat de nieuwe maatregel in verhouding tot het doel dat ermee wordt gediend? Of wordt hier een risico opgeblazen om een langer gekoesterd verlangen naar een nieuw opsporingsmiddel te vervullen? Namelijk toezicht op, en dus greep op ieders reisbewegingen, ongeacht diens profiel of gedrag. Daar lijkt het wel op. Dan is de PNR-database een mooi voorbeeld van de risico-regel-reflex: bij iedere nieuwe dreiging een nieuwe regel en dus de illusie van een oplossing. Deze database heeft ook maar een beperkte reikwijdte. Wie ongezien naar Syrië wil reizen vermijdt voortaan het vliegtuig, maar reist bij voorkeur met de bus of auto.

Alles bij de bron; pdfNRC [DigiAbo]


Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha