EPD

"De elektronische gezondheidszorg, de e-zorg, is vertrokken als een hogesnelheidstrein. De digitalisering is niet meer te stoppen", aldus minister van Volksgezondheid bij de voorstelling van het "geactualiseerde" actieplan e-Gezondheid.

Begin oktober 2015 hadden al 1,93 miljoen Belgen hun toestemming gegeven voor de digitale uitwisseling van hun medische gegevens tussen zorgverstrekkers. In juli van dit jaar wisselden de zorgverstrekkers in ons land 3,7 miljoen berichten met elkaar uit via de beveiligde eHealthBox, tegenover 2,5 miljoen in juli 2014. En elke maand vragen zorgverstrekkers, vooral apothekers, meer dan 11 miljoen keer naar de verzekerbaarheid van een patiënt, met andere woorden of de patiënt in orde is met haar of zijn ziekenfonds.

Vanaf 1 januari 2018 zullen burgers online via het "personal health record" hun eigen medisch gegevens kunnen inkijken. Via gevalideerde apps en mobiele toestellen zullen ze gezondheidsparamaters zoals hartslag en bloeddruk zelf kunnen opvolgen. Een van de hoofdvoorwaarden om e-gezondheid te laten slagen, is een vlotte informatie-uitwisseling en dat kan pas als patiënten hun toestemming ("geïnformeerde toestemming" of "informed consent") geven aan zorgverleners om hun medische gegevens met elkaar te delen.

Het actieplan besteedt bijzondere aandacht aan de beveiliging en de privacy van medische gegevens bij het delen van informatie. De gezondheidsgegevens over een patiënt worden stuk voor stuk versleuteld. Het is aan de patiënt om te beslissen of die gegevens elektronisch en op een beveiligde manier uitgewisseld mogen worden, en zo ja, tussen welke zorgverleners.

Het volledige actieplan is te raadplegen op de gloednieuwe website plan-egezondheid.be.

Alles bij de bron; HLN [Thnx-2-Luc]

Minister Edith Schippers van Volksgezondheid zet haar voet tussen de deur bij de spreekkamer. Door een wetswijziging zijn zorgverleners bij vermoeden van fraude straks verplicht privégegevens te delen. Het verzet tegen de voorgenomen wetswijziging zwelt aan.

Minister Edith Schippers van Volksgezondheid wil het artsen gemakkelijker maken om medische gegevens te delen, want, zo stelt zij, ‘het medisch beroepsgeheim mag geen schuilplek zijn voor fraudeurs’. Bij het vermoeden van fraude dienen verzekeringsartsen en medisch adviseurs hun dossiers te overhandigen. Schippers werkt al sinds 2013 samen met haar collega’s van Justitie en Sociale Zaken om het wetsvoorstel rond te krijgen. De minister greep onder andere de schietpartij in Alphen aan den Rijn in 2011 aan om naar meer inzage in medische gegevens te streven.

Overheidsinstanties krijgen met de wetswijziging de mogelijkheid om persoonsgegevens van burgers bijeen te brengen in één database. Dat is onderdeel van een aanpassing van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen. Het is een flinke lijst die onder andere bestaat uit zorgverzekeringsgegevens en informatie over persoonlijke bezittingen. Alle losse gegevens komen samen in het Systeem Risico-Indicatie. Van elke burger ontstaat zo een profiel, dat wordt getoetst aan vooraf bepaalde risicoprofielen zodat afwijkende personen eruit gefilterd kunnen worden. De inlichtingeneenheid is vrij om zelfstandig filters in te stellen.

Aanvankelijk droeg het indicatiesysteem de naam ‘Systeem anonieme risico indicatie’. Op aanraden van de Raad van State is die naam gewijzigd, omdat ‘de naam Systeem anonieme risico indicatie een onjuiste indruk kan wekken. Uit dat systeem kunnen persoonsgegevens op naam worden verstrekt; de gegevens zijn dus niet anoniem, alleen versleuteld.’

Het verzet tegen dit voorstel neemt toe, van zorgverleners maar ook van patiënten. Zo heeft patiënte Judica Berkelaar een klacht neergelegd bij de Nationale ombudsman. Ze vraagt de ombudsman om het wetsvoorstel in de prullenbak te werpen om te voorkomen dat de overheid straks alle persoonsgegevens in één database kan zetten.

Ook is zij een petitie gestart onder de naam ‘vrije patiënt’. Verschillende prominenten in de zorg, waaronder Edwin Brugman, de directeur van de VvAA, en de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen, roepen op om de petitie te tekenen. Dat kan tot het einde van de maand. Daarna laat de ombudsman weten of hij werk gaat maken van deze kwestie.

Alles bij de bron; FollowTheMoney

...3 Wat is uw reactie op de aanblijvende zorgen die er zijn over het LSP, de vervanger van het Elektronisch Patiëntendossier (EPD), over de privacy voor patiënten?

3  Ik vind veilige en betrouwbare uitwisseling van medische gegevens erg belangrijk. Het is echter aan de toezichthouder (CBP) toe te zien op de privacy van burgers en te toetsen of elektronische uitwisselingsystemen voldoen aan de wet- en regelgeving. Uiteraard heeft dit ook mijn belangstelling met het oog op het stellen van randvoorwaarden...

... 6  Hoe reageert u op het feit dat drie zorginstellingen uit de ouderenzorg en geestelijke gezondheidszorg, bij wijze van proef, toegang krijgen tot het LSP? Op welke wijze is de toestemming van burgers voor het uitwisselen van de gegevens geregeld? 3) 

7  Klopt het dat het uitwisselen van gegevens niet binnen de huidige toestemming valt? 

6 en 7  Het staat partijen in het zorgveld vrij te kiezen om gebruik te maken van het landelijk schakelpunt (LSP), mits daarbij wordt voldaan aan wet- en regelgeving. Volgens informatie van de beheerder van het LSP, de Vereniging van Zorgaanbieders voor Zorgcommunicatie (VZVZ), gaat het hier om een proef om alle praktische voorzieningen voor te bereiden en te testen. De proef in Waardenland van WeMove betreft drie zorginstellingen en een beperkt aantal daar werkzame medisch specialisten. Koepelorganisaties Actiz en GGZ Nederland hebben samen met VZVZ de inhoud en reikwijdte van de proef bepaald.

De VZVZ geeft aan dat juridisch is vastgesteld dat de bestaande toestemming van patiënten (op basis van Wbp en WGBO) voorziet in het beschikbaar mogen stellen van medicatieoverzichten aan de medisch specialisten in de drie zorginstellingen waartoe de proef beperkt is. Uiteraard alleen wanneer dit in het specifieke geval noodzakelijk zou zijn in het kader van de behandeling van een betrokkene. 

8  Hoeveel meer zorgverleners krijgen toegang tot het LSP door de proef die wordt gedaan en in hoeveel patiëntgegevens krijgen zij inzage? 

8  VZVZ meldt mij dat een beperkt aantal medisch specialisten twee verzorgingsinstellingen en een GGZ-instelling in de proef medicatiegegevens kunnen opvragen en inzien van in potentie resp. 200/250 en 100 patiënten, mits er sprake is van een behandelrelatie en de patiënten daarvoor toestemming hebben gegeven. Partijen hebben ingestemd met een proef van deze beperkte omvang. Voor alle duidelijkheid: de proef betreft alleen noodzakelijke medicatiegegevens.

9  Is het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) betrokken bij de proef met nieuwe zorgsectoren die toegang krijgen tot het LSP? Zo ja, wat was hun oordeel en advies? Zo nee, waarom niet en bent u bereid het CBP te verzoeken om deze proef vooraf te beoordelen en te volgen op de gevolgen voor de privacy van burgers? 

9  Alle uitwisselingen van medische gegevens moeten voldoen aan de geldende wet en regelgeving. Het is aan het College Bescherming Persoonsgegevens daar toezicht op te houden en handhavend op te treden. Het College Bescherming Persoonsgegevens is onafhankelijk en bepaalt haar eigen agenda. Mijn verantwoordelijkheid is gericht op het stellen van de randvoorwaarden.

Alles bij de bron; RijksOverheid

Wie is eigenaar van medische data: de patiënt of de zorgverlener? Zolang deze discussie niet is uitgevochten, blijft het lastig om zorginnovatie door te voeren. En blijft het ingewikkeld om de zorgconsument zelf aan het stuur te zetten.

...de medische sector omarmt het web, maar helaas op een beperkte manier. Ze zien het web vooral als een logistiek systeem dat ze primair voor eigen gebruik kunnen inzetten – ze blijven negeren dat medische gegevens in eerste instantie eigendom van de patiënt zijn. De discussies over patiëntendossiers gaan dan ook vooral om distributievraagstukken en toegangsrechten. Dit is wellicht deels te wijten aan het beleid van Minister Schippers van Volksgezondheid. Zij wil dat binnen vijf jaar elke patiënt ‘inzicht’ krijgt in zijn medische gegevens, maar dat is wat anders dan benadrukken de patiënt ook eigenaar is van de data. Het door haar gepromote EPD en LSP kwamen echter niet van de grond.

Het gevolg is dat veel ziekenhuizen een eigen patiëntenportal hebben ontwikkeld, waarin alles behalve de patiënt centraal staat. 

De bedenkers van de Whitebox vinden het systeem een goed alternatief voor het geflopte landelijke schakelpunt (LSP) dat vanuit een centraal punt de informatie-uitwisseling moest regelen – eveneens een logistieke benadering. Ook bij Whitebox zit de patiënt niet zelf aan het stuur en het is dan ook niet voor niets een bedenksel van medische professionals.

De oplossing ligt in een online dossier dat de patiënt zelf beheert, en waarbij het ook de patiënt is die medische professionals toegang geeft: om gegevens in te zien of toe te voegen. De huisarts zou daarbij gemachtigd kunnen worden om namens de patiënt gegevens te delen. De markt ligt open voor aanbieders en er zijn alverschillende systemen ontwikkeld. Het is aan de zorgsector (zorgverleners en verzekeraars) om standaarden te formaliseren, zodat zorgconsumenten een keuze kunnen maken. Of je nu verhuist, van verzekeraar of huisarts verandert: het dossier is jouw eigendom, net als je e-mail-account en je online bankaccount.

...Patiënten kunnen helaas alleen zinvol zaken gaan doen met aanbieders van – gestandaardiseerde en gecertificeerde – online patiëntendossiers als ze ook iets hebben om in dat dossier te stoppen. Het begint dus bij de bereidheid van zorgverleners om de data uit handen te geven. De vraag is wie ze daartoe gaat overhalen, verleiden of dwingen. Vermoedelijk moet de patiënt vertrouwen op de effectieve lobby van zijn eigen patiëntenvakbond NPCF, want afgaand op de discussies ligt de oplossing voorlopig niet bij de politiek.

Alles bij de bron; Sargasso

Twintig huisartsen in Amsterdam gaan experimenteren met een alternatief systeem voor het uitwisselen van medische gegevens. Deze methode is volgens de artsen en de initiatiefnemers privacyvriendelijker en veiliger dan het Landelijk Schakelpunt (LSP), de opvolger van het Elektronisch Patiëntendossier (EPD), dat landelijk wordt ingevoerd.

Guido van 't Noordende, die aan de Universiteit van Amsterdam onderzoek doet naar privacy en grote computersystemen heeft het bedrijf opgericht dat het nieuwe systeem maakt. In het LSP werken sinds 2012 organisaties van apothekers, ziekenhuizen, patiënten en de landelijke huisartsenvereniging samen. 'De huisarts heeft een medisch beroepsgeheim, maar hoe kan hij daar nu aan voldoen als hij niet kan laten weten welke zorgverlener de gegevens van zijn patiënten mag opvragen?', aldus van 't Noordeinde.

Een ander bezwaar is dat de medische gegevens bij het LSP deels niet-versleuteld worden verzonden. Van 't Noordende heeft daarom de afgelopen jaren gewerkt aan een alternatief: een kastje dat bij de huisarts wordt geplaatst. Het is een schakel tussen de computer van de huisarts met alle patiëntgegevens en de buitenwereld. Medische informatie is zo van het begin tot het einde volledig versleuteld.

Het alternatieve systeem moet de zeggenschap van de huisarts en de patiënt over het medisch dossier vergroten. De huisarts stelt in samenspraak met de patiënt in wie gegevens uit een medisch dossier kan opvragen. Dit begint klein, bijvoorbeeld bij een specifieke apotheker waar de patiënt vaak komt, of bij de huisartsenpost. Het wordt ook mogelijk om een deel van het medisch dossier beschikbaar te stellen voor spoedeisende hulp, bijvoorbeeld in het geval van een levensbedreigende ziekte.

Alles bij de bron; Volkskrant

KRO’s onderzoeksprogramma De Monitor besteedde aandacht aan het schenden van het medisch beroepsgeheim bij controles van zorgverleners door verzekeraars. Met als voornaamste doel: geld terughalen dat volgens verzekeraars niet op de juiste manier is besteed.

Presentator Teun van de Keuken laat huisartsen, patiënten en experts aan het woord om te tonen hoe medische dossiers zonder medeweten of toestemming van de patiënt bij de zorgverzekeraar terechtkomen. Een rechtstreekse inbreuk op het medisch beroepsgeheim dus. Met toestemming van de overheid nota bene, die zorgverzekeraars het recht gaf dossiers op te vragen en in te zien, iets dat zelfs de opsporingsautoriteiten niet mogen.

Aan het woord komt huisarts Chantal van het Zandt uit Rotterdam, die door zorgverzekeraar Achmea werd bestempeld als ‘modelhuisarts’ een voorbeeld voor haar collega’s. Maar dezelfde zorgverzekeraar zette haar vervolgens om exact dezelfde reden in het verdachtenbankje: de goede zorgen van Van het Zandt maakten dat haar praktijk boven de gemiddelden viel qua declaraties. Ze had onder meer teveel bezoekjes afgelegd bij stervende patiënten en besteedde teveel minuten aan haar patiënten, volgens Achmea.

Dat werd ‘verdacht’ genoemd en Van het Zandt kreeg een boete opgelegd van 15.000 euro. Om te bewijzen dat ze haar werk naar eer en geweten had uitgevoerd moest ze tegen het medisch beroepsgeheim in, inzage geven in haar patiëntendossiers. De Rotterdamse huisarts schrok ervan. ‘Ongeloof overheerste eerst, daarna werd het boosheid’, vertelt ze tegenover De Monitor. ‘Ik moet de dossiers openen om aan te tonen dat de zorg daadwerkelijk verleend is, maar ook om te bepalen of de zorgverzekeraar vindt dat de zorg die geleverd is volgens henzelf ook nuttig en nodig was. Toen heb ik nachten wakker gelegen.’

Alles bij de bron; FollowTheMoney

Na kritiek van psychiaters, hoogleraren en encryptiedeskundigen stelt nu ook de Nederlandse Zorgautoriteit dat de patiëntgegevens in de grootste medische databank van Nederland niet anoniem zijn. Is er behalve minister Schippers nog iemand die het DIS vertrouwt?  

Platformdeelnemer KDVP stelt al sinds ze in 2008 met een groep psychiaters en psychotherapeuten een bodemprocedure startte tegen de verplichte aanlevering van diagnose-informatie, dat de gegevens in het DIS niet privacy-proof zijn. In een documentaire van Zembla van vorig jaar uitten hoogleraren en encryptiedeskundigen forse kritiek op de database en de verplichte aanlevering van behandelinformatie.

Nu geeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), als marktmeester van de zorg één van de grootste gegevensafnemers van het DIS, tegenover de rechter aan dat ze de gepseudonimiseerde medische gegevens die ze uit het DIS gebruikt niet inzichtelijk kan maken, omdat deze te herleiden zouden zijn naar een individueel persoon.

Het DIS is gevuld met informatie over zorgbehandelingen van miljoenen Nederlanders en is een databron voor allerhande markt- en beleidsanalyses in de zorg. De databank is al sinds haar invoering een pijnlijk dossier voor privacytoezichthouder College Bescherming Persoonsgegevens, die zo’n tien jaar geleden onder zware druk van het ministerie van Volksgezondheid akkoord ging met de centrale opslag van behandelgegevens. Het DIS is “zowel qua omvang, dekking als inhoud een van de meest risicovolle verwerkingen binnen Nederland”, zo stelde het CBP in 2006 tegenover het ministerie van Volksgezondheid (PDF).

Gaat het CBP als nationale privacywaakhond nu wel een krachtig statement doen over dit onderwerp, en oproepen tot actie? In het licht van de eisen die de privacytoezichthouder stelde bij de invoering van het systeem, en de recente uitspraak van de NZa zou dat niet ongepast zijn.

Alles bij de bron; PlatfBeschBurgerrechten

PvdA, CDA, PVV, GroenLinks en SP vindt dat patiënten altijd geïnformeerd moeten worden als hun dossier is ingezien bij een controle door de zorgverzekeraar. Dat blijkt uit onderzoek van het televisieprogramma De Monitor.

Zorgverzekeraars hebben de wettelijke plicht om te controleren of zorgverleners doelmatig en rechtmatig declareren. Als zwaarste middel van controle kan een medisch adviseur in dienst van de zorgverzekeraar ook patiëntendossiers bij de zorgverlener inzien. Patiënten van wie het dossier is ingezien worden hierover niet geïnformeerd. Dat is onwenselijk volgens de Tweede Kamer.

De SP voegt eraan toe dat zij een sterke voorstander is van het anonimiseren van de dossiers, dan is het ook niet nodig om patiënten te informeren. "Maar totdat anonieme inzage geregeld is, moet je mensen informeren. Het lost alleen niet alles op, omdat het ook veel onrust kan veroorzaken", aldus SP-Kamerlid Renske Leijten.

Alles bij de bron; NU

Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha