45PNBANNER22
Gefaciliteerd door Burgerrechtenvereniging Vrijbit

Overheid, Politiek & Wetgeving

#Sleepwet rapport; Minister Ollongren, ik kan u echt niet geloven

Het was een bijzonder debat, woensdag met minister Ollongren, over één zin van een ambtenaar. Deze zin stond in een mail van een senior beleidsmedewerker van het ministerie, van donderdag 15 maart, verstuurd om 10:53u. Dit was midden in de campagne voor het referendum over de Sleepwet. De minister werd gevraagd om een keuze te maken, of ze dit rapport naar de Kamer wilde sturen:

“Min BZK heeft besloten dat, nu verzending van het rapport niet meer enige tijd voor het referendum kan plaatsvinden, verzending na het referendum te verkiezen is.

Woensdag hadden we in de Kamer een urenlang debat met minister Ollongren over deze zin. De mail van de ambtenaar van 15 maart was onderdeel van een dik pak papier dat Nieuwsuur boven tafel had gekregen. Tijdens dat debat wilde de minister ons doen geloven dat het besluit om het kritische rapport van de CTIVD pas na het referendum van 21 maart naar de Kamer te sturen niets te maken had met dat referendum, maar met overleg dat moest worden gevoerd met geheime diensten in andere landen, om te voorkomen dat die aanstoot zouden nemen aan dat rapport. Maar die diensten hadden op 30 november al een eerste versie van het rapport ontvangen en op 9 februari nog een tweede versie, waar sindsdien weinig meer aan is veranderd. Het lijkt me sterk dat op 15 maart plotseling grote bezwaren zouden zijn gerezen. 

...het gedoe rondom dit rapport lijkt toch meer op ‘de oude politiek’. Waarbij ministeries informatie die minder gunstig is liever even achter houden.

Minister Ollongren, ik [Ronald van Raak] kan u echt niet geloven. Ik snap niet waarom rapporten maanden op het ministerie moeten liggen en de minister kan bepalen wanneer iets wel of niet naar de Tweede Kamer gaat. Dat nodigt alleen maar uit tot politieke spelletjes, op het moment dat bepaalde informatie het ministerie even niet goed uitkomt. De enige manier om dit soort spelletjes te voorkomen is zorgen dat rapporten niet zo lang op het ministerie liggen. De rapporten van de CTIVD kunnen voortaan beter direct naar de Tweede Kamer.

Alles bij de bron; TPO


 

Wetsvoorstel; Identiteitsbewijs krijgt inlogfunctie op de chip

Er komt extra functionaliteit op de chip van het identiteitsbewijs, die het mogelijk maakt om in te loggen bij de gemeente en andere overheidswebsites. Dat staat in een wetsvoorstel dat staatssecretaris Knops van Binnenlandse Zaken heeft ingediend bij de Tweede Kamer. De chip wordt in eerste instantie aangepast op het rijbewijs en op de Nederlandse identiteitskaart. Het paspoort krijgt nog geen uitbreiding in dit voorstel maar Knops sluit niet uit dat dat identiteitsbewijs het later wel krijgt. 

De identiteitskaart kent, net als het paspoort, al een chip. De bedoeling is om de chip op de kaart uit te breiden, zodat ook de inloggegevens erop staan. De chip is uit te lezen met een telefoon voorzien van een Android-besturingssysteem. Mensen die dat niet hebben, moeten een speciale cardreader kopen.

Het betrouwbaarheidsniveau van DigiD is niet toereikend om diensten aan te bieden waarbij ‘zeer persoonlijke en vertrouwelijke gegevens worden uitgewisseld’ en waarbij de overheid met zekerheid moet kunnen vaststellen dat ze met de juiste persoon te maken heeft. Met de vernieuwde chip moet dat wel kunnen. Het kan bijvoorbeeld gaan om de uitgifte van een nieuw paspoort. Burgers kunnen dat straks online aanvragen, waardoor ze alleen nog naar het gemeentehuis moeten om de pas op te halen.

Voor het gebruik van de chip moet nog het huidige Basisregister Reisdocumenten worden uitgebreid. Dit bevat nu gegevens van onder meer paspoorten die niet meer in omloop mogen zijn. Knops wil het uitbreiden met de gegevens van reisdocumenten die wel in omloop zijn, ‘met uitzondering van de gezichtsopname en de handtekening’.

Dat laatste vindt de NVVB een tekortkoming. ‘Zonder het toevoegen van deze gegevens zal het nieuwe register wat betreft het bestrijden van fraude vrijwel niets toevoegen. Zo zullen onze ketenpartners, zoals de politie, geen mogelijkheid hebben om de foto te raadplegen voor identificatiedoeleinden,’ schreef zij eerder in een advies.

Het wetsvoorstel maakt deel uit van de digitalisering van de overheid en hangt nauw samen met de Wet digitale overheid (Wdo), die Knops eerder dit jaar bij Tweede Kamer indiende. Voor de invoering van de chip is een wijziging van de Paspoortwet nodig. Omdat dat een rijkswet is, is er een separaat wetsvoorstel nodig.

Alles bij de bron; GemeenteNu


 

Kamerbrief met reactie op initiatiefnota 'Online identiteit en regie op persoonsgegevens'

Hierbij stuur ik u op verzoek van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken een reactie op de initiatiefnota van de leden Middendorp en Verhoeven "Online identiteit en regie op persoonsgegevens" (TK 34993). 

Ik heb de initiatiefnota met interesse en waardering gelezen. In de nota herken ik veel van de voornemens zoals die zijn vastgelegd in de Agenda Digitale Overheid 'NL DIGIbeter', die ik op 13 juli jl. aan uw Kamer heb gestuurd. 

Mijn reactie moet dan ook gelezen worden in dat perspectief, waarbij ik achtereenvolgens in ga op:

- de beoogde beleidsdoelen;
- de positionering binnen een bredere visie;
- het aspect veilig inloggen;
- het aspect digitale kluis;
- het aspect digitaal contactadres;
- de doelgroep;
- mijn samenvattende conclusie.

...Concluderend

Mijn conclusie is dat de initiatiefnota een ondersteuning is voor de voornemens zoals die zijn geformuleerd in de Agenda Digitale Overheid. Wel is het thema identiteit en regie op persoonlijke gegevens in de Agenda Digitale Overheid ingebed in een bredere visie op dienstverlening, geeft deze een conceptueel wat andere (meer virtuele) invulling aan het concept van een digitale kluis, en adresseert ze zowel het burger- als het bedrijvendomein. Ik ga op basis van bovenstaande reactie graag het gesprek aan hoe initiatiefnota en Agenda Digitale Overheid zich tot elkaar verhouden en hoe de nota de voornemens van het kabinet ten aanzien van de digitale overheid kan versterken.

Alles bij de bron; RijksOverheid [PDF]


 

Onderzoek van de AP naar de informatiebeveiliging van de afdeling Data en Analytics van de Belastingdienst

Staatssecretaris Snel van Financiën stuurt de Tweede Kamer een afschrift van de brief van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) over het onderzoek naar de informatiebeveiliging bij de Broedkamer en de afdeling Data & Analytics (D&A) van de Belastingdienst en van de reactie van de Minister van Financiën daarop.

De AP concludeert in zijn brief dat zijn bevindingen overeenkomen met de bevindingen uit de onderzoeken die de Belastingdienst zelf heeft uitgevoerd naar de informatiebeveiliging bij de Broedkamer en D&A. Omdat naar aanleiding daarvan ook al maatregelen zijn genomen, ziet de AP geen aanleiding om nog een officieel onderzoeksrapport uit te brengen.

Alles bij de bron; RijksOverheid [PDF1 & PDF2]


 

Ollongren beantwoordt Kamervragen over publicatie CTIVD rapport

Vraag 2
Deelt u de mening dat uit de woorden “niet meer enige tijd” in de zin van uw ambtenaar dat de "(m)in BZK (de minister) heeft besloten dat, nu verzending van het rapport niet meer enige tijd voor het referendum kan plaatsvinden, verzendingna het referendum te verkiezen is”, kan worden opgemaakt dat het rapport nog wel kort voor het referendum verzonden had kunnen worden? Zo ja, waarom heeftu dat dan niet gedaan? Zo nee, hoe moeten de woorden “niet meer enige tijd” danwel worden opgevat?

Vraag 3
Deelt u de mening dat uit het woord “ook” in de zin van uw ambtenaar dat “(d)ezetijd zal ook nodig zijn voor het zorgvuldig afstemmen van onze lijn met buitenlandse partners", het afstemmen met buitenlandse diensten niet de enige reden was om het rapport niet nog voor het referendum te verzenden? Zo nee, wat moet er dan wel onder worden verstaan?

Antwoord
Zoals ik in mijn brief van 10 april aan uw Kamer al schreef, heb ik mij ingespannenvoor maximale transparantie en het zo snel mogelijk afronden van het proces tot publicatie van het rapport, zonder dit ten koste te laten gaan van de zorgvuldigheid. Het betrof een complex rapport dat gaat over de internationale samenwerking, met name de samenwerking binnen de Counter Terrorism Group (CTG) bestaande uit 30 veiligheidsdiensten. Toen ik op 13 maart het besluit nam om, tegen de bezwaren van buitenlandse diensten in, het rapport integraal openbaar te maken, was duidelijk dat zorgvuldige afstemming hierover met buitenlandse diensten essentieel zou zijn. Deze afstemming stond los van het raadgevend referendum op 21 maart en diende ertoe om te voorkomen dat de relatie, het vertrouwen en de samenwerking, en daarmee uiteindelijk ook de effectiviteit van de diensten en de nationale veiligheid, zouden worden geschaad.

Zie hierover verder de beantwoording van vraag 6....

Vraag 6
Waarom kon de afstemming met de buitenlandse diensten niet eerder afgerond zijn, temeer daar die het rapport al vanaf november 2016 kenden? Heeft u er bij die diensten op aangedrongen om sneller te reageren? Zo ja, wat was daarop hun reactie? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Het opstellen en vaststellen van een rapport is een lang proces waarin op meerdere momenten wordt geschakeld tussen de diensten en de CTIVD. Tijdens de eerste fase wordt een conceptversie van het rapport ambtelijk afgestemd. Tijdens deze fase is al contact gezocht met de betrokken buitenlandse diensten.

Op 29 november 2017 is een eerste conceptversie van het rapport naar deze diensten gestuurd. Op 9 februari 2018 is de definitieve versie van het rapport door de CTIVD vastgesteld. ...De principiële beslissing om geen passages onleesbaar te maken, ondanks de staande bezwaren van buitenlandse partners, kon pas vanaf het moment van deze beslissing worden afgestemd met deze diensten. Het ging in de laatste fase dus niet om het afstemmen van de inhoud van het rapport maar van mijn beslissing om, ondanks de bezwaren, geen passages in het rapport onleesbaar te maken.

Onderling vertrouwen is in het inlichtingendomein van cruciaal belang en dus was er na mijn beslissing tijd nodig om aan de betrokken buitenlandse diensten het belang van transparantie te onderstrepen, te overtuigen en bezwaren van openbaarmaking te bespreken. Dit heeft de nodige tijd gekost en staat los van het rondzenden van het concept-rapport wat in november plaatsvond.

Alles bij de bron; RijksOverheid [PDF]


 

Persbericht: oproep Privacy First tegen verplichte vingerafdrukken in identiteitskaarten

Sinds 2009 bestaat er een controversiële Europese verplichting om vingerafdrukken in paspoorten op te nemen. Tot nu toe zijn identiteitskaarten van deze Europese verplichting uitgezonderd.

Sinds 2009 werden ook in Nederlandse identiteitskaarten vingerafdrukken opgenomen, maar wegens privacybezwaren werd deze Nederlandse verplichting per januari 2014 afgeschaft. Inmiddels werkt de Europese Commissie echter aan nieuwe Europese wetgeving om alsnog de opname van vingerafdrukken in identiteitskaarten te verplichten.

Dinsdag 25 september as. stemt de Tweede Kamer in dit verband over een belangrijke motie van D66: deze motie (34966-6) roept de Nederlandse regering op om in Brussel te bewerkstelligen dat vingerafdrukken in identiteitskaarten louter vrijwillig i.p.v. verplicht zullen worden. Stichting Privacy First heeft de Tweede Kamer opgeroepen om vóór deze motie te stemmen, en wel om de volgende redenen:

  1. In mei 2016 heeft de Raad van State reeds geoordeeld dat de verplichte afname van vingerafdrukken in Nederlandse identiteitskaarten in strijd was met het recht op privacy wegens gebrek aan noodzaak en proportionaliteit, zie https://www.raadvanstate.nl/pers/persberichten/tekst-persbericht.html?id=956 etc.

  2. Uit diverse Wob-verzoeken van Privacy First is de laatste jaren gebleken dat het te bestrijden fenomeen (look-alike fraude met ID-documenten) dusdanig kleinschalig is, dat verplichte afgifte van vingerafdrukken ter bestrijding hiervan volstrekt disproportioneel en dus onrechtmatig is. Zie https://www.privacyfirst.nl/rechtszaken-1/wob-procedures/item/524-onthullende-cijfers-over-look-alike-fraude-met-nederlandse-reisdocumenten.html.

  3. Bij de vingerafdrukken in paspoorten en ID-kaarten gold de laatste jaren een biometrisch foutenpercentage van maar liefst 30% (!), zie https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32317-163.html (staatssecretaris Teeven, 31 jan. 2013). Eerder gaf minister Donner een foutenpercentage van 21-25% toe: zie https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25764-47.html (27 april 2011). 

  4. Mede vanwege deze hoge foutenpercentages worden de vingerafdrukken in paspoorten en identiteitskaarten tot op heden vrijwel niet gebruikt, noch in het binnenland, noch aan de grenzen / douane / luchthavens.

  5. Vanwege deze hoge foutenpercentages instrueerde staatssecretaris Bijleveld (Binnenlandse Zaken) reeds in september 2009 alle Nederlandse gemeenten om (in principe) geen vingerafdruk-verificaties uit te voeren bij de uitgifte van paspoorten en identiteitskaarten. Bij een “mismatch” dient het betreffende ID-document immers retour aan de paspoortfabrikant gezonden te worden, wat bij hoge aantallen tot snelle maatschappelijke ontwrichting zou leiden. Tevens maakte het ministerie van Binnenlandse Zaken zich in dit verband zorgen om sociale onrust en zelfs mogelijk geweld bij gemeentebalies. De betreffende zorgen en instructies vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken gelden tot op heden nog steeds.

  6. Momenteel lopen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens nog diverse individuele Nederlandse rechtszaken waarin de verplichte afgifte van vingerafdrukken voor paspoorten en ID-kaarten aangevochten wordt wegens strijd met art. 8 EVRM (recht op privacy). 

  7. Voor mensen die om welke reden dan ook geen vingerafdrukken wensen af te geven (biometrisch gewetensbezwaarden, art. 9 EVRM) zou in elk geval een uitzondering moeten worden bedongen. 

Zie voor meer achtergrondinformatie het WRR-rapport ‘Happy Landings’ dat Privacy First directeur Vincent Böhre schreef in 2010.


 

Ollongren onder vuur: minister bracht negatief oordeel over sleepwet pas ná het referendum naar buiten

Opnieuw ligt het kabinet Rutte III onder vuur van de oppositie op verdenking van het achterhouden van gevoelige stukken. Nieuwsuur meldde zondag dat het een bewuste keuze was van minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken om een belangrijk rapport over de inlichtingenwet Wiv niet voorafgaand aan het referendum over die wet naar buiten te brengen....

...de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) doet sinds maart 2016 onderzoek naar de gegevensuitwisseling tussen de AIVD en vergelijkbare diensten in het buitenland. Dat onderzoek is op 7 februari klaar. Het wordt op 9 februari aan minister Ollongren gepresenteerd.

De minister heeft dan wettelijk zes weken om het rapport met een begeleidende brief naar de Kamer te sturen. Dat is precies rond het referendum. Maar ze heeft ook een grondwettelijke informatieplicht. Het rapport wordt uiteindelijk pas een week later, op 28 maart, gepubliceerd. Opmerkelijk, omdat een van de conclusies de door velen gevoelde huiver voor gegevensuitwisseling bevestigt.

De CTIVD constateert ‘dat nu nog onvoldoende waarborgen bestaan voor de bescherming van het individu bij de uitwisseling en verdere verwerking van gegevens in het kader van de onderzochte multilaterale samenwerking.’ De commissie raadt het kabinet aan de ‘rechtsbescherming’ te versterken.

Voor de uitslag van het Referendum maakte het in maart niet uit dat het rapport als mosterd na de maaltijd kwam..... Voor de Kamer maakte het wel veel uit: die had graag over de informatie beschikt. Op 10 april stelden de Kamerleden Martin Bosma (PVV), Attje Kuiken (PvdA) en Ronald van Raak (SP) de minister er vragen over. Zij verweerde zich door te stellen dat de CTIVD-bevinding moest worden afgestemd met buitenlandse diensten. ‘U had tegen die diensten moeten zeggen: opschieten’, aldus Bosma toen. Kuiken zei het ‘jammer’ te vinden dat het rapport te laat kwam, waarop de minister beaamde: ‘Ik vind het ook jammer.’

Maar uit de door Nieuwsuur gepubliceerde stukken blijkt dat al in de maanden daarvoor overleg was met die buitenlandse diensten, aan de hand van een concept van het rapport. In een ambtelijke notitie een week voor het referendum staat bovendien: ‘Min BZK (de minister, red.) heeft besloten dat (…) verzending na het referendum te verkiezen is.’ Dit ondanks het feit dat de minister van haar staf op 12 maart een conceptbrief met een samenvatting van het rapport kreeg om naar de Kamer te sturen.

‘De minister mag campagne voeren’, zegt Van Raak, ‘maar ze mag niet een onwelgevallig rapport uit het publieke debat houden. Bosma noemt de handelwijze ‘zeer ernstig’, omdat de onafhankelijke CTIVD – voor de informatievoorziening aan de Kamer een belangrijke commissie – ‘nu wordt gebruikt voor politieke spelletjes’.

Alles bij de bron; Volkskrant


 

SZW licht regels ziekteverzuim en privacy toe

Het ministerie van SZW heeft gepoogd in een document meer duidelijkheid te bieden over welke vragen werkgevers volgens de privacyregels van de AVG wel en niet mogen stellen aan zieke werknemers, en wat wel en niet geregistreerd mag worden.

De in 2016 door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) gepubliceerde beleidsregels voor ziekteverzuim vielen op door hun strenge karakter. Bedrijfsartsen en arbodiensten reageerden kritisch: ze vonden de regels in de praktijk lastig toepasbaar. Leidinggevenden mogen volgens de AP maar zeer beperkt gegevens vragen en verwerken van een werknemer die zich ziek heeft gemeld of zich in een re-integratieproces bevindt.

In een nieuw document, gepubliceerd door het ministerie van SZW en opgesteld na afstemming met stakeholders, worden de regels van de AP  enigszins toegelicht. De toelichting heeft betrekking op de periode van de ziekmelding tot het eerste advies van de bedrijfsarts.

Alles bj de bron; ORNet