PostNL moet als uitvoerder van de universele postdienst in Nederland zorgvuldig omgaan met gegevens van klanten. Het bedrijf verwerkt namelijk een enorme hoeveelheid persoonsgegevens: offline en online. 

Nog voordat je toegang krijgt tot de website de site van PostNL wordt er tijdens het tonen van de cookieverklaring al een trackingcookie van Adobe Analytics op je computer geplaatst. Je pseudo-geanonimiseerde zoekgeschiedenis, locatiegegevens en klikgedrag worden vanaf dat moment geanalyseerd. 

Het is positief dat op elke pagina van de PostNL-website een verwijzing is te vinden naar de voorwaarden. Wanneer je als bezoeker op de privacyverklaring klikt, staat daarin dat PostNL persoonsgegevens alleen zal gebruiken voor de in de verklaring omschreven doeleinden. Het valt bijna niet op dat bepalingen uit één van de zes aparte privacyverklaringen van PostNL, zoals die van de verhuisservice op grond waarvan op grote schaal gegevens mogen worden verkocht, voorrang kunnen hebben op deze privacyverklaring. 

PostNL Holding BV is een Nederlands bedrijf met dochterbedrijven in Duitsland, Italië en Verenigd Koninkrijk. Persoonsgegevens kunnen met deze bedrijven worden gedeeld, daar is PostNL helder in. Het is voor klanten niet inzichtelijk of dit ook geldt voor de partners van deze dochterbedrijven in ruim 190 landen.

Bedrijven kunnen hun adressenbestand tegen betaling matchen met het verhuisbestand van Post NL. Het is opvallend dat via de profielen van de verhuisservice volgens het toenmalige College Bescherming Persoonsgegevens in een onderzoek naar de AH-bonuskaarten naar voren kwam dat via PostNL zelfs de identiteit van anonieme houders van de bonuskaart kan worden achterhaald. Het CBP heeft hier geen nader onderzoek naar gedaan.

PostNL verzamelt niet alleen adressen en namen, maar ook gegevens over het geslacht en de persoonlijke voorkeur. Op het gebied van dataminimalisatie zou PostNL een slag kunnen slaan: het opvragen van iemands geslacht is niet nodig om een brief of pakketje te kunnen bezorgen. Wanneer je gebruik maakt van de verhuisservice van PostNL moet je ook een geboortedatum opgeven, maar het is niet duidelijk waarom dat nodig is: naam en adres zouden voldoende moeten zijn bij het versturen van een verhuizingsmelding. PostNL stelt verder in de cookieverklaring bij gegevensbestanden van Innometrics dat gegevens die de cookies verzamelen maximaal tien jaar worden bewaard. Dit is een buitenproportioneel lange termijn voor het bewaren van gegevens.

Als je wilt dat jouw bericht niet zomaar door iemand anders wordt gelezen, kun je het best gebruik maken van de post. Want dankzij het grondrecht op briefgeheim mag een organisatie of persoon alleen met toestemming van de rechter je post openen. Dankzij het grondrecht op briefgeheim worden je berichten goed beschermd, maar PostNL zou die beschermingsmethoden wel concreter kunnen maken. Er zouden tevens minder klantgegevens via het webportaal van PostNL kunnen worden opgevraagd.

Alles bij de bron; PCMweb


 

Heeft u Google Fit al op uw telefoon? Ik wel – ik hou van gadgets. Beetje kinderachtig misschien, maar mijn ‘persoonlijke records’ worden bijgehouden in indrukwekkende grafieken. Google Fit is een voorbeeld van ‘zelf-surveillance’ – je doet het je zelf aan, het wordt aan niemand gerapporteerd. Althans nog niet. Voor zover ik weet. Hoewel de baas, de dokter en de verzekeraar best geïnteresseerd kunnen zijn. Net als de handelaren in sportspullen. Maar voorlopig vertrouw ik op de ‘privacy instellingen’ van Google.

Dergelijke apps zijn er ook voor wat je eet, hoe je reist en waar en waaraan je geld uitgeeft. De digitale coach signaleert, informeert en adviseert. Google en Facebook zoeken er adverteerders bij. Iets dergelijks gebeurt op nieuwssites en sociale media, waar jouw gebruik mee bepaalt wat je nog meer te zien krijgt. De moderne auto houdt intussen bij wanneer het tijd is voor een servicebeurt, waar de reis zoal naar toe gaat, wie achter het stuur zit, hoe de motor zich gedraagt, of er een storing dreigt. Als u van de weg raakt belt de auto de alarmcentrale. De zoekmachine op internet onthoudt wat u daar eerder opzocht, waarin u zoal geïnteresseerd bent en past de zoekresultaten en aanbiedingen daarop aan.

De moderne mens leeft online – onlife heet dat inmiddels. We worden daar constant begeleid, beïnvloed en gestuurd door software – steeds meer aspecten van onze privélevens raken verbonden met internet, vrijwillig, maar vaak ook ongemerkt. En nu de hamvraag: worden we daar ook beschermd? Bestaat er al een besef van een digitale rechtsstaat? Het gemak dient de mens, maar waar begint onvrijheid, paternalisme, manipulatie?

Vorige week publiceerde het Tilburgse Rathenau instituut een rapport dat nieuwe mensenrechten voor het digitale surveillance tijdperk voorstelt. Namelijk het recht om niet gemeten, niet geanalyseerd en niet gecoacht te worden. Burgers moeten profilering, tracking en beïnvloeding door software voortaan steeds kunnen weigeren. Daartegen zijn we nu vrijwel weerloos – privacy en anonimiteit verdampten. Feitelijk gaat het om herstel van het recht op anonimiteit, om te mogen ontsnappen aan de continue analyse van alles wat we doen. Niet gesurveilleerd en niet heimelijk beïnvloed worden, maar mogen ontkomen aan de samenleving die perfect doorzoekbaar is en waarin het leven van iedere burger ‘leesbaar’ is.

Het rapport portretteert internet als één groot psychologisch experiment waarin het ‘vastzuigen’ van mensen aan hun schermen wordt geperfectioneerd aan de hand van data die gebruikers zelf verstrekken. Eigenlijk zouden software ontwikkelaars net als medici een eed moeten ontwikkelen, waarin ze beloven burgers niet aan te tasten in hun autonomie. En dus vrij blijven in hun handelen, hun denken en geweten.

Alles bij de bron; NRC


 

Een techbedrijf dat een grotere impact heeft op de levens van mensen dan Google, Facebook en Apple. Amazon is hard op weg om dat punt te bereiken. Je kent Amazon waarschijnlijk als webwinkel. Dat is een terechte associatie, want zo is het bedrijf bekend geworden. Rondom die formule heeft het bedrijf in de loop der jaren heel veel andere producten bedacht.

Een paar onderdelen die de komende jaren heel belangrijk kunnen worden voor het bedrijf, springen eruit. De grote onbekende is daarin misschien wel het belangrijkste: Amazon Web Services. Een online opslagdienst voor bedrijven. Een groot aantal bedrijven, zoals Netflix, Adobe en BMW, maken daar bij Amazon gebruik van. Deze dienst wordt AWS (Amazon Web Services) genoemd en is daarmee een essentieel stuk infrastructuur geworden. Want als dat netwerk eruit ligt, kun je bijvoorbeeld niet Netflixen.

En met dat geld kan het bedrijf heel veel experimenteren. Dat is uiteindelijk het grote doel van Amazon, innoveren. "Wat heel bijzonder is, is dat Amazon zich zeer sterk richt op de erg lange termijn", zegt Professor Martin Wetzels, hoogleraar Marketing Supply Chain Research aan Maastricht University. "Ze denken jaren vooruit." Daarbij zijn er drie ontwikkelingen die je goed in de gaten moet houden: de slimme assistent, bezorgen met drones en de inzet van kunstmatige intelligentie.

"Aan dit alles kleeft ook een nadeel", zegt Wetzels. Amazon verzamelt namelijk heel veel data. Dat doen natuurlijk veel meer bedrijven, maar het is wel iets om scherp op te letten. Uiteindelijk is het de vraag waar klanten het meeste waarde aan hechten en hoe erg ze het dan vinden dat Amazon al hun data heeft." Daarnaast zorgt dat ook voor een zogenoemde lock-in: je wordt zo afhankelijk van de tentakels van de octopus dat ervan loskomen haast niet mogelijk is.

Alles bij de bron; NOS


 

Leuk, zo’n hip stoplicht met sensor en camera, maar waarom zou je daar eigenlijk iets over moeten weten? Omdat nieuwe technologieën in combinatie met big data impact hebben op ons allemaal, legt prof. dr. Liesbet van Zoonen uit. Een beetje datawijsheid is daarom wel zo handig.

Waarom zou ik als burger moeten weten hoe dat precies werkt? Ik weet toch ook niet hoe mijn telefoon, auto, televisie en magnetron precies werken? Maar bij de ontwikkeling van de slimme stad zijn legio vragen te stellen. Het gaat niet alleen om simpele operationele beslissingen, maar om sociale en politieke ingrepen in de stad. Wie beslist welk lichtscenario aangaat en weer uit mag? En als dat op basis van data gaat, wie richt dan het algoritme in? Wat gebeurt er met de camera en wifigegevens? Hoe zit het met de privacy van bewoners? ...

... Precies daarvoor zijn datadialogen bedoeld. Om de bezorgdheid van mensen weg te nemen en hen te overtuigen van het maatschappelijk nut van grootschalige datakoppeling. We gaan daarom in gesprek met burgers. Ten eerste om hen precies te informeren over wat we doen en transparantie van het project te vergroten. Ten tweede om meer inzicht te krijgen in eventuele bezorgdheid van uitkeringsgerechtigden over hun persoonlijke gegevens en om manieren te verkennen om hen te laten meepraten en meebeslissen over het gebruik van hun gegevens.

We hebben niet de illusie dat we mensen daarmee volledig kunnen informeren. Het oude ideaal van burgerschap waarin iedereen goed op de hoogte is van wat er speelt, zich op basis van informatie en discussie een oordeel vormt en vervolgens bijdraagt aan de samenleving, is in deze tijd niet meer houdbaar. Daarvoor is de wereld te uitgebreid en te ingewikkeld geworden. Het is simpelweg fysiek en cognitief onmogelijk geworden om overal goed over geïnformeerd te zijn, en dat ideaal moeten we ook loslaten. Maar er is een alternatief: opletten, monitoren. Zoals ouders die bij het zwembad zitten: die volgen niet in detail wat er allemaal gebeurt, maar letten net genoeg op –ze monitoren– om te kunnen ingrijpen als hun kind of dat van een ander dreigt te verdrinken.

Alles bij de bron; RefDagblad


 

Door capaciteitsgebrek wordt veel misdaad niet opgepikt. De inbreker of fietsendief van weleer houdt zich tegenwoordig veelal bezig met cybercriminaliteit of internetoplichting, waarvan de aangiftebereidheid veel lager is.Maar hulp is nabij.

De politie voert - na testen in ondermeer Enschede, Groningen en Den Haag - een datasysteem om een verhoogd risico op criminaliteit te voorspellen nu landelijk in. Het Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS) analyseert en voorspelt plaatsen en tijdstippen met hoger risico van ‘high impact’ misdaden als zakkenrollen, straatroof, geweld, diefstal en (auto)inbraak; in fijnmazige gebieden van 125 bij 125 meter en binnen tijdslots van maximaal vier uur. Dat gebeurt aan de hand van tweewekelijkse misdaadstatistiek, gemengd met een trend van twee jaar. Als de 168 politie-eenheden er eind dit jaar alle mee werken, dan is Nederland het eerste land waar ‘predictive policing’ in de gehele natie wordt toegepast...

...Vermindering van misdaad zal iedereen toejuichen en is het doel van de inmiddels niet minder dan 700 ‘intelligenceprofessionals’ tellende Community of Intelligence van de politie. Hoe meer we ons laten kennen, des te veiliger wordt het leven. Fair deal? Rutger Rienks, afdelingshoofd business intelligence en kwaliteit bij de landelijke politie, besteedt uitgebreid aandacht aan ethische vraagstukken. Een deel van de volgende zes vraagtekens bij het voorspelen van criminaliteit vanuit data is gebaseerd op het boek:

1) Groeiende afhankelijkheid van machines als black boxes die besluiten nemen zonder dat mensen nog weten hoe die besluiten zijn genomen noch er invloed op kunnen uitoefenen of kunnen corrigeren.

2) Het risico op het stigmatiseren van personen en groepen maar ook van wijken. Frank Bovenkerk wees al op het risico op het ‘contraire effect: hele bevolkingsgroepen tegen je in het harnas jagen.

3) En welke betrouwbaarheidsmarges moet je hanteren: 50, 75 of 95 procent? Dan nog: de vooroordelen bij de data, vermenigvuldigd met de onderbuikgevoelens van de speurders leiden tot bijvoorbeeld ‘etnisch profileren’. Waar ligt de grens bij het hanteren van indicatoren qua leeftijd, geslacht, vervoermiddel etc. bij preventief fouilleren en met verkeerscontroles?

4) De ‘valse positieven’; onterecht aanwijzen van mensen als verdachten. Met wie de speurders vervolgens geen enkele voorzichtigheid of twijfel meer hebben en tonen. Het exemplarisch geval met de klem gereden ‘dame met een poedel’ die niet de verwachte zware drugscrimineel was.

5) Big data als ultieme middel om het rendementsdenken te optimaliseren. Oftewel: de middelen worden geoptimaliseerd om tekortkomingen in de opsporing elders te compenseren.

6) Boeven spelen in op Het Model en het handelen van de politie op grond van Het Model en kiezen voor andere plekken en vormen van misdaad met minder pakkans.

...Het vereist nogal wat wijsheid en onbevangenheid om het debat over het voorspellen van (crimineel) gedrag, te voeren: wijsheid vooral van degenen die louter voordelen zien en onbevangenheid en relativering van de privacyvoorvechters.

Privacyverdedigers kunnen zich afvragen of er soms ook hogere doelen zijn dan privacy. Als je ernstig ziek bent, slachtoffer, bedreigd of anderszins in acute nood, dan is het redden van het vege lijf soms net wat belangrijker dan tijdelijk verlies van privacy. Bovendien gebruikte de veldwachter altijd al de onderbuik.

De wijsheid van de dataspecialisten kan beginnen met de vraag: hoeveel gelukkiger zal de mensheid worden van de verzameling en inzet van al die data? Hoe perfect willen we de samenleving inrichten ten koste van individuele grilligheid die haar juist zo kleurrijk maakt? Dat is een technologisch gezien domme vraag, maar zelfs bij de geneugten van smartphonegebruik worden momenteel vraagtekens gezet. ‘Minder, minder…’ kan ook, of wat datagebruik betreft: niet alles wat kan, hoeft ook.

De grote vraag: kun je met een aantal beperkende voorwaarden en met privacy by design dikke data nuttig inzetten zonder een Grote Broer te creëren die de individuele vrijheid uiteindelijk onomkeerbaar zal aantasten?

Alles bij de bron; NetKwesties


 

Om adverteerders te tonen dat hun reclame al dan niet werkt, gaat Google nu ook offline betalingen met kredietkaarten analyseren en aan gebruikersprofielen linken. 

Dat vertelde de techgigant op Google's jaarlijkse marketingconventie in San Francisco. Het bedrijf, dat het grootste deel van zijn fortuin haalt uit reclame-inkomsten, kondigt daar enkele nieuwe tools aan voor marketeers. De opvallendste is waarschijnlijk het programma dat toelaat om offline gegevens van een kredietkaart te linken aan de advertenties die de eigenaar online te zien kreeg. Op die manier zou een adverteerder kunnen te weten komen of die duurbetaalde advertenties ook echt effect hebben.

Met de tool zet Google een stap dichter bij de heilige graal voor marketeers: het meten van de 'return on investment' van advertenties. Nu reclame steeds meer 'targeted' en persoonlijk wordt, ligt dat anders. De apps op je smarthone weten wat je bekijkt en wanneer, en meestal loopt diezelfde account over verschillende toestellen zoals je laptop en tablet.

Ondertussen weet Google ook min of meer wat je in de fysieke wereld uitspookt. Het bedrijf heeft toegang tot de locatiegegevens van je smartphone, maar ook (in de VS) tot de betalingen die je met een kredietkaart of betaalapps uitvoert. Voeg dat alles samen en Google heeft een goed beeld van jouw profiel. Daaruit kan het nagaan hoeveel advertenties overeen komen met een aankoop in de winkel. Het is bijvoorbeeld ook iets waar Facebook al een tijdje aan werkt.

De gegevens die adverteerders zien, zullen geen namen vermelden. Wat ze krijgen is bijvoorbeeld dat gebruiker 08a862b091c379fe9767615d10863 tien advertenties voor dure koffie zag en vervolgens 5,21 dollar (het bedrag van een dure koffie) besteedde in een winkel. Geanonimiseerd dus, al betekent dat nog niet dat iemand je identiteit niet kan achterhalen mits enig zoekwerk.

Het programma draait voorlopig enkel in de Verenigde Staten, waar Google toegang heeft tot een beangstigende 70 procent van alle transacties met krediet- en betaalkaarten. Die transacties worden vervolgens gelinkt aan de online browsergeschiedenis van de eigenaar.

Alles bij de bron; DutchIT


Google presenteerde afgelopen week een even futuristische als angstaanjagende nieuwe technologie, genaamd Google Lens. Via de camera van je telefoon kan Google Lens objecten in de echte wereld identificeren en interpreteren. Het analyseert alles wat het waarneemt, begrijpt de context en komt er zo achter waar je bent en wat je wilt.

Google Lens kan bijvoorbeeld direct je gebruikersnaam en wachtwoord van een wifi-router lezen en je telefoon er automatisch mee verbinden. Ook kan het allerlei restaurants voorstellen door te bepalen waar je bent en waar je heen zou willen. Je hoeft alleen maar je camera in de juiste richting te laten wijzen. Verder zal Google Lens extreem handig zijn voor het snel bewerken van foto’s en ze direct doorsturen naar de juiste mensen, aangezien Lens zal herkennen wie er op de foto’s staan.

Zo transformeert Google in stilte je camera tot een zoekmachine. Hoewel het een natuurlijke stap vooruit is, is de hoeveelheid data die smartphone-gebruikers aan het bedrijf aanleveren verbijsterend. Het lijkt erop dat Lens de meer sociaal acceptabele versie van Google Glass moet worden. Deze mislukte, omdat mensen buiten de techwereld het een huiveringwekkend idee vonden. Googles visie op de toekomst klinkt geweldig, maar al dat gebruiksgemak komt tegen een hoge prijs.

Alles bij de bron; WelingelichteKringen


 

Nederland is op weg het eerste land ter wereld te worden waar de politie overal inbraak en roof voorspelt met ‘big data’. 

Het is géén „glazen bol”, volgens de Nationale Politie. Toch probeert een nieuw computersysteem de plaats en het tijdstip van zakkenrollerij, straatroof, geweld, diefstal en bedrijfsinbraken te voorspellen. Maandag presenteerde de politie resultaten van proefprojecten in onder meer Hoorn, Enschede, Groningen en Den Haag. De politie wil dit ‘Criminaliteits Anticipatie Systeem’ (CAS) nog dit jaar invoeren in heel Nederland. Lukt dat, dan is Nederland het eerste land ter wereld waar predictive policing in alle regio’s wordt toegepast. In andere landen, zoals het Verenigd Koninkrijk of de Verenigde Staten, gebeurt het alleen lokaal.

CAS gebruikt data, héél veel data. Hoe meer gegevens het systeem heeft, hoe slimmer het voorspelt. Algoritmen bepalen waar en wanneer de politie een verhoogde kans op criminaliteit kan verwachten. De politie speelt daarop in. Het systeem wordt nu ingevoerd naar alle 168 basisteams van de politie. Op dit moment krijgen tientallen politieteams al elk weekend een set kaarten met voorspellingen over de volgende week. Op basis van deze kaarten met voorspellingen worden van sommige politieteams al de roosters opgesteld. Het algoritme vertelt niet waaróm een bepaald delict kan worden verwacht; het laat conclusies trekken over aan lokale agenten.

CAS verschilt nog flink van het beeld uit Minority Report: het systeem wijst geen individuen aan omdat ze mogelijk een delict willen plegen, maar houdt het bij wijken waar het risico op criminaliteit hoger is. Ook worden geen gegevens over etniciteit met het systeem gedeeld. Toch is niet uit te sluiten, zegt Melchers, dat bijvoorbeeld wijkagenten met hun kennis op basis van de kaarten met voorspellingen conclusies trekken wie bepaald crimineel gedrag zou kunnen gaan vertonen.

CAS lijkt in de huidige vorm niet zo ingericht dat het allerlei privacyalarmbellen doet afgaan, zegt Nico van Eijk, hoogleraar informatierecht. „Over het algemeen is de norm: data-analyse tot op postcodeniveau is relatief acceptabel, maar analyseren op persoonlijk niveau is een ander verhaal.”

Toch wijst Van Eijk op het gevaar dat een systeem, wanneer het effectief blijkt, wordt uitgebouwd en geleidelijk morele grenzen overschrijdt. Wordt CAS bijvoorbeeld in de toekomst gekoppeld aan andere politiesystemen, zoals slimme camera’s waarmee verdacht gedrag wordt vastgesteld? Inlichtingendiensten in Nederland hebben te maken met een toezichthouder, maar er is geen onafhankelijke partij die het gebruik van CAS controleert.

Alles bij de bron; pdfNRC


 

Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha