Nieuws uit de VS

Een IP-adres is niet noodzakelijkerwijs een persoonsgegeven, vindt een rechter in de Amerikaanse staat Oregon. De klagende partij moet aannemelijk maken dat de gedaagde een internetpiraat is en meestal wordt het IP-adres voldoende gevonden.

In dit geval was de abonnee uitbater van een verzorgingstehuis waar meerdere personen toegang hadden tot het internet, meldt TorrentFreak. Dat de eigenaar van de verbinding zelf de downloader was, is volgens de rechtbank niets meer dan een gok.

De rechtenhouders probeerden de abonnee nog hoofdelijk verantwoordelijk te stellen voor het illegaal downloaden van eventuele derden, maar ook die vlieger ging niet op. De rechtbank haalt jurisprudentie aan dat elke andere poging van rechtenbezitters om iets als 'indirecte copyrightschending' terecht wordt getorpedeerd door rechtbanken.

Alles bij de bron; WebWereld


De Amerikaanse douane wil dat passagiers uit ESTA-landen binnenkort informatie geven over hun social media-activiteiten. ESTA-deelnemers zijn 38 landen, waaronder Nederland, waarvan de ingezetenen een formulier in kunnen vullen in plaats van een hele VISA-aanvraag behandelen voor ze een bezoek korter dan drie maanden brengen. Een nieuw veld op het ESTA-formulier zou reizigers de mogelijkheid geven om het adres van een social media-account of handle te geven. Niet verplicht, natuurlijk, maar waarom zou je dat niet invullen? 

"Het verzamelen van social media-data verbetert het bestaande onderzoeksproces en geeft Homeland Security beter inzicht in mogelijk boosaardige activiteiten en connecties door een aanvullende tool te geven waar analisten en onderzoekers de zaak beter mee kunnen analyseren en onderzoeken", zo staat er te lezen in het voorstel. De komende 56 dagen kunnen mensen het voorstel van schriftelijk commentaar voorzien - met de ouderwetse post naar een kantoor in DC, niet via een e-mail.

Alles bij de bron; WebWereld


US Customs and Border Control heeft een voorstel ingediend om mensen die een visum aanvragen daarnaar te vragen, meldt The Verge. Het gaat daarbij ook om mensen die maar korte periode in de Verenigde Staten verblijven, bijvoorbeeld voor een vakantie. De vragen zouden niet verplicht zijn, maar worden in het voorstel zo geformuleerd dat dat niet direct duidelijk is. Met de informatie kunnen de online gangen van reizigers nauwgezet worden gevolgd. 

De Amerikaanse immigratie- en veiligheidsdiensten staan sinds de aanslag in San Bernardino onder hoge druk om meer informatie van sociale media te halen. Een van de daders had toen een publiek Facebookbericht achtergelaten tijdens de schietpartij en had jaren eerder privéboodschappen naar Facebookvrienden gestuurd waarin ze geweld besprak. Dat deed ze al voor ze een visum aanvroeg.

Alles bij de bron; HLN


De FBI hoeft een onbekend beveiligingslek in Firefox niet aan opensource-ontwikkelaar Mozilla te openbaren, zo heeft een Amerikaanse rechter geoordeeld. Aanleiding is een zaak waarbij de FBI naar verluidt een beveiligingslek in Tor Browser gebruikte om Tor-gebruikers te identificeren. Tor Browser is grotendeels op Mozilla Firefox gebaseerd en laat gebruikers verbinding met het Tor-netwerk maken. Bij een operatie zou de FBI een kwetsbaarheid in Tor Browser hebben gebruikt om de identiteit van bepaalde Tor-gebruikers te achterhalen.

Volgens Mozilla is het in het belang van de veiligheid van Firefoxgebruikers dat de kwetsbaarheid wordt opgelost. Het Amerikaanse ministerie van Justitie liet de rechter echter weten dat het de details vanwege de staatsveiligheid niet wil openbaren. De rechter stelt dat de zorgen van Mozilla in de Verenigde Staten moeten worden behandeld en geen onderdeel van de lopende rechtszaak zouden moeten uitmaken. Daarom is het verzoek van de opensource-ontwikkelaar verworpen, zo blijkt uit een reactie (pdf).

Alles bij de bron; Security


Zorgen over privacy en online veiligheid zorgen ervoor dat veel Amerikanen belangrijke zaken op het internet mijden, wat weer gevolgen voor de economie en andere online ontwikkelingen kan hebben. Dat blijkt uit gegevens die het Amerikaanse Census Bureau onder 41.000 huishoudens verzamelde.

De gegevens werden door de National Telecommunications & Information Administration (NTIA), onderdeel van het Amerikaanse ministerie van Handel, verwerkt.

Persoonlijke slechte ervaringen zijn daarbij een directe dreiging voor het consumentenvertrouwen, aldus de NTIA. Zo kreeg 19% van de huishoudens in het jaar voor het onderzoek werd afgenomen met een datalek, identiteitsdiefstal of andere kwaadaardige activiteiten te maken.

"Privacy- en veiligheidszorgen hebben veel Amerikanen afgeschrikt om zich met belangrijke economische en civiele online activiteiten bezig te houden", zo stelt de NTIA. Van de huishoudens die zich zorgen over identiteitsdiefstal maakt, zegt 35% opzettelijk geen financiële transacties via het internet uit te voeren. Bij andere online huishoudens is dit 18%.

"Het is duidelijk dat beleidsmakers meer kennis moeten hebben van het wantrouwen in de privacy en veiligheid van het internet en de vergaande gevolgen die dit heeft. Naast een probleem voor veel Amerikanen, kunnen privacy- en veiligheidszorgen ook economische activiteiten verminderen en het vrij uitwisselen van ideeën op internet hinderen." De NTIA pleit er dan ook voor om de problematiek aan te pakken en de zorgen weg te nemen.

Alles bij de bron; Security


Een rechter in het Amerikaanse Brooklyn heeft vijftien verzoeken tot zwijgplicht afgewezen, die richting techbedrijven werden gemaakt. Het Amerikaanse Ministerie van Justitie wilde techbedrijven verbieden om hun klanten te informeren over dataverzoeken. Klanten worden dan niet op de hoogte gesteld als bijvoorbeeld hun e-mails op verzoek van een inlichtingendienst worden gelezen. Volgens de Amerikaanse rechter is er geen duidelijke reden waarom de dataverzoeken geheimgehouden moeten worden. 

Amerikaanse bedrijven zijn soms verplicht om met inlichtingendiensten mee te werken, om zo bijvoorbeeld gebruikersdata te delen. Een aantal techgiganten wil klanten informeren zodra dit gebeurt, zodat zij weten als hun data wordt ingezien. 

Microsoft klaagde in april de Amerikaanse overheid aan. Het techbedrijf denkt dat het verzwijgen van dataverzoeken tegen de Amerikaanse grondwet ingaat, omdat burgers mogen weten wanneer hun bezit wordt doorzocht.

Alles bij de bron; NU


Twitter is van oordeel dat het vrij communiceren over de aantallen onder de vrije meningsuiting valt. Maar de rechter in de VS stelt dat dit niet opgaat voor geheime informatie. Wel mag Twitter aanvechten dat het aantal verzoeken wordt aangemerkt als geheime informatie.

Door het aantal informatieverzoeken openbaar te maken maakt Twitter inzichtelijk hoe vaak overheidsdiensten zoals de FBI Twitter om medewerking vragen om informatie over gebruikers te verzamelen. Dat kan bijvoorbeeld gaan om de communicatie in privéchats of IP-adressen van een gebruiker.

Veel bedrijven publiceren informatie over de hoeveelheid informatieverzoeken die overheden bij hen indienen. Denk hierbij aan Google en Facebook. Deze bedrijven geven echter algemene cijfers, bijvoorbeeld 'tussen de 0 en 499'. Twitter wil exacte cijfers bekendmaken en daarbij ook een onderscheid maken tussen FISA, Foreign Intelligence Surveillance Act, en national security letters. Dit mag dus niet van de Amerikaanse rechter.

Alles bij de bron; DutchITChannel


De hoogste Amerikaanse rechter heeft bepaald dat lagere rechters een doorzoekingsbevel mogen afgeven ten aanzien van computers die zich buiten hun eigen jurisdictie bevinden. Het Congres kan de regel echter nog wijzigen of verwerpen.

Reuters meldt dat Amerikaanse burgerrechtenorganisaties vrezen dat de nieuwe regel de hackbevoegdheid van de FBI uitbreidt. Normaal gesproken kunnen rechters namelijk alleen doorzoekingsbevelen oftewelsearch warrants afgeven binnen hun eigen county.

Onder de tegenstanders van de nieuwe maatregel zijn Googles moederbedrijf Alphabet en de ACLU. Zij vrezen dat de FBI de maatregel gaat gebruiken om op grote schaal computernetwerken binnen te dringen. Het is de inschatting van een democratische senator dat de FBI met een enkel bevel duizenden dan wel miljoenen computers in een keer zou kunnen doorzoeken, waarbij de meeste computers niet zullen toebehoren aan criminelen. Er is wel een voorbehoud, er mag alleen worden ingebroken in systemen die onder Amerikaanse jurisdictie vallen. De vraag is echter hoe dat precies zal worden geïnterpreteerd. En is een benadering van een computer via een Amerikaanse internetverbinding ook te classificeren als "onder jurisdictie"? Critici zijn hier nog niet uit. 

Volgens Reuters wordt er niet verwacht dat het Congres iets tegen de maatregel zal ondernemen. Zonder tussenkomst, bijvoorbeeld door een tegenovergestelde wet, wordt de maatregel in december van kracht. Een woordvoerder van Justitie liet weten dat de maatregel onder andere nodig is, omdat criminelen steeds vaker 'anonimiserende technieken' gebruiken.

Hetzelfde argument wordt in Nederland gebruikt door voorstanders van het wetsvoorstel computercriminaliteit III, dat onder andere de politie de bevoegdheid geeft om heimelijk of afstand computers van verdachten binnen te dringen. Het zogenaamde 'hackvoorstel' ligt op dit moment bij de Tweede Kamer en onlangs hebben zich onder andere hoogleraren en vertegenwoordigers uit overheid en bedrijfsleven over het voorstel uitgelaten in een hoorzitting. Daarbij kwam veel weerstand op tegen het wetsvoorstel, met name omdat de wet een vergaande inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van burgers zou betekenen.

Alles bij de bronnen; Tweakers & AutomGids


 

Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha