De ‘smart city’ is een belofte om de leefbaarheid te verbeteren, ook in Nederland. Maar uit nieuw onderzoek blijken grote valkuilen.

...overal ter wereld worden burgers digitaal i in kaart gebracht, vaak onder de naam ‘smart city’. Rotterdam komt dit najaar met een ‘smart city-aanpak’. Amsterdam heeft sinds vorig jaar een chief technology officer (CTO) die allerlei experimenten met technologie doet; van het plaatsen van sensoren die meten hoe druk het is in fietsenstallingen tot het geautomatiseerd in de gaten houden van mensenmassa’s tijdens evenementen. Zelfs Midden-Drenthe heeft een eigen smart city-app.

„De beloftes zijn groot: de smart city kan erg veel opleveren”, zegt Jorrit de Jong, academisch directeur van het overheidsinnovatieprogramma van Harvard University. Er komt veel meer informatie beschikbaar waarop gemeenten hun beleid kunnen afstemmen. „Maar er zijn ook potentiële problemen. Daar wordt nog niet altijd even goed over nagedacht...

1] De slimme stad wordt gehackt; Hoe meer sensoren, infrastructuur en besturingssystemen een internetverbinding krijgen, hoe meer er kwetsbaar worden. De Jong: „Niet alle kleine gemeenten hebben de capaciteit om de beveiliging even goed te regelen.” En behalve de fysieke systemen moeten ook de gegevens goed zijn beschermd. Aan data uit slimme energiemeters is bijvoorbeeld af te leiden wanneer iemand thuis is. Handig voor inbrekers. Gezondheidsgegevens zijn een extra gevoelig onderwerp, bijvoorbeeld omdat die geld waard kunnen zijn voor verzekeraars. „De beveiliging en de privacybescherming van die data is van absoluut belang”, zegt Kontokosta. Geen enkel systeem is 100 procent waterdicht.

Wat naast de beveiliging belangrijk is: wie is de eigenaar van de data? Een oplossing daarvoor komt uit Estland. Daar blijven data over een burger van die burger zelf. „Dat kan transparanter maken wat er met gegevens gebeurt”, zegt Kontokosta. Maar het is technisch ingewikkeld om data over verschillende personen van elkaar te scheiden. Voorlopig zijn het de gemeentes of de uitbaters van de sensoren die de data in bezit krijgen.

2] De algoritmes worden oncontroleerbaar; Om patronen te ontdekken in de berg gegevens, zijn algoritmes nodig. Die doorzoeken de data op basis van een vaste set instructies. De instructies die in zo’n algoritme zijn ingeprogrammeerd, bepalen de uitkomst. Maar wat als die instructies ethisch niet door de beugel kunnen? Daarvan zijn nu al veel voorbeelden. ...De Jong: „Het is heel belangrijk dat zo’n algoritme deugdelijk is.”Vooral omdat potentieel ook factoren als etniciteit, leeftijd of inkomensniveau van de bewoners een rol kan spelen. „Dan kom je bijvoorbeeld al snel bij etnische profilering en andere ongrondwettige zaken.”

3] Bedrijven krijgen te veel invloed;  In Eindhoven betaalt het Franse bedrijf Atos grootschalige experimenten. Ger Baron van Amsterdam wordt naar eigen zeggen „dagelijks” benaderd door bedrijven die nieuwe technologieën willen uitproberen op Amsterdammers. Veruit de meeste wijst hij af. Technologiebedrijven als Samsung, Microsoft, IBM en Alphabet (voorheen Google) hebben de slimme stad ontdekt en zijn nauw betrokken bij veel projecten, ook in Nederland. „Maar de belangen van bedrijven zijn zeker niet altijd de belangen van burgers”, zegt Baron. Ze hebben soms andere opvattingen over het eigendom van de data, of de transparantie van projecten. Voor de gemeenteraden is openheid en controleerbaarheid van belang, maar bedrijven willen soms meer geslotenheid om concurrenten niet wijzer te maken.

4] De overheid verprutst de IT; IT en de overheid zijn niet altijd een even fijne combinatie; vaak mislukken miljoenen kostende projecten. De Jong van Harvard deed onderzoek naar wat bepaalt of een smart city-project een succes wordt of niet. Daaruit blijkt dat drie factoren cruciaal zijn. De eerste factor is het vermogen van gemeenten om zowel intern als extern samen te werken....

...De tweede factor die uit het onderzoek blijkt, is het vermogen van gemeentes om heldere doelen te stellen en daar meetbare criteria aan te koppelen. Nu wordt vaak vanuit de techniek gedacht: we hebben Twitter en allerlei sensoren, wat moeten we daarmee? Denken vanuit het oplossen van problemen van burgers is productiever, blijkt. Ten derde moet een gemeente in staat zijn om alle data te analyseren. Daar is expertise voor nodig die gemeenten niet altijd hebben, beamen Kontokosta en Baron.

Alles bij de bron; NRC [digi-scan]

Als je bij privédetectives nog steeds denkt aan mannen met gleufhoeden en een krant met een gat erin geknipt, ben je echt hopeloos ouderwets. De nieuwe privédetective heeft een hippe naam, zoals MaxiDelta, en weet meer over jouw voedselvoorkeuren dan je partner.

In het privacydebat gaat het vaak over de geheime diensten, de overheid of grote bedrijven als Facebook en Google. Maar in Nederland is er veel minder gekeken naar de grootschalige handel in informatie achter de schermen. Bedrijven als 4orange kopen informatie op en verkopen die informatie weer of bieden analyses aan op grond van die informatie. Die analyses worden bijvoorbeeld gebruikt voor marketing of kredietanalyses. Zulke bedrijven heten in de Verenigde Staten data brokers. In Nederland noemen we ze datahandelaren of handelsinformatiebureaus.

 

In de VS is eerder onderzoek gedaan naar dit soort datahandelaren. Daar bleek hoe gedetailleerd de profielen waren die sommige van dit soort bedrijven erop na hielden. Ze hadden informatie over vrijwel elke burger tot op het detailniveau van ‘vegetariër’, ‘hondenliefhebber’, etc. De Amerikaanse toezichthouder (the Federal Trade Commission) riep daarom op tot meer transparantie en verantwoording in deze markt.

De afgelopen maanden zijn we met De Correspondent een onderzoek gestart naar profilering in Nederland. In een artikel dat binnenkort verschijnt schrijft journalist Maaike Goslinga wat datahandelaren allemaal over jou weten. Uit haar onderzoek blijkt dat er ook in Nederland veel datahandelaren zijn. Zo rond de 200. Er wordt duidelijk dat deze bedrijven veel informatie over ons hebben, maar dat ze vaag blijven over hoe ze daadwerkelijk aan die informatie komen. Hebben we wel toestemming gegeven? Informatie wordt over en weer verkocht en het is voor jou totaal niet meer te overzien waar je gegevens zich bevinden. Daarnaast blijkt het moeilijk te zijn om inzicht te krijgen in hoe die gegevens worden gecombineerd. Je hebt weliswaar een profielscore, maar die wordt niet altijd aan je gemeld.

 

Met andere woorden: het is mogelijk dat gegevens over jou in een systeem zitten zonder dat je daar weet van hebt of toestemming voor hebt gegeven, dat je daardoor vervolgens niet in aanmerking komt voor een lening, én dat het onmogelijk is om erachter te komen waarom dat het geval is.

 

 

Maar het is dan ook tijd voor een meer structurele oplossing. Deze informatiemarkt neemt alleen maar toe als gevolg van ontwikkelingen zoals de internet of things en big data. Nu al deinzen andere marktpartijen er niet voor terug om gevoelige informatie bij datahandelaren op te vragen. Dat betekent dat we meer waarborgen voor burgers moeten inbouwen.

 

Waarom moet je als je ergens online iets koopt je gegevens aan derde partijen geven die je helemaal niet kent? Waarom kun je je daarna pas achteraf tegen direct marketing verzetten? Die keuze hoort vooraf mogelijk te zijn. Ook moet er meer transparantie zijn van en controle op het hergebruik van gegevens door andere organisaties. Ook door overheden. Het voorstel voor een nieuwe Europese privacywet wil hergebruik van gegevens makkelijker maken. Dat is het onderuit halen van privacybescherming en dat kan niet.

 

Het is dus heel belangrijk dat profilering strenger gereguleerd gaat worden. Zo moet je het weten als je op grond van een profiel anders wordt behandeld en moet je inzage kunnen krijgen in het hoe en waarom achter dat profiel. Ook moeten we bepaalde eisen kunnen stellen aan profielen, zowel over de kwaliteit als over de veiligheid van de gegevens. We gaan de komende dagen laten zien waarom dit zo belangrijk is.

Alles bij de bron; BoF

Het was even het gesprek van de dag: de nieuwe Stichting Datarechten gaat namens consumenten een vergoeding vragen aan bedrijven voor het gebruik van hun persoonsgegevens. Het klinkt te mooi om waar te zijn en dat is het in dit geval ook.

Dat persoonsgegevens geld waard zijn, is natuurlijk niet nieuw. De uitruil vindt elke dag plaats, want onze mailprogramma’s – maar ook Nu.nl, WhatsApp en Facebook – zijn niet gratis. Daarnaast hebben we vaak ook nog diverse klantenkaarten en wat meer zij, omdat zij ons voordeel bieden. En betalen we hierdoor met een deel van onze gegevens, voor de diensten die wij de moeite waard vinden.

Neelie Kroes zei het al eens: ‘data is de nieuwe olie’. En we krijgen alleen maar meer data. Logisch dus dat het leidend voorwerp, de consument, daarvan moet profiteren. Een consument kan natuurlijk besluiten of een onderneming gegevens van hem mag gebruiken. Bedrijven moeten daarbij dan wel vertellen wat zij met de data doen en in sommige gevallen toestemming vragen. De betreffende toestemming moet wel op ieder gewenst moment weer ingetrokken kunnen worden. Dat is een zelfbeschikkingsrecht dat de consument simpelweg niet aan een Stichting kan overdragen en dus ontbreekt hier elke wettelijke basis en luidt de enige logische conclusie voor aangeschreven bedrijven: niet betalen.

Alles bij de bron; Emerce

 

 

Het wordt tijd dat Nederlandse verzekeraars gaan nadenken over privacy, solidariteit en het sturen van gedrag. Dat blijkt uit onderzoek van het Rathenau Instituut naar verzekeren in de datagedreven samenleving.

Onderzoekers van het Rathenau Instituut interviewden specialisten bij de innovatieafdelingen van Delta Lloyd, Reaal en coöperatie DELA, bij het Verbond van Verzekeraars, bij universiteiten en bij het nieuwe initiatief Fairzekering. De onderzoekers vulden de interviews aan met literatuuronderzoek en met eerdere studies van het Rathenau Instituut over de datasamenleving.

Uit het onderzoek van het Rathenau Instituut blijkt dat Nederlandse verzekeraars op dit moment nog niet massaal met big data bezig zijn. Toch kunnen de verzekeraars maar beter snel gaan nadenken over wat nieuwe verzekeringsmodellen betekenen voor publieke waarden als privacy, solidariteit en het sturen van gedrag.

Meer hier;

Bron; Rathenau

Slechts weinig organisaties kennen de waarde van de gegevens waarover zij beschikken. Uit een onderzoek van adviesbureau PwC blijkt dat gemiddeld 50,1 procent weet wat zij in huis heeft. Een schamele 4 procent heeft de zaakjes echt op orde. Het onderzoek is uitgevoerd onder 1650 grote en middelgrote bedrijven in Europa en Noord-Amerika. 

Opvallend is dat de meeste organisaties denken het goed te doen, maar bij doorvragen blijkt dat helemaal niet het geval te zijn. Deze groep (76 procent) heeft geen flauw benul van de commerciële waarde die hun gegevens in zich dragen.

In een achtergrondartikel gaan Jeroen Stikker (managing director Iron Mountain Nederland) en Otto Vermeulen (partner bij PwC Nederland) dieper in op de vaststelling dat de business zijn verantwoordelijkheid moet nemen en de waardebepaling niet aan de it-afdeling moet overlaten.

Alles bij de bron; Computable

Antivirussoftware AVG heeft zijn privacyvoorwaarden aangepast, volgens deze nieuwe voorwaarden mag AVG browse- en zoekgeschiedenis verzamelen van gebruikers. Niet-persoonlijke gegevens kunnen vervolgens worden doorverkocht aan derden, zoals adverteerders. Als een gebruiker kan worden geïdentificeerd aan de hand van browsegeschiedenis, zal deze data eerst worden geanonimiseerd.

AVG vertelt aan Wired dat het verzamelen van data al langer volgens de voorwaarden is toegestaan, maar het is nu pas duidelijk verwoord. 

De antivirussoftware verzamelt standaard je gegevens. Het is echter mogelijk om deze optie vanuit AVG te deactiveren.

Bron; NU

Big data wordt overal gebruikt de laatste tijd. Elke dag zijn er verhalen over hoe de grote hoeveelheden data gebruikt worden door bedrijvenregeringen en zelfs individuen. Daardoor heeft het woord misschien wat minder lading gekregen, maar het spreekt voor zich dat ook het leger gebruikt maakt van big data. Maar wat voor data gebruikt defensie nou eigenlijk, en hoe? Het blijkt dat het leger elke soort big dataset gebruikt die je je maar kan voorstellen. Het wordt overal gebruikt, van het plannen van dagelijkse taken tot het organiseren van missies op zeer lange termijn.

“Grote databestanden bestaan al erg lang, maar we hebben nu pas de computerkracht en technologie om alles te verwerken,” zegt Vicki Barbur, hoofd van de technische afdeling bij Concurrent Technologies Corporation, een nonprofit-organisatie die cliënten (waaronder defensie) helpt met het vinden van de juist analysemethoden voor de juiste data...

...“De grootste uitdaging is het filteren tussen alle ruis, zodat je de onbruikbare info weg kan laten.” Om door die data heen te spitten vertrouwt defensie op datawetenschappers. Zij ontwikkelen algoritmes om data te analyseren, maken programma’s om datasets te combineren, verbeteren indexeertechnieken om data te organiseren, upgraden de opslag in de cloud en bedenken nieuwe software, zoals Memex, de door DARPA ontwikkelde “Google voor het dark web." 

...Ook is er door biometrische technologie een compleet nieuwe wereld van door mensen gegenereerde data ontstaan. Die data wordt niet alleen gebruikt door inlichtingendiensten (zoals het scannen van de irissen van mogelijk interessante personen) maar ook om soldaten te monitoren. Zoiets simpels als de Nike Fuelband kan al bergen aan informatie verzamelen over het welzijn van soldaten.

De hoeveelheden data zijn niet het enige probleem, ook blijft er de kwestie rondom de ethiek ervan, de vraag hoe je legaal door mensen geproduceerde data kan gebruiken. Nasraoui zegt dat er veel focus van defensie op die vraag moet komen, vooral omdat veel mensen nog niet weten hoeveel data er wordt gebruikt.

“Helaas denk ik niet dat de meerderheid van de mensen door heeft hoeveel data ze produceren door alleen al naar sites te kijken of games te spelen. Ze onthullen zo veel over zichzelf,” zegt Olfa Nasraoui, data wetenschapper bij de universiteit van Louisville. “Ik betwijfel of mensen weten op hoeveel manieren hun data gebruikt wordt. En echt elk stukje data kan gebruikt worden. Hoe ethisch en legaal dat is blijft de grote vraag.”

Alles bij de bron; MotherBoard [Thnx-2-Luc]

De Big Data Survey 2015: het eerste nationale onderzoek naar big data. Het geeft inzicht in de actuele rol van big data, intenties, de mate van adoptie en mogelijke valkuilen. Alle Nederlandse professionals mogen deelnemen aan het onderzoek.

De Big Data Survey 2015 moet inzicht geven in de rol van big data in de directiekamers, de opinie over consumentenprivacy, de ethiek van dataverzameling en de waarde van data als valuta van de toekomst. Daarnaast wordt gekeken naar de praktische kant van big data, zoals de grootste uitdagingen en het kennisniveau binnen organisaties. Tot slot geeft het onderzoek inzicht in de bedrijfsprocessen en doeleinden waarvoor men big data gebruikt.

 

Meedoen?

Iedere professional uit het Nederlandse bedrijfsleven mag (anoniem) meedoen via www.bigdatasurvey.nl. Het onderzoek duurt vijf minuten en deelnemers maken kans op prijzen, waaronder een iPad Mini, Bol.com gift vouchers, big data workshops en vip-treatments tijdens de Big Data Expo.

Bron; Computable

Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha