Op 18 januari 2016 heeft Privacy First namens ‘SpecifiekeToestemming.nl’ de leden van de Eerste Kamer een brief gestuurd in reactie op mijn nadere memorie van antwoord aan de Eerste Kamer en mijn brief aan uw Kamer (resp. EK 33509, J en 136494-MEVA, beiden d.d. 22 december 2015) over het wetsvoorstel Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens. U vraagt mij een reactie te geven op de brief van Privacy First.

Privacy First stelt dat als de inwerkingtreding van het bepaalde rond gespecificeerde toestemming met drie jaar wordt uitgesteld, alsnog generieke toestemming mogelijk zou zijn. Deze veronderstelling is niet juist. Het is niet zo dat de toestemmingsvraag generiek is. De vraag om toestemming moet immers voldoen aan de Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) en de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en is derhalve specifiek. Wel kan het antwoord op de toestemmingsvraag generiek zijn...

...Met het amendement Bruins Slot (33509, nr. 13) wordt het geven van uitdrukkelijke of specifieke toestemming op basis van de Wbp verder aangescherpt. Na inwerkingtreding van gespecificeerde toestemming krijgt de cliënt aanvullend op hetgeen rond uitdrukkelijke toestemming (Wbp) geldt, het recht bepaalde of alle gegevens voor inzage ter beschikking te stellen aan bepaalde (categorieën van) zorgaanbieders. De cliënt geeft expliciet aan welke gegevens aan welke zorgaanbieders beschikbaar wordt gesteld. De mogelijkheid voor zorgaanbieders om uitdrukkelijk en gespecificeerd toestemming te vragen met één vraag waar de cliënt met “ja” of “nee” kan antwoorden is dan niet meer mogelijk.

Ergo, van generieke toestemming is geen sprake, nu niet en ook niet als het bepaalde rond gespecificeerde toestemming in werking treedt.

Alles bij de bron; RijksOverheid



Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha