Het gebruikelijke verdienmodel van verzekeren staat behoorlijk onder druk. Op dit moment kunnen premies alleen nog worden berekend op basis van standaard persoonsgegevens. In ruil voor een gunstigere premie is circa de helft van de Nederlandse autobezitters bereid om persoonlijke gegevens te delen met verzekeraars.

Gegevens over het rijgedrag worden in de toekomst veel waardevoller. Verzekeraars worden steeds creatiever om aan gedragsgegevens te komen. Om het rijgedrag van automobilisten in kaart te brengen biedt Achmea klanten aan een meetkastje in de auto te plaatsten. Zodra deze gedragsgegevens worden gedeeld, krijgen klanten premiekorting op hun autoverzekering. De hoeveelheid data die wordt opgeslagen door verzekeraars groeit exponentieel. Om steeds meer informatie over klanten te vergaren, zetten verzekeraars in toenemende mate apparatuur in.

Big data wordt steeds belangrijker om premies te berekenen en verzekeraars mogen daarin behoorlijk ver gaan. Hoe completer het beeld van menselijk rijgedrag is, des te meer geld dit waard is. Het nemen van besluiten op basis van gekoppelde gegevens kan wellicht voelen als discriminatie, maar het is niet in strijd met de wet als verzekeraars gebruik maken van een risicoprofiel.

...Verzekeraars zien duidelijk kansen en consumenten eerder een schending van hun privacy. Big data biedt enorme mogelijkheden voor organisaties: klanten kunnen zeer gedetailleerd in kaart worden gebracht. Maar hoever mag je als verzekeraar gaan? “Waar de grens ligt, is lastig te beoordelen. In de Wet bescherming persoonsgegevens is vastgelegd hoe organisaties met persoonsgegevens moeten omgaan. Uitgangspunt bij deze wet is een minimale inbreuk op privacy door minimaal gebruik van persoonlijke gegevens. Het College Bescherming Persoonsgegevens houdt toezicht op de naleving van deze wettelijke regels”, stelt het Juridisch Loket.

Doordat het gebruik van data uit diverse bronnen toeneemt, wordt het voor de consument steeds onduidelijker hoe premies daadwerkelijk tot stand komen. De consument die het nog niet zeker weet om de gegevens van zijn of haar rijgedrag te delen, heeft hierdoor te weinig handvatten om een keuze te maken. De belangrijkste stap is vertrouwen.

Het zou de klant ten goede komen als verzekeraars transparant zouden zijn en inzicht geven in het big data-proces. Want wat verzamelen ze precies? Het consumentenvertrouwen groeit bij correct gebruik van klantgegevens waarbij de privacy van klanten goed wordt bewaakt. Als een klant het nut inziet van het geven van data, weet wat er met zijn of haar data gebeurt en toestemming geeft, kunnen verzekeraars behoorlijk ver gaan.

Alles bij de bron; CustomerTalk

 

Ieder jaar doet Atos Consulting, de consultancytak van wereldwijde IT-dienstverlener Atos, onderzoek naar de belangrijkste trends en ontwikkelingen in de telecom, media en technologiesector. In het onderzoek van dit jaar, getiteld “Telecom operator: activate your gold”, besteden de onderzoekers voornamelijk aandacht aan de opkomst van data in het telecomlandschap.

...Om een indicatie te geven van de potentiële waarde: volgens Compass Intelligence ligt de waarde van een relatief compleet consumentenprofiel nu rond de $55. Deze waarde zal naar verwachting verder stijgen in de komende jaren, aangezien Big Data technologie de mogelijkheden voor dataverzameling en analyse zullen vergroten. Een andere benchmark is die van Facebook, die laat zien dat de impliciete waarde van een enkele gebruiker op zijn platform in enkele jaren is gegroeid van slechts $10 naar vandaag de dag meer dan $50. Reden is dat het Facebook gelukt is de footprint van Facebook-gebruikers wereldwijd te versterken.

Het onderzoek laat zien dat de telecomsector momenteel te maken heeft met een aantal zich tegelijkertijd voltrekkende veranderingen met vergaande consequenties. Een van de belangrijkste trends is die van ‘connectivity’ (verbondenheid). Overal ter wereld, maar in het bijzonder in het Westen, hebben mensen het internet – en de apparaten die toegang ertoe verschaffen (zoals smartphones en tablets) – in een razend tempo omarmd. Hierdoor staan consumenten tegenwoordig bijna non-stop online in contact met de wereld om zich heen, waar ze ook zijn of wat ze ook doen. Volgens de onderzoekers zal tegen 2018 het totale aantal verbonden apparaten en objecten zijn gestegen tot 25 miljard, waarvan in totaal zo’n 4,5 miljard smartphones...

...Daarnaast opent het echter ook de deuren voor een geheel nieuwe markt. Deze nieuwe economie, ook wel ‘the Economy of Data’ genoemd, biedt een gigantisch potentieel voor organisaties die daar succesvol op weten in te spelen met een scala aan innovatieve winstgevende businessmodellen.

De enorme toegevoegde waarde die voor het grijpen ligt voor deze organisaties ligt volgens de auteurs in de ruimte die bestaat tussen de consumenten en hun providers. Aan de ene kant zijn er de consumenten, die behoeften hebben die zij vervuld willen zien, en aan de andere kant zijn er de providers die graag de gevraagde producten en/of diensten willen leveren. Voor beide partijen ligt de waarde in een goede match tussen het aanbod en de vraag en volgens Atos Consulting zijn het de matchmakers, of de ‘data activators’, die zich in de ideale positie bevinden om succesvol te worden in de nieuwe data-economie...

...Hier spelen vooral digitale footprints een belangrijke rol – door het online gedrag van consumenten en de keuzes die zij maken, genereren ‘verbonden consumenten’een grote hoeveelheid informatie over hun persoonlijke voorkeuren, interesses en locatie. Naarmate de tijd verstrijkt en er nieuwe informatie aan de mix wordt toegevoegd ontstaat er een rijk consumentenprofiel, dat in het matchmaking proces kan worden toegepast om alleen de meest relevante informatie aan elke consument aan te bieden. Aan de andere kant van het spectrum is de consument ook altijd bereikbaar om informatie te verkrijgen zonder daar naar op zoek te zijn,..

...De deuren die geopend worden zullen als vanzelfsprekend niet onopgemerkt blijven in de markt, en diverse bedrijven maken zich op om hun deel van het nieuwe goud binnen te halen. “Techbedrijven, telecomoperators, overheden, grote sociale platformen en op kleinere schaal in bepaalde niches zelfs onafhankelijke platformen, zijn zich achter de schermen aan het voorbereiden op hun rol als data activator”, stelt Konings. Een analyse van de verschillende krachten binnen de markt laat zien dat de telecomoperators het beste zijn uitgerust om succesvol te worden in de dataeconomie

Lees alles bij de bron; Consultancy

Een half jaar aan hartslagmetingen, bewegingsdata, hardlooptrainingen; ik ben het allemaal kwijt. En waarom? De data was verzameld door mijn Apple Watch en zat daardoor in het Health-platform van Apple. Opgesloten. Letterlijk. Hoe zit dat? 

Omdat het om hele persoonlijke data gaat, slaat Apple de gegevens niet integraal op in iCloud. Niet eens uit veiligheidsoverwegingen, gok ik, maar omdat ze dan kunnen zeggen dat ze dit soort data niet opslaan en dus geen inbreuk maken op mijn privacy. Dit is een ongelofelijk belangrijk element in Apple’s huidige marktpositionering. 

... op zich kan ik prima leven met die lokale data. Alleen dat zou ik wel willen dat ik die data op de één of andere manier uit het Health-platform van Apple kan halen, zodat ik er zelf iets mee kan doen of hem te back-uppen. Privacy bestaat in mijn ogen niet alleen uit anderen die niet bij mijn data kunnen, maar ook uit de toegang tot die data (mijn data!) door mijzelf. Apple zegt A, maar geen B.

En het wordt nog mooier: de data zit zo opgesloten dat je hem niet los kunt overzetten naar een nieuwe iPhone. Hij zit dus echt letterlijk opgesloten in je iPhone. 

Er is één manier om de data over te zetten: via een versleutelde backup van je hele telefoon in iTunes in iCloud. Als je zo’n reservekopie van je telefoon maakt en die op een andere telefoon plaatst, wordt je Health-data meegenomen. Nou ging de reservekopie van mijn iPhone al zo’n 4 jaar mee. Van toestel naar toestel. En in de Apple Store kreeg ik het advies om een keer opnieuw te starten, omdat er wat issues waren gedetecteerd met de software op mijn iPhone. Maar mijn lei werd daardoor wel iets te schoon.

Apple dwong metautomatisch om afscheid te nemen van mijn Health-data. Met het wissen van mijn oude iPhone is de data voorgoed verdwenen. Er is een stukje van mijn leven weg, zo voelt het. Achteraf blijkt er inmiddels een externe tool in elkaar te zijn gesleuteld om de data toch over te zetten, maar die kwam voor mij te laat. 

Alles bij de bron; Numrush

Delta Lloyd zet big data en kunstmatige intelligentie in om automatisch op internet te zoeken naar gestolen auto’s, sieraden en elektronica. Het bedrijf heeft al sinds 2013 een speciaal team dat zich bezig houdt met het terugvinden van gestolen objecten.

Tot nu toe werd het speurwerk vooral handmatig gedaan. Met de komst van 'Sjerlok' is dit sinds kort grotendeels verleden tijd. In geval van diefstal of vermissing stroopt Sjerlok het internet af op zoek naar vermiste object. Het AI-systeem vergelijkt en koppelt online aangetroffen informatie met de informatie over de gestolen spullen. Daarnaast blijft Sjerlok het dossier tijdens de opsporing monitoren en zorgt het voor samenwerking en communicatie met andere partijen, zoals de politie en onderzoekbureaus.

Sjerlok werd ontwikkeld door 8vance Matching Technologies in samenwerking met Delta Lloyd en een aantal studenten van de Hogeschool Leiden - Forensisch ICT.

Alles bij de bron; AutomGids

De ‘smart city’ is een belofte om de leefbaarheid te verbeteren, ook in Nederland. Maar uit nieuw onderzoek blijken grote valkuilen.

...overal ter wereld worden burgers digitaal i in kaart gebracht, vaak onder de naam ‘smart city’. Rotterdam komt dit najaar met een ‘smart city-aanpak’. Amsterdam heeft sinds vorig jaar een chief technology officer (CTO) die allerlei experimenten met technologie doet; van het plaatsen van sensoren die meten hoe druk het is in fietsenstallingen tot het geautomatiseerd in de gaten houden van mensenmassa’s tijdens evenementen. Zelfs Midden-Drenthe heeft een eigen smart city-app.

„De beloftes zijn groot: de smart city kan erg veel opleveren”, zegt Jorrit de Jong, academisch directeur van het overheidsinnovatieprogramma van Harvard University. Er komt veel meer informatie beschikbaar waarop gemeenten hun beleid kunnen afstemmen. „Maar er zijn ook potentiële problemen. Daar wordt nog niet altijd even goed over nagedacht...

1] De slimme stad wordt gehackt; Hoe meer sensoren, infrastructuur en besturingssystemen een internetverbinding krijgen, hoe meer er kwetsbaar worden. De Jong: „Niet alle kleine gemeenten hebben de capaciteit om de beveiliging even goed te regelen.” En behalve de fysieke systemen moeten ook de gegevens goed zijn beschermd. Aan data uit slimme energiemeters is bijvoorbeeld af te leiden wanneer iemand thuis is. Handig voor inbrekers. Gezondheidsgegevens zijn een extra gevoelig onderwerp, bijvoorbeeld omdat die geld waard kunnen zijn voor verzekeraars. „De beveiliging en de privacybescherming van die data is van absoluut belang”, zegt Kontokosta. Geen enkel systeem is 100 procent waterdicht.

Wat naast de beveiliging belangrijk is: wie is de eigenaar van de data? Een oplossing daarvoor komt uit Estland. Daar blijven data over een burger van die burger zelf. „Dat kan transparanter maken wat er met gegevens gebeurt”, zegt Kontokosta. Maar het is technisch ingewikkeld om data over verschillende personen van elkaar te scheiden. Voorlopig zijn het de gemeentes of de uitbaters van de sensoren die de data in bezit krijgen.

2] De algoritmes worden oncontroleerbaar; Om patronen te ontdekken in de berg gegevens, zijn algoritmes nodig. Die doorzoeken de data op basis van een vaste set instructies. De instructies die in zo’n algoritme zijn ingeprogrammeerd, bepalen de uitkomst. Maar wat als die instructies ethisch niet door de beugel kunnen? Daarvan zijn nu al veel voorbeelden. ...De Jong: „Het is heel belangrijk dat zo’n algoritme deugdelijk is.”Vooral omdat potentieel ook factoren als etniciteit, leeftijd of inkomensniveau van de bewoners een rol kan spelen. „Dan kom je bijvoorbeeld al snel bij etnische profilering en andere ongrondwettige zaken.”

3] Bedrijven krijgen te veel invloed;  In Eindhoven betaalt het Franse bedrijf Atos grootschalige experimenten. Ger Baron van Amsterdam wordt naar eigen zeggen „dagelijks” benaderd door bedrijven die nieuwe technologieën willen uitproberen op Amsterdammers. Veruit de meeste wijst hij af. Technologiebedrijven als Samsung, Microsoft, IBM en Alphabet (voorheen Google) hebben de slimme stad ontdekt en zijn nauw betrokken bij veel projecten, ook in Nederland. „Maar de belangen van bedrijven zijn zeker niet altijd de belangen van burgers”, zegt Baron. Ze hebben soms andere opvattingen over het eigendom van de data, of de transparantie van projecten. Voor de gemeenteraden is openheid en controleerbaarheid van belang, maar bedrijven willen soms meer geslotenheid om concurrenten niet wijzer te maken.

4] De overheid verprutst de IT; IT en de overheid zijn niet altijd een even fijne combinatie; vaak mislukken miljoenen kostende projecten. De Jong van Harvard deed onderzoek naar wat bepaalt of een smart city-project een succes wordt of niet. Daaruit blijkt dat drie factoren cruciaal zijn. De eerste factor is het vermogen van gemeenten om zowel intern als extern samen te werken....

...De tweede factor die uit het onderzoek blijkt, is het vermogen van gemeentes om heldere doelen te stellen en daar meetbare criteria aan te koppelen. Nu wordt vaak vanuit de techniek gedacht: we hebben Twitter en allerlei sensoren, wat moeten we daarmee? Denken vanuit het oplossen van problemen van burgers is productiever, blijkt. Ten derde moet een gemeente in staat zijn om alle data te analyseren. Daar is expertise voor nodig die gemeenten niet altijd hebben, beamen Kontokosta en Baron.

Alles bij de bron; NRC [digi-scan]

Als je bij privédetectives nog steeds denkt aan mannen met gleufhoeden en een krant met een gat erin geknipt, ben je echt hopeloos ouderwets. De nieuwe privédetective heeft een hippe naam, zoals MaxiDelta, en weet meer over jouw voedselvoorkeuren dan je partner.

In het privacydebat gaat het vaak over de geheime diensten, de overheid of grote bedrijven als Facebook en Google. Maar in Nederland is er veel minder gekeken naar de grootschalige handel in informatie achter de schermen. Bedrijven als 4orange kopen informatie op en verkopen die informatie weer of bieden analyses aan op grond van die informatie. Die analyses worden bijvoorbeeld gebruikt voor marketing of kredietanalyses. Zulke bedrijven heten in de Verenigde Staten data brokers. In Nederland noemen we ze datahandelaren of handelsinformatiebureaus.

 

In de VS is eerder onderzoek gedaan naar dit soort datahandelaren. Daar bleek hoe gedetailleerd de profielen waren die sommige van dit soort bedrijven erop na hielden. Ze hadden informatie over vrijwel elke burger tot op het detailniveau van ‘vegetariër’, ‘hondenliefhebber’, etc. De Amerikaanse toezichthouder (the Federal Trade Commission) riep daarom op tot meer transparantie en verantwoording in deze markt.

De afgelopen maanden zijn we met De Correspondent een onderzoek gestart naar profilering in Nederland. In een artikel dat binnenkort verschijnt schrijft journalist Maaike Goslinga wat datahandelaren allemaal over jou weten. Uit haar onderzoek blijkt dat er ook in Nederland veel datahandelaren zijn. Zo rond de 200. Er wordt duidelijk dat deze bedrijven veel informatie over ons hebben, maar dat ze vaag blijven over hoe ze daadwerkelijk aan die informatie komen. Hebben we wel toestemming gegeven? Informatie wordt over en weer verkocht en het is voor jou totaal niet meer te overzien waar je gegevens zich bevinden. Daarnaast blijkt het moeilijk te zijn om inzicht te krijgen in hoe die gegevens worden gecombineerd. Je hebt weliswaar een profielscore, maar die wordt niet altijd aan je gemeld.

 

Met andere woorden: het is mogelijk dat gegevens over jou in een systeem zitten zonder dat je daar weet van hebt of toestemming voor hebt gegeven, dat je daardoor vervolgens niet in aanmerking komt voor een lening, én dat het onmogelijk is om erachter te komen waarom dat het geval is.

 

 

Maar het is dan ook tijd voor een meer structurele oplossing. Deze informatiemarkt neemt alleen maar toe als gevolg van ontwikkelingen zoals de internet of things en big data. Nu al deinzen andere marktpartijen er niet voor terug om gevoelige informatie bij datahandelaren op te vragen. Dat betekent dat we meer waarborgen voor burgers moeten inbouwen.

 

Waarom moet je als je ergens online iets koopt je gegevens aan derde partijen geven die je helemaal niet kent? Waarom kun je je daarna pas achteraf tegen direct marketing verzetten? Die keuze hoort vooraf mogelijk te zijn. Ook moet er meer transparantie zijn van en controle op het hergebruik van gegevens door andere organisaties. Ook door overheden. Het voorstel voor een nieuwe Europese privacywet wil hergebruik van gegevens makkelijker maken. Dat is het onderuit halen van privacybescherming en dat kan niet.

 

Het is dus heel belangrijk dat profilering strenger gereguleerd gaat worden. Zo moet je het weten als je op grond van een profiel anders wordt behandeld en moet je inzage kunnen krijgen in het hoe en waarom achter dat profiel. Ook moeten we bepaalde eisen kunnen stellen aan profielen, zowel over de kwaliteit als over de veiligheid van de gegevens. We gaan de komende dagen laten zien waarom dit zo belangrijk is.

Alles bij de bron; BoF

Het was even het gesprek van de dag: de nieuwe Stichting Datarechten gaat namens consumenten een vergoeding vragen aan bedrijven voor het gebruik van hun persoonsgegevens. Het klinkt te mooi om waar te zijn en dat is het in dit geval ook.

Dat persoonsgegevens geld waard zijn, is natuurlijk niet nieuw. De uitruil vindt elke dag plaats, want onze mailprogramma’s – maar ook Nu.nl, WhatsApp en Facebook – zijn niet gratis. Daarnaast hebben we vaak ook nog diverse klantenkaarten en wat meer zij, omdat zij ons voordeel bieden. En betalen we hierdoor met een deel van onze gegevens, voor de diensten die wij de moeite waard vinden.

Neelie Kroes zei het al eens: ‘data is de nieuwe olie’. En we krijgen alleen maar meer data. Logisch dus dat het leidend voorwerp, de consument, daarvan moet profiteren. Een consument kan natuurlijk besluiten of een onderneming gegevens van hem mag gebruiken. Bedrijven moeten daarbij dan wel vertellen wat zij met de data doen en in sommige gevallen toestemming vragen. De betreffende toestemming moet wel op ieder gewenst moment weer ingetrokken kunnen worden. Dat is een zelfbeschikkingsrecht dat de consument simpelweg niet aan een Stichting kan overdragen en dus ontbreekt hier elke wettelijke basis en luidt de enige logische conclusie voor aangeschreven bedrijven: niet betalen.

Alles bij de bron; Emerce

 

 

Het wordt tijd dat Nederlandse verzekeraars gaan nadenken over privacy, solidariteit en het sturen van gedrag. Dat blijkt uit onderzoek van het Rathenau Instituut naar verzekeren in de datagedreven samenleving.

Onderzoekers van het Rathenau Instituut interviewden specialisten bij de innovatieafdelingen van Delta Lloyd, Reaal en coöperatie DELA, bij het Verbond van Verzekeraars, bij universiteiten en bij het nieuwe initiatief Fairzekering. De onderzoekers vulden de interviews aan met literatuuronderzoek en met eerdere studies van het Rathenau Instituut over de datasamenleving.

Uit het onderzoek van het Rathenau Instituut blijkt dat Nederlandse verzekeraars op dit moment nog niet massaal met big data bezig zijn. Toch kunnen de verzekeraars maar beter snel gaan nadenken over wat nieuwe verzekeringsmodellen betekenen voor publieke waarden als privacy, solidariteit en het sturen van gedrag.

Meer hier;

Bron; Rathenau
Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha