'Mensen zijn absoluut bereid de mogelijkheden van technologie te omarmen maar zolang ict-bedrijven er onvoldoende in slagen concreet inzicht te geven in het persoonlijk voordeel, blijft de consument sceptisch.' Dat is de algemene strekking van het debat tijdens de ‘Slim Nederland in 2030’-bijeenkomst.

'Het gaat niet om de technologie, maar om hoe en wat het voor de maatschappij kan betekenen', zegt onderzoeker Rinie van Est van het Rathenau Instituut. Belangrijk daarbij is de toepassing van bestaande normen en waarden op technologie en het gebruik daarvan. Deze wrevel over huidige praktijken van ‘dataslurpen’ door technologiebedrijven wordt gedeeld door René Penning de Vries, boegbeeld van Economische Zaken voor de Nederlandse topsector ict. Hij noemt een bedrijf als Uber een verkeerd voorbeeld in deze discussie, 'Want dat is een ja/nee-kwestie.' Je gebruikt Uber of niet. Dit in tegenstelling tot technologiebedrijven die gebruikersgegevens tot zich nemen, via onleesbaar lange gebruikersvoorwaarden. 'Om je vervolgens te bombarderen met allerlei advertenties waar je niet op zit te wachten. Of om bij een 06-nummer dat je gebeld heeft, te vragen: Is dat deze persoon? Ik vind dat storend; ongewenst doorzoeken van data.'

'Mensen hebben al het idee dat ze altijd worden gevolgd. Hoe dichtbij mag dat komen?', vraagt gedragswetenschapper Frank Verberne zich af.  In reactie op de opmerking van debatleider Rick Nieman dat hij wel een iPhone heeft en dus toch al traceerbaar is, geeft hij een verrassend antwoord: 'Ik leg mijn iPhone ook wel eens weg.' Het apparaat wordt bewust uitgeschakeld.

Verberne legt uit dat mensen bereid zijn veel op te geven in ruil voor ‘perceived benefits’. De deelnemers aan het debat zijn het erover eens dat de concrete voordelen van technologie beter uitgelegd moeten worden. Kreten als ‘efficiency’ en ‘duurzaamheid’ kunnen en moeten nader toegelicht worden. Het gaat om de vertaling naar ‘What’s in it for me?’ voor de consument of burger. 

Alles bij de bron;Computable


Als belangrijkste zoekmachine is Google een begrip geworden in onze maatschappij.  Hoe ziet de toekomst van Search er uit? 

Google begon net zoals andere zoekmachines met het indexeren van webpagina’s. Google gebruikte metadata, die we eigenhandig toevoegden, om te begrijpen waar een webpagina over ging. Metadata werd steeds minder belangrijk en vervangen door relaties met andere webpagina’s (links). Google wil namelijk de zoekresultaten steeds verder verbeteren om de leidende positie vast te houden.

De volgende stap was het personaliseren van zoekresultaten. Aan de hand van eerder ingevulde zoektermen en gedrag op websites (die met Google Analytics worden ondersteund), stemt Google de zoekresultaten af op de interesse van de gebruiker. Door deze persoonlijke informatie af te geven aan Google worden de zoekresultaten namelijk beter.

We leveren daarmee een deel van onze privacy in en krijgen hier een betere ervaring voor terug. Google leert je namelijk kennen (als je hiervoor toestemming hebt gegeven) en slaat deze gegevens op in hun eigen databank. Vóór 2012 had Google de persoonlijke gegevens van haar diensten in verschillende databanken staan. Dat is ook de reden dat Google in 2012 al haar privacy policies van haar diensten in één privacy policy hebben gestopt, zodat ze alle Google (CRM) data in één grote databank kunnen opslaan. Het belangrijkste doel: een 'optimaal' zoekresultaatscherm. De komende jaren zal het afstaan van persoonlijke gegevens voor een 'betere' (web)ervaring steeds vaker voorkomen.

Google wil nóg verder gaan om de zoekresultaten te verbeteren en is bezig onze persoonlijke wereld digitaal in kaart te brengen. Hiervoor probeert Google allerlei digitale sporen op het web aan elkaar te koppelen, zoals welke producten/diensten u leuk óf interessant vindt, opinies van u en anderen over deze producten/diensten, demografische gegevens, etc. 

Google personaliseert nog steeds verder maar heeft geen toegang tot alle data, het bedrijf weet bijvoorbeeld niet wat u heeft geliked bij Facebook. Of weet niet wat u aan het doen bent in de apps op uw mobiele telefoon. De lingua franca van vandaag zijn namelijk locatie, tijd, verbonden mensen, vaardigheden en visuele representaties. Deze zaken kunnen namelijk uw zoekvraag nog verder optimaliseren als deze gegevens met elkaar verbonden zijn.

Dat lijkt alsnog niet te gaan gebeuren. Uitdaging hierbij zijn privacywetten, koppeling met sociale netwerken (bijvoorbeeld Facebook) en gegevens van uw mobiele telefoon (apps). Onze digitale zelf zou net zo beschermd moeten worden als onze fysieke zelf. Een mogelijkheid zou kunnen zijn dat u zelf bepaalt wie welke data ziet (Hollywood rights model for data use). U bent dan eigenaar van uw persoonlijk profiel, uw karakter, uw eigen cookies en haar (gedrags)gegevens, uw eigen acties bij de verschillende websites, de data van uw gesprekken, etcetera.

Probleem is dat het eigenaarschap hiervan niet goed geregeld is. Van wie is deze persoonlijke data? De data is namelijk verspreid over verschillende locaties. Het wordt tijd dat deze data centraal wordt vastgelegd en dat u als primaire eigenaar bepaalt wie en welke data gebruikt mag worden. Op deze manier kunt u een webwinkel die u vertrouwt, een groot gedeelte van uw digitale zelf data kunnen geven om op deze manier optimaal geholpen te worden. 

Google wil nog een stap verder gaan en uiteindelijk de zoekbox laten verdwijnen. Als Google de beschikking heeft over al uw persoonlijke gegevens, is statusverandering voldoende om proactief in te kunnen spelen op uw behoefte. Het antwoord wordt dan al gegeven vóórdat de vraag wordt gesteld. Search zal actief worden wanneer ú dat nodig heeft, zelfs als u níet weet dat u het nodig heeft.

Als marketeer dient u dezelfde weg te gaan volgen als Google. Klantdata stuurt uw kanalen en content aan. Hoe meer klantdata u (geautomatiseerd) kunt verzamelen, hoe beter u de service kunt afstemmen op de klant of zelfs prospect. Aan de hand van gedrag en interesses kan de gehele klantreis worden geoptimaliseerd. Start met het inventariseren van alle klantcontacten en verzamel de data per klantcontact digitaal. Deze klantdata kunnen daarna centraal geaggregeerd worden zodat één klantbeeld ontstaat. Dit klantbeeld kun je gebruiken om je kanalen verder te optimaliseren. Next step is het identificeren van de klant uit deze klantdata en te koppelen aan uw CRM, zodat de klant daarna op een persoonlijke wijze (proactief) benaderd en geholpen kan worden.

Alles bij de bron;EMerce


3;  Mag Achmea persoonlijke gedragsgegevens die zijn verzameld voor de auto- of inboedelverzekering gebruiken voor het beoordelen van andere verzekeringen van dezelfde klant of voor het opstellen van risicoprofielen voor bijvoorbeeld (aanvullende) zorgverzekeringen of om bijvoorbeeld de hoogte van de premie per verzekerde te differentiëren op basis van het risicoprofiel? 

Antwoord op vraag 3:  Persoonsgegevens die zijn verzameld voor een bepaald doel mogen niet zondermeer gebruikt worden voor een ander doel. Het is afhankelijk van de overeenkomst of de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van de betreffende diensten mogelijk is gemaakt. De gebruiksvoorwaarden moeten voldoende duidelijk en specifiek omschrijven dat de gegevens kunnen worden verwerkt voor de onderhavige doeleinden. Voor zover de overeenkomst tekortschiet, moet er zijn voldaan aan een van de andere rechtvaardigingsgronden uit artikel 8 Wbp. Toestemming van de betrokkene kan dan een rechtvaardigingsgrond zijn (artikel 8, onder a). 

Bij de basiszorgverzekering geldt overigens een verbod op premiedifferentiatie. Persoonsgegevens die verzameld zijn voor andere schadeverzekeringen mogen daarom niet worden gebruikt voor een premiekorting op de basiszorgverzekering. Voor het gebruik van persoonsgegevens voor bijvoorbeeld premiedifferentiatie bij de aanvullende zorgverzekering geldt wat voor andere verzekeringen geldt...

...6;  Is het Achmea toegestaan om gedetailleerde persoonsgegevens te delen of door te verkopen aan andere bedrijven of derden of aan hen de mogelijkheid te geven gedetailleerde persoonlijke gedragsgegevens te verzamelen als bijproduct van een verzekering? 

Antwoord op vraag 6:  Het staat Achmea op grond van de Wbp niet vrij om persoonsgegevens op een later moment alsnog met derden te delen, indien zij daarvoor geen toestemming heeft van de verzekerden of een andere grondslag uit de Wbp daarin voorziet, zoals een overeenkomst die dit specifiek regelt. De Artikel 29 Werkgroep, waaronder alle nationale gegevensbeschermingsautoriteiten (zoals het Cbp) in de EU vallen, heeft in 2013 aangegeven dat een doel dat vaag of algemeen is omschreven -zoals het verbeteren van gebruikerservaring, of marketingdoelen- zonder verdere detaillering niet voldoet aan de eis van doelbinding. Dan zou niet zijn voldaan aan de eis van welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden voor gegevensverwerking.3 Die eis is opgenomen in artikel 6, eerste lid, onder b, van de privacyrichtlijn4 en artikel 7 Wbp.  

7;  Mag Achmea klanten weigeren als zij geen gebruik wensen te maken van de privacyschendende apparaten? 

Antwoord op vraag 7:  Achmea onderzoekt op dit moment alleen de mogelijkheden nog om gebruik te maken van nieuwe persoonlijke data. Het staat Achmea vrij om voorwaarden te stellen aan klanten. Dit is thans ook al mogelijk, denk bijvoorbeeld aan het weigeren van een persoon voor een aanvullende zorgverzekering of het differentiëren van de premie voor een levensverzekering naar rookgedrag. Achmea is vanzelfsprekend verplicht de wet na te leven. Een beding in de algemene voorwaarden bij de verzekering is bijvoorbeeld vernietigbaar, als dit onredelijk bezwarend is voor de verzekerde (artikel 6:233 BW). Een verzekeraar dient voorts te voldoen aan haar informatieplicht op grond van de Wbp. Klanten moeten worden geïnformeerd over de privacyrisico’s die verbonden zijn aan het delen van privégegevens. Is een klant het niet eens met de voorwaarden die de verzekeraar stelt, dan kan hij kiezen voor een andere verzekeraar.

 8;  Welke maatschappelijke effecten kunnen naar uw verwachting optreden als grote delen van de bevolking kortingen bedingen op verzekeringen door toegang te bieden tot hun persoonlijke gedragsgegevens?
 
Antwoord op vraag 8:  Als grote delen van de bevolking kortingen bedingen op hun verzekeringen door toegang te bieden tot hun persoonlijke gedragsgegevens kan dit allerlei maatschappelijke effecten hebben. In zijn algemeenheid zal binnen de contractsvrijheid vermoedelijk gezocht worden naar nieuwe evenwichten tussen het organiseren van solidariteit en het adequaat beprijzen van risico’s. De hoogte van de premie kan meer worden toegesneden op het daadwerkelijke risicoprofiel van de verzekerde. Dit zou kunnen leiden tot daling van de gemiddelde premie voor verzekeringen, maar tegelijkertijd tot het toenemen van verschillen in premie tussen klanten. Ook andere effecten zijn denkbaar, zoals die worden geïdentificeerd in het recente rapport “Berekende risico’s” van het Rathenau Instituut. Daaruit blijkt dat een eventueel toekomstig verzekeringsmodel dat is gedreven door persoonsgegevens over gedrag, gericht op preventie van risico, tot een sterkere, normatieve invloed van de verzekeraars kan leiden.

Alles bij de bron; Rijksoverheid

Aan een gevoel van dubbelzinnigheid viel niet te ontkomen tijdens deze privacyweek, georganiseerd door de Universiteit van Amsterdam. De internationale Amsterdam Privacy Conference werd gesponsord door Amerikaanse bedrijven die bekendstaan om de grote hoeveelheden persoonlijke data die ze verzamelen: Facebook, Google, Microsoft en Palantir, de softwareontwikkelaar die samenwerkt met geheime diensten.

Zelfs Apple, dat conferenties normaal angstvallig mijdt, was van de partij. In de Amsterdamse Apple Store, na sluitingstijd, organiseerde ’s werelds grootste technologiebedrijf een besloten discussie tussen vertegenwoordigers van de Federal Trade Commission en de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming EDPS.

Hun pleidooien voor „meer transparantie” en „duidelijker gebruiksvoorwaarden” leverden geen nieuwe inzichten op. Wel nieuw is dat Apple zich in de privacydiscussie mengt. Het is een strategie om zich te onderscheiden van concurrent Google en diens mobiele besturingssysteem Android. Op vrijwel elke Android-telefoon staan apps als Gmail, Youtube en Maps, die gekoppeld zijn aan Googles advertentienetwerk.

De iPhone moet het niet hebben van advertenties. „Wij verkopen producten, geen gebruikersprofielen”, aldus Apple-topman Tim Cook. Apples privacy-evangelie in een notendop: meer controle voor het individu, minder data voor Apple. Veel techbedrijven bewerken gebruikersgegevens in op externe servers. Apple probeert de personalisatie op het mobiele apparaat zelf te houden. Persoonlijke assistent Siri bewaart gebruikspatronen (populaire mailadressen en apps, veel geraadpleegde contacten) niet in de cloud.

Maar advertentievrij is de iPhone zeker niet: in de onlangs geïntroduceerde nieuws-applicatie Apple News zitten gepersonaliseerde iAd-advertenties. iAd verdeelt consumenten onder in groepen van minstens 5.000 personen. Dat is minder fijnmazig dan de profielen die Facebook of Google van hun gebruikers aanleggen, benadrukt Apple. „iAd levert maar een fractie van onze omzet”, schreef Tim Cook. Waarom dan toch een advertentienetwerk beginnen voor zo’n 800 miljoen iPhone-gebruikers? Hetzelfde liedje: om Google te dwarsbomen.

Alles bij de bron; NRC

 

Het gebruikelijke verdienmodel van verzekeren staat behoorlijk onder druk. Op dit moment kunnen premies alleen nog worden berekend op basis van standaard persoonsgegevens. In ruil voor een gunstigere premie is circa de helft van de Nederlandse autobezitters bereid om persoonlijke gegevens te delen met verzekeraars.

Gegevens over het rijgedrag worden in de toekomst veel waardevoller. Verzekeraars worden steeds creatiever om aan gedragsgegevens te komen. Om het rijgedrag van automobilisten in kaart te brengen biedt Achmea klanten aan een meetkastje in de auto te plaatsten. Zodra deze gedragsgegevens worden gedeeld, krijgen klanten premiekorting op hun autoverzekering. De hoeveelheid data die wordt opgeslagen door verzekeraars groeit exponentieel. Om steeds meer informatie over klanten te vergaren, zetten verzekeraars in toenemende mate apparatuur in.

Big data wordt steeds belangrijker om premies te berekenen en verzekeraars mogen daarin behoorlijk ver gaan. Hoe completer het beeld van menselijk rijgedrag is, des te meer geld dit waard is. Het nemen van besluiten op basis van gekoppelde gegevens kan wellicht voelen als discriminatie, maar het is niet in strijd met de wet als verzekeraars gebruik maken van een risicoprofiel.

...Verzekeraars zien duidelijk kansen en consumenten eerder een schending van hun privacy. Big data biedt enorme mogelijkheden voor organisaties: klanten kunnen zeer gedetailleerd in kaart worden gebracht. Maar hoever mag je als verzekeraar gaan? “Waar de grens ligt, is lastig te beoordelen. In de Wet bescherming persoonsgegevens is vastgelegd hoe organisaties met persoonsgegevens moeten omgaan. Uitgangspunt bij deze wet is een minimale inbreuk op privacy door minimaal gebruik van persoonlijke gegevens. Het College Bescherming Persoonsgegevens houdt toezicht op de naleving van deze wettelijke regels”, stelt het Juridisch Loket.

Doordat het gebruik van data uit diverse bronnen toeneemt, wordt het voor de consument steeds onduidelijker hoe premies daadwerkelijk tot stand komen. De consument die het nog niet zeker weet om de gegevens van zijn of haar rijgedrag te delen, heeft hierdoor te weinig handvatten om een keuze te maken. De belangrijkste stap is vertrouwen.

Het zou de klant ten goede komen als verzekeraars transparant zouden zijn en inzicht geven in het big data-proces. Want wat verzamelen ze precies? Het consumentenvertrouwen groeit bij correct gebruik van klantgegevens waarbij de privacy van klanten goed wordt bewaakt. Als een klant het nut inziet van het geven van data, weet wat er met zijn of haar data gebeurt en toestemming geeft, kunnen verzekeraars behoorlijk ver gaan.

Alles bij de bron; CustomerTalk

 

Ieder jaar doet Atos Consulting, de consultancytak van wereldwijde IT-dienstverlener Atos, onderzoek naar de belangrijkste trends en ontwikkelingen in de telecom, media en technologiesector. In het onderzoek van dit jaar, getiteld “Telecom operator: activate your gold”, besteden de onderzoekers voornamelijk aandacht aan de opkomst van data in het telecomlandschap.

...Om een indicatie te geven van de potentiële waarde: volgens Compass Intelligence ligt de waarde van een relatief compleet consumentenprofiel nu rond de $55. Deze waarde zal naar verwachting verder stijgen in de komende jaren, aangezien Big Data technologie de mogelijkheden voor dataverzameling en analyse zullen vergroten. Een andere benchmark is die van Facebook, die laat zien dat de impliciete waarde van een enkele gebruiker op zijn platform in enkele jaren is gegroeid van slechts $10 naar vandaag de dag meer dan $50. Reden is dat het Facebook gelukt is de footprint van Facebook-gebruikers wereldwijd te versterken.

Het onderzoek laat zien dat de telecomsector momenteel te maken heeft met een aantal zich tegelijkertijd voltrekkende veranderingen met vergaande consequenties. Een van de belangrijkste trends is die van ‘connectivity’ (verbondenheid). Overal ter wereld, maar in het bijzonder in het Westen, hebben mensen het internet – en de apparaten die toegang ertoe verschaffen (zoals smartphones en tablets) – in een razend tempo omarmd. Hierdoor staan consumenten tegenwoordig bijna non-stop online in contact met de wereld om zich heen, waar ze ook zijn of wat ze ook doen. Volgens de onderzoekers zal tegen 2018 het totale aantal verbonden apparaten en objecten zijn gestegen tot 25 miljard, waarvan in totaal zo’n 4,5 miljard smartphones...

...Daarnaast opent het echter ook de deuren voor een geheel nieuwe markt. Deze nieuwe economie, ook wel ‘the Economy of Data’ genoemd, biedt een gigantisch potentieel voor organisaties die daar succesvol op weten in te spelen met een scala aan innovatieve winstgevende businessmodellen.

De enorme toegevoegde waarde die voor het grijpen ligt voor deze organisaties ligt volgens de auteurs in de ruimte die bestaat tussen de consumenten en hun providers. Aan de ene kant zijn er de consumenten, die behoeften hebben die zij vervuld willen zien, en aan de andere kant zijn er de providers die graag de gevraagde producten en/of diensten willen leveren. Voor beide partijen ligt de waarde in een goede match tussen het aanbod en de vraag en volgens Atos Consulting zijn het de matchmakers, of de ‘data activators’, die zich in de ideale positie bevinden om succesvol te worden in de nieuwe data-economie...

...Hier spelen vooral digitale footprints een belangrijke rol – door het online gedrag van consumenten en de keuzes die zij maken, genereren ‘verbonden consumenten’een grote hoeveelheid informatie over hun persoonlijke voorkeuren, interesses en locatie. Naarmate de tijd verstrijkt en er nieuwe informatie aan de mix wordt toegevoegd ontstaat er een rijk consumentenprofiel, dat in het matchmaking proces kan worden toegepast om alleen de meest relevante informatie aan elke consument aan te bieden. Aan de andere kant van het spectrum is de consument ook altijd bereikbaar om informatie te verkrijgen zonder daar naar op zoek te zijn,..

...De deuren die geopend worden zullen als vanzelfsprekend niet onopgemerkt blijven in de markt, en diverse bedrijven maken zich op om hun deel van het nieuwe goud binnen te halen. “Techbedrijven, telecomoperators, overheden, grote sociale platformen en op kleinere schaal in bepaalde niches zelfs onafhankelijke platformen, zijn zich achter de schermen aan het voorbereiden op hun rol als data activator”, stelt Konings. Een analyse van de verschillende krachten binnen de markt laat zien dat de telecomoperators het beste zijn uitgerust om succesvol te worden in de dataeconomie

Lees alles bij de bron; Consultancy

Een half jaar aan hartslagmetingen, bewegingsdata, hardlooptrainingen; ik ben het allemaal kwijt. En waarom? De data was verzameld door mijn Apple Watch en zat daardoor in het Health-platform van Apple. Opgesloten. Letterlijk. Hoe zit dat? 

Omdat het om hele persoonlijke data gaat, slaat Apple de gegevens niet integraal op in iCloud. Niet eens uit veiligheidsoverwegingen, gok ik, maar omdat ze dan kunnen zeggen dat ze dit soort data niet opslaan en dus geen inbreuk maken op mijn privacy. Dit is een ongelofelijk belangrijk element in Apple’s huidige marktpositionering. 

... op zich kan ik prima leven met die lokale data. Alleen dat zou ik wel willen dat ik die data op de één of andere manier uit het Health-platform van Apple kan halen, zodat ik er zelf iets mee kan doen of hem te back-uppen. Privacy bestaat in mijn ogen niet alleen uit anderen die niet bij mijn data kunnen, maar ook uit de toegang tot die data (mijn data!) door mijzelf. Apple zegt A, maar geen B.

En het wordt nog mooier: de data zit zo opgesloten dat je hem niet los kunt overzetten naar een nieuwe iPhone. Hij zit dus echt letterlijk opgesloten in je iPhone. 

Er is één manier om de data over te zetten: via een versleutelde backup van je hele telefoon in iTunes in iCloud. Als je zo’n reservekopie van je telefoon maakt en die op een andere telefoon plaatst, wordt je Health-data meegenomen. Nou ging de reservekopie van mijn iPhone al zo’n 4 jaar mee. Van toestel naar toestel. En in de Apple Store kreeg ik het advies om een keer opnieuw te starten, omdat er wat issues waren gedetecteerd met de software op mijn iPhone. Maar mijn lei werd daardoor wel iets te schoon.

Apple dwong metautomatisch om afscheid te nemen van mijn Health-data. Met het wissen van mijn oude iPhone is de data voorgoed verdwenen. Er is een stukje van mijn leven weg, zo voelt het. Achteraf blijkt er inmiddels een externe tool in elkaar te zijn gesleuteld om de data toch over te zetten, maar die kwam voor mij te laat. 

Alles bij de bron; Numrush

Delta Lloyd zet big data en kunstmatige intelligentie in om automatisch op internet te zoeken naar gestolen auto’s, sieraden en elektronica. Het bedrijf heeft al sinds 2013 een speciaal team dat zich bezig houdt met het terugvinden van gestolen objecten.

Tot nu toe werd het speurwerk vooral handmatig gedaan. Met de komst van 'Sjerlok' is dit sinds kort grotendeels verleden tijd. In geval van diefstal of vermissing stroopt Sjerlok het internet af op zoek naar vermiste object. Het AI-systeem vergelijkt en koppelt online aangetroffen informatie met de informatie over de gestolen spullen. Daarnaast blijft Sjerlok het dossier tijdens de opsporing monitoren en zorgt het voor samenwerking en communicatie met andere partijen, zoals de politie en onderzoekbureaus.

Sjerlok werd ontwikkeld door 8vance Matching Technologies in samenwerking met Delta Lloyd en een aantal studenten van de Hogeschool Leiden - Forensisch ICT.

Alles bij de bron; AutomGids

Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha