1: Wat is een algoritme?

Jouw iPhone weet al wat je dit weekend gaat doen, maar is je partner al op de hoogte? Waarom kom je niet in aanmerking voor die leuke baan? Of wat als je een lening aanvraagt en wordt afgewezen, kan dat zijn omdat een algoritme je niet geschikt vond? Hoe kom je daarachter? En hoe bepaalt zo’n algoritme dat eigenlijk? 

2: Big Brother en criminaliteit

Algoritmen hebben vaak een voorspellende gave, door veel data te verzamelen en te interpreteren begrijpen ze patronen die een mens niet ziet. Zo kan een algoritme in theorie criminaliteit voorspellen, of zoals in Eindhoven, knokpartijen in het uitgaansleven.

3: Een algoritme als baas

Werken we later allemaal aan de hand van targets bepaald door algoritmen? En zullen alle uitvoerende taken geautomatiseerd worden zodat er een ‘nutteloze klasse’ ontstaat? Of gaan de algoritmes ons alleen maar helpen?

4: Big Data en shopping

Met elk telefoontje, elke muisklik geef je informatie over jezelf prijs. En al die informatie wordt opgeslagen: big data, een fenomeen dat alles zal veranderen. Algoritmen kunnen vervolgens bepalen wat je volgende behoefte is. Zo weet de supermarkt misschien eerder dan jij dat je zwanger bent.

Ontdek wat Facebook allemaal van je weet

Iedere stap die je op hun pagina zet wordt door Facebook grondig geanalyseerd. Hierdoor kan het sociale netwerk een zeer nauwkeurig beeld van jou krijgen. Tot aan politieke voorkeur aan toe. Dat heb je kunnen zien in de aflevering van De Voorspelbare Mens.

Alles bij de bron; 1Vandaag


 

De Utrechtse SP-fractie wil dat de gemeente snel een einde maakt aan het centraal verwerken van persoonlijke gegevens van afvalcontainers. Zij overtreedt hiermee volgens de partij de privacywetgeving. De SP stelt voor om de containers desnoods open te zetten als de gemeente dit niet op korte termijn kan garanderen...

...SP-raadslid Michel Eggermont: “.... inmiddels 9 maanden verder en overtreedt de gemeente de privacywetgeving nog steeds. Dit moet heel snel geregeld zijn, anders moet maar worden overgegaan tot de simpelste en snelst uitvoerbare oplossing: het openzetten van de containers. Dit hebben ze in Arnhem, na een uitspraak van de rechter, ook gedaan.”

Alles bij de bron; UtrechterInternetCourant


 

Journalist Tim Verheyden verbaast zich over het gemak waarmee we persoonlijke gegevens te grabbel gooien op internet. Hij sprak erover met Bernard Harcourt, wereldwijd bekend als kritisch denker over social media. Die pleit voor digitale ongehoorzaamheid.

"Die Facebook-app op je mobiele telefoon is de grootste poort naar onze persoonlijke levens", zegt Bernard Harcourt me via Skype. Hij is professor aan de Columbia University in New York en een wereldwijd gerespecteerd kritisch denker. Hij schreef het boek "Exposed: verlangen en ongehoorzaamheid in het digitale tijdperk", een onthutsend boek. Over de macht van databedrijven en hun samenwerking met de (Amerikaanse) overheden. Over spionage en de invloed van technologie op de democratie. Het boek neigt af en toe naar activisme, het lijkt soms een call to action om het op te nemen tegen de alwetende overheid. Maar als we die vuist wegfilteren, blijft er voor elke socialmediagebruiker voldoende stof tot nadenken over.

"We beseffen wel dat we ons meer moeten afschermen en bijvoorbeeld mailen via een een beveiligde server, maar dat negatieve gevoel wordt meteen weggespoeld door de volgende ping en like. We leven op onze telefoon, maar we willen het niet toegeven. Neem bijvoorbeeld de gps-functie van je telefoon. De klok rond kunnen we getraceerd worden. Dat is een gigantische bron van informatie, zeker nu we voortdurend onze telefoon op zak hebben.
Elke stap die we zetten, waar we slapen, wat we doen, waar onze auto staat, wat we opzoeken, met wie we praten, al die informatie is beschikbaar."

"We moeten goed beseffen hoe we een digitaal onderwerp zijn geworden. En dat we dat moeten leren bevechten met ongehoorzaamheid aan de digitale mechanismen die ons proberen te veranderen. We zijn geen gebruiker van Google of Facebook, we zijn het product. Een beetje ongehoorzaamheid kan dus geen kwaad."

"Er is ooit een foto opgedoken van Mark Zuckerberg, de oprichter van Facebook. Hij zit aan zijn laptop, en je ziet hoe hij tape heeft geplakt over de microfoon en de camera. Dat is een vorm van digitale ongehoorzaamheid. En we spreken hier over de oprichter van Facebook, stel je voor. Digitale ongehoorzaamheid hoeft niet radicaal te zijn. Het is een bewuste manier om te weigeren voortdurend getrackt te worden. Het is een idee om niet slaafs de digitale mechanismen te volgen". Of hij naar De Circle in de cinema gaat kijken, vraag ik hem nog? Hij heeft het boek van Dave Eggers ook gelezen. "Ik vrees dat dit al lang geen fictie meer is'. Stilte. It is very scary. Echt hoor.

Alles bij de bron; deRedactie [Thnx-2-Luc]


 

De Duitse journaliste Svea Eckert en datawetenschapper Andreas Dewes zijn erin geslaagd op relatief eenvoudige wijze het surfgedrag van 3 miljoen Duitsers in kaart te brengen. Volgens Eckert was het bemachtigen van de data kinderspel.

De hulp van inlichtingendiensten of hackers was niet nodig en de portemonnee bleef gesloten. Het duo zette een nep-marketingbedrijf op en belde tientallen andere bedrijven met de vraag of ze data konden krijgen voor het uitproberen van nieuwe analysesoftware. Bedrijven konden en wilden zonder al te veel problemen Amerikaanse en Britse informatie overhandigen, maar het vinden van Duits surfgedrag bleek lastiger. Toen de zogenaamd anonieme data eenmaal gevonden waren, begon het duo met de analyse van die informatie.

Volgens Eckert en Dewes was het in de meeste gevallen voldoende om tien door een gebruiker bezochte webadressen te vinden om de gebruiker in kwestie volledig te kunnen identificeren. Als een gebruiker bijvoorbeeld via Twitter op een link klikt, laat hij een url achter waarin zijn gebruikersnaam wordt prijsgegeven. In de meeste gevallen is daarmee al duidelijk om wie het gaat. Een andere identificatiemethode is het naast elkaar leggen van bezochte sites en de tijden waarop die sites zijn bezocht. Uiteindelijk was het bij sommige gebruikers mogelijk om een maand aan surfgedrag klik voor klik in kaart te brengen.

Eckert en Dewes willen met hun onderzoek aantonen dat het praktisch onmogelijk is om data echt anoniem op te slaan. Voor internetters is het daarom raadzaam teksten als 'uw informatie wordt geanonimiseerd opgeslagen voor marketingdoeleinden' met een korreltje zout te nemen.

Alles bij de bron; deMorgen [via WelingelichteKringen]


 

De eerste 48 uur in een opsporingsonderzoek zijn cruciaal. Met het big data platform Hansken kunnen forensisch onderzoekers snel de juiste informatie vinden in enorme hoeveelheden data. Als software engineer bij het Nederlands Forensisch Instituut werk jij aan de doorontwikkeling van dit unieke en internationaal vooraanstaande platform.

Op dit moment verwerkt Hansken drie terrabyte aan data per uur. Van chatgesprekken tot foto’s in de cloud en van e-mails tot GPS-gegevens. Met Hansken kan de politie snel en efficiënt zoeken in grote hoeveelheden in beslaggenomen gegevensdragers als computers en mobiele telefoons. Op alles wat relevant kan zijn, kan worden gezocht, bijvoorbeeld op woorden en namen of eigenschappen van sporen zoals bijvoorbeeld alleen mails, chatberichten of foto’s al dan niet gemaakt met een bepaalde camera.

Onderzoekers kunnen met de forensische zoekmachine de zoekresultaten blijven filteren totdat je van die miljoenen sporen een selectie hebt, waarvan de bestanden één voor één te bekijken zijn. Hansken wordt gebruikt door de Nationale Politie. Het NFI zal Hansken blijven doorontwikkelen en de forensische mogelijkheden ervan verder uitbreiden.

Alles bij de bron; NFI


 

Medewerkers van Vluchtelingenwerk in Rotterdam hebben toegang tot zeer privacygevoelige gegevens van honderden vluchtelingen die zij niet zelf begeleiden. Het betreft niet alleen gegevens als naam en adres maar ook het burgerservicenummer, mobiel nummer, kopie van bankpas en ID-kaart en, soms, de volledig uitgetypte asielverhoren door de Immigratie- en Naturalisatiedienst inclusief vluchtverhaal en medische gegevens. Dit blijkt uit onderzoek van NRC.

Vluchtelingenwerk in Rotterdam begeleidt in de stad neergestreken statushouders – vluchtelingen met een verblijfsstatus – bij hun integratie. De medewerkers, veelal vrijwilligers, helpen hen bij het vinden van een taalschool en werk. Ook helpen ze met het ordenen van hun administratie, en hebben ze namens de statushouders contact met instanties als gemeente en huisarts.

Volgens de Autoriteit Persoonsgegevens mogen medewerkers van geen enkele organisatie toegang hebben „tot meer persoonsgegevens dan strikt noodzakelijk is voor hun taakuitvoering.”

Alles bij de bron; NRC


 

Met het groeiend aantal diensten en apps, die allemaal toegang willen tot je persoonlijke gegevens en data over je willen verzamelen, komt het privacy aspect steeds vaker naar voren. Het lijkt er soms bijna op dat er geen technologische innovatie kan plaatsvinden, zonder dat je daarvoor je privacy moet inleveren.  Zo zou Apple dagelijks miljoenen gegevens binnen krijgen via onder andere iPhones, iPads en Macs. Hoewel Apple ook steeds meer data verzamelt, zou de identiteit van de gebruikers hierbij anoniem blijven.

Sinds vorig jaar gebruikt Apple met de invoering van iOS 10 differentiële privacy om de identiteit van gebruikers te beschermen. Bij diferentiële privacy wordt statistische ruis toegevoegd aan verzamelde data, zodat er geen individuele gebruikers uit de data gefilterd kunnen worden. Het is een relatief nieuwe technologie, welke is ontwikkeld om het maken van koppelingen tussen datasets tegen te gaan. Door deze koppelingen te maken zou je namelijk achter bepaalde gegevens van gebruikers kunnen komen. Onder iOS 11 een veel grotere rol gaan spelen. Het algoritme zal dan ook ingezet worden om browser data en gezondheidsgerelateerde data te beschermen. 

Het bedrijf krijgt hierover vaak kritiek. De manier waarop Apple de data beschermt zou mogelijk de ontwikkeling van andere producten kunnen verhinderen. 

Alles bij de bron; AllAboutPhones


 

Kivu ontwikkelt software die politie en veiligheidsdiensten helpt bij het opsporen van mensen die aanslagen willen plegen. „Twee jihadi’s in je netwerk kan per ongeluk voorkomen, bij twintig is het geen toeval meer.”

Toen de Duitse politie in november 2016 bij massale huiszoekingen een paar islamitische activisten arresteerde, hadden ze bij een start-up in de Oostenrijkse hoofdstad Wenen een buitengewoon goede dag. De arrestaties in Duitsland bevestigden dat zij met die software op de goede weg waren. De Nederlandse ingenieur Jan van Oort en een paar collega’s van de Weense startup Kivu hadden zichzelf exact die taak gesteld: aanslagen voorkomen door connecties en netwerken op te sporen en zichtbaar te maken – en wel op zo’n manier dat persoonsgegevens verborgen blijven, terwijl terreuractiviteiten eruit worden gelicht. „Toen we hoorden van de arrestaties in Duitsland wisten we: onze aanpak werkt,” zegt Van Oort. „Toekomstige daders van aanslagen vind je eerder door naar hun netwerken te kijken, dan naar de berichten die ze posten.”

In mei 2016 begonnen Wesley, Van Oort en een paar anderen een systeem te bouwen. Try-outs met bestaande software liepen op niets uit, dus ze ontwierpen een nieuw systeem. Na een paar maanden hadden ze een basis. Ze vonden een aantal bekende islamitische activisten op sociale media en keken met wie die direct (eerstegraads) contact hadden. Vervolgens trokken ze een expert in ‘geospatiale analyse’ aan. Zij hielp hen om op de computer zichtbaar te maken waar die contacten zich bevonden. Wat je dan op je scherm ziet, zijn allemaal netwerken, verspreid over meerdere werelddelen. Het zijn allemaal spinnenwebben, met puntjes erin of ertussen – dat zijn personen.

Op het scherm verschijnen geen persoonsgegevens als namen en telefoonnummers, alleen codes die bestaan uit cijfers en letters. De persoonsgegevens van de mensen die bij die codes horen, zijn automatisch versleuteld in het systeem. Wat telt, is niet hun naam of telefoonnummer, maar hun plaats binnen en tussen netwerken. „Iedereen kan min of meer per ongeluk contact hebben met één of twee jihadi’s”, zegt Van Oort, terwijl hij met de muis op een contactpersoon klikt – zo’n puntje met draadjes eraan naar andere puntjes – en hem omhoog tilt in het netwerk, zodat je ziet met wie hij contacten heeft. „Maar als je iemand vindt met twintig jihadi’s in zijn netwerk, is het geen toeval meer. Dan wordt het tijd om die onder de loep te nemen. Ook al post hij nooit iets verdachts.”...

...Lang voordat Twitter en Facebook bestonden, verdronk de NSA in de data. Dus analyseerde ze die verkeerd. Daarom probeerden technisch directeur Bill Binney en enige medewerkers slimmere software te ontwerpen, voor zogeheten targeted surveillance. Ze bedachten een programma en noemden het Thin Thread. Mosers film A Good American laat zien hoe ze dat deden. En hoe succesvol het was: lang voor 9/11 gaf hun computerprogramma aan dat ze een zekere Osama Bin Laden moesten volgen. Ze hadden zelfs zijn telefoonnummer.

Maar Binney en de zijnen streken daarmee de NSA-top tegen de haren in. Thin Thread gaf de NSA-top aanwijzingen om een grote aanslag te voorkomen. Maar zijn hoogste bazen, mensen die in of met de veiligheidsindustrie hadden gewerkt, reageerden door het programma te verbieden. Na 9/11 werden de computers van Binney en zijn collega’s zelfs in beslag genomen. Een maand later namen ze ontslag en werden ze ‘klokkenluiders’. 

Moser vertoonde zijn film bij Kivu in Wenen. „We waren als door de bliksem getroffen,” zegt Van Oort. Thin Thread focuste, net als hun programma, niet op verdachte postings of personen, maar op netwerken. Ze haalden Binney en een oud-NSA-collega meteen naar Wenen, en toonden wat ze aan het doen waren. Hún programma, ‘Tarim’, was bijna identiek aan Thin Thread. De Amerikanen gaven hen allerlei tips. Allen concludeerden dat Tarim – anders dan Thin Thread – niet de nek om kon worden gedraaid door veiligheidsdiensten, omdat de software onafhankelijk was geproduceerd. „Die paar dagen met de Amerikanen waren de belangrijkste in mijn carrière,” zegt Van Oort...

....Bij Kivu werken nu twaalf mensen. Tarim is bijna klaar. Via-via legde Van Oort contact met europarlementariër Sophie in ’t Veld (D66), die hem en Binney prompt uitnodigde voor een hoorzitting in Brussel eind mei, met Eurocommissaris voor Veiligheid Julian King. [videolink via PrivacyFirst] Het Europees parlement is bezorgd dat privacy van burgers wordt weggevaagd in de jacht op terroristen. Tijdens die hoorzitting legde Van Oort daar de nadruk op. Tarim, zei hij, is een algebraïsch programma: het focust alleen op data over bedreigingen en niet op personen. Op het moment dat het programma gaat lopen, worden alle persoonsgegevens automatisch versleuteld – voordat er ook maar één menselijk oog op kan vallen. De sleutel wordt in drie stukken geknipt: één deel wordt in de computer bewaard, één gaat naar een rechter en één naar een democratisch gekozen comité (bijvoorbeeld in een parlement).

Alleen onder bepaalde, wettelijk omschreven omstandigheden kunnen speurders de rechter en het comité verzoeken hun deel van het slot te ontgrendelen en te kijken om wie het gaat. Alleen als alle drie de sleutels in het slot worden gestoken, komt de informatie – tijdelijk – vrij. Als er één ontbreekt, kunnen speurders niets.

Er is veel te doen over de vraag of algoritmes die data doorzoeken wel neutraal zijn. Democratische controle op ongrondwettige algoritmes is lastig, omdat die geheim zijn of moeilijk te lezen. Kivu zoekt echter op metadata, niet op data zelf. Van Oort zegt: „Wat ons interesseert is niet iemands geslacht of naam maar de topologie van een netwerk: communiceert netwerkentiteit BBA77EF012D vaak met netwerkentiteit CAF80132CE48B? Is netwerkentiteit 4001ADC8450FF ineens ‘ondergedoken’? Waar ze zitten of welke taal ze spreken, interesseert ons niet. Maar we zijn altijd bereid onze algoritmen aan vertegenwoordigers van een magistraat of een democratisch orgaan te laten zien. Zo kunnen we onze algoritmes vertrouwelijk houden, terwijl zij kunnen controleren dat we niets ongrondwettigs doen.”

Met een programma als Tarim zal de samenwerking tussen veiligheidsdiensten intensiever worden, en meer Europees: deze software negeert landsgrenzen, net als terreurnetwerken zelf. Voor de experts achter de computerschermen in Favoriten is er nu eindelijk een goede match tussen terroristen en terreurbestrijding.

Alles bij de bron; NRC


 

Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha