Uit welingelichte bron vernam ik heden dat op donderdag 1 december 2016 één van de rechters van de rechtbank Midden-Nederland bij het bureau wrakingen en verschoningen een verzoek tot verschoning heeft ingediend. Het betreft de rechter mevr. R.J. Praamstra, die op vrijdag 2 december in een meervoudige kamer met collegae twee zaken zou behandelen.  Daardoor gaat de zitting niet  door en volgt uitstel. De vereniging Vrijbit spant deze zaken aan tegen de Autoriteit Persoonsgegevens(AP). Het gaat om de zaken met kenmerken UTR 16/3326 en UTR 16/4199. In beide zaken draait het in de kern om de aantasting van het medisch beroepsgeheim en het fundamentele recht van patiënten op bescherming van hun privéleven.

Het gevolg van het verschoningsverzoek nu is dat de behandeling van de beide zaken vertraging oploopt. Deze rechtszaken komen niet zo maar uit de lucht vallen en hebben een wat langere voorgeschiedenis. Op 13 november 2013 had de rechtbank Amsterdam al vernietigend geoordeeld over de goedkeuring die het CBP oorspronkelijk had gegeven aan de toentertijd door de zorgverzekeraars voorgestelde gedragscode omdat deze het medisch beroepsgeheim miskende en inbreuk maakt op de fundamentele bescherming van de privacy van patiënten. Dat komt omdat door de koppeling van de verwerking van medische persoonsgegevens aan uiteenlopende ‘bedrijfsprocessen’ als kwaliteitsbewaking, marketing en zorgbemiddeling geen sprake is van de door het EVRM vereiste helder en limitatief omschreven doelstelling van gegevensverwerking, en de toetsing op proportionaliteit en subsidiariteit niet kan doorstaan. De rechtbank had daarbij uitdrukkelijk gewezen op de taak van het CBP als toezichthouder om ervoor te zorgen dat zorgverzekeraars zich houden aan de wettelijke kaders van de Wbp en EVRM; heel specifiek aan de wijze waarop eerdere rechterlijke uitspraken ( van het College voor Beroep en bedrijf) daarbij hadden bepaald dat patiënten en zorgverleners nimmer gedwongen mogen worden om voor declaratiedoeleinden aan de verzekeraars vertrouwelijke diagnose-informatie af te staan.(tekst in hyperlink van Vrijbit)

Daarna heeft de AP, als opvolger van het CBP, lang getreuzeld met reageren.

Ronduit hinderlijk was de wijze waarop de geplande zitting van de zaak UTR 16/3326 WBP V97 op 30 september 2016 uitgesteld moest worden, omdat de AP na eerder door haar gevraagd uitstel niet tijdig de benodigde dossierstukken aanleverde. In een zo lang lopende zaak is het verre van professioneel als de vereiste stukken niet op tijd ingeleverd worden en riekt het naar obstructie.

Alles bij de bron: zorgictzorgen



Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha