Politie en Justitie

Foto’s afkomstig van een persoonlijk Facebookprofiel kunnen wel degelijk gebruikt worden in een rechtszaak. Dat besliste het hof van beroep van Luik dinsdag. Een foto die een student twee dagen na een vechtpartij op Facebook plaatste, kan er nu voor zorgen dat hij veel minder schadevergoeding krijgt.

Mei 2009 kregen twee studenten ruzie over een meisje, daarbij deelde een van de kemphanen een vuistslag toe aan zijn opponent, die daarbij een gebroken neus opliep. Door de neusbreuk kon de jongeman niet aan zijn examens deelnemen en zakte hij dat academiejaar. Bij het opmaken van de opgelopen schade, bracht hij dat in rekening.

Toen de dader drie jaar na de feiten voor de rechter verscheen, bracht hij foto’s in die hij van het Facebookprofiel van het slachtoffer had geplukt, om aan te tonen dat het slachtoffer slechts lichtgewond was geraakt. De foto’s waren genomen op een feestje twee dagen na de slag in het aangezicht. De beklaagde was van mening dat de documenten konden aangewend worden in de expertise om de schade na de agressie te bepalen.

De advocaat van het slachtoffer voerde aan dat er een inbreuk werd gepleegd op de privacywetgeving en op de portretrechten van zijn cliënt en dat de foto’s dus niet mochten gebruikt worden om de schadevergoeding te bepalen. Het hof oordeelde in het arrest dat de beklaagde door het aanbrengen van de foto’s geen inbreuk pleegde op de privacywetgeving en het portretrecht. 

Het hof stelde verder vast dat het slachtoffer de foto’s zelf op Facebook had gepost twee dagen na de feiten en een groot aantal personen - ook de beklaagde - er toegang toe had verleend. De magistraten oordeelden dat het aanbrengen van deze foto’s bij justitie wettelijk is en dat ze toegelaten zijn in het debat als een contextueel element. 

Alles bij de bron; Gazet v Antwerpen [Thnx-2-Luc]


Een man die eind 2013 medewerkers en bezoekers van de V&D in Haarlem via Twitter te bedreigde is uiteindelijk dankzij zijn ip-adres opgepakt.

De politie ontdekte de dreigtweets door via het programma Hootsuite op bepaalde zoekwoorden te zoeken, in dit geval het woord "dood". Vervolgens werden bij Twitter gegevens over de tweets en het account opgevraagd. Het account was geregistreerd via een wegwerp-e-mailadres van de dienst 10MinuteMail. Daarnaast waren verschillende Tor-servers gebruikt om op het account in te loggen, alsmede een ip-adres van Vodafone. Dit ip-adres was op dat moment echter door 65.000 telefoons in gebruik.

In het geval van de Tor-servers was dit ook een dood spoor voor de politie, omdat Tor het ip-adres van gebruikers verbergt. De politie had echter meer succes met het benaderen van de dienst 10MinuteMail, waar gebruikers een tijdelijk e-mailadres kunnen aanmaken. De verdachte had namelijk vanaf zijn eigen ip-adres hier een tijdelijk e-mailadres aangemaakt en dit adres gebruikt om het Twitteraccount te registreren waarmee de dreigementen werden verstuurd. Via het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT) konden de adresgegevens bij de telecomaanbieder worden opgevraagd van wie het ip-adres was.

Dit leidde uiteindelijk tot een huiszoeking waarbij een laptop en smartphone van de verdachte in beslag werden genomen. Het besturingssysteem van de laptop bleek echter op de dag van de dreigtweets opnieuw geïnstalleerd te zijn. Het ging om een herinstallatie van Windows 7. Toch wisten onderzoekers met een zoekprogramma te achterhalen dat de verdachte via de computer de zoekwoorden "10minutemail" en "torbrowser" had gebruikt. Ook bleek de website 10minutemail.com te zijn bezocht. Tevens was Orbot geïnstalleerd, een app om verbinding met het Tor-netwerk te maken.

De rechter stelde dat er voldoende bewijs was om de verdachte te veroordelen. 

Alles bij de bron; Security


De politie is de strijd tegen cybercriminelen aan het verliezen. Met die waarschuwing komt Inge Philips, commissaris van het Team High Tech Crime van de politie. Ze drong donderdag bij de Tweede Kamer aan op een wet waarmee de politie computers, servers, telefoons en andere apparaten mag hacken. Ook het Openbaar Ministerie zegt dat de wet nodig is om ,,terrein terug te winnen'' op de criminelen.

De Nederlandse Orde van Advocaten vindt juist dat zo'n wet te ver gaat en volgens de Autoriteit Persoonsgegevens is het ,,een ongekende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer'' om alle apparaten te kunnen hacken. Het treft niet alleen een verdachte, ,,maar ook familieleden, vrienden en zakenrelaties'', zegt de privacywaakhond. 

Alles bij de bron; AD

Update;

Het CDA wil dat verdachten kunnen worden gedwongen hun encryptiesleutel af te staan, zo bleek vandaag tijdens een hoorzitting over het wetsvoorstel computercriminaliteit III. Eind december vorig jaar werd het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend, maar het decryptiebevel was hieruit gehaald.

Dit was gedaan vanwege de verhouding met het nemo tenetur-beginsel, dat inhoudt dat de verdachte niet aan zijn eigen veroordeling hoeft mee te werken. Als het aan het CDA ligt wordt het echter weer opgenomen. 

Alles bij de bron; Security


De politie Tilburg heeft de FBI ingeschakeld om persoonsgegevens op te vragen bij Instagram. Daar verschenen een paar weken terug ‘tientallen pikante foto’s’ van minderjarige meisjes, vooral leerlingen van vmbo-scholen in Tilburg en Oisterwijk. Volgens politiewoordvoerder Willem-Jan Uytdehage kan de Nederlandse politie Instagram niet zelf benaderen ‘en daarom hebben de FBI benaderd met een rechtshulpverzoek’. De FBI moet nu de persoonsgegevens opvragen van de accounts waarop deze foto’s zijn geplaatst.

Alles bij de bron; CopsInCyberspace


In de (sociale) media klinkt hevige kritiek op de actie van de politie in Sliedrecht. Een wijkagent bracht gisteren een bezoek aan een Sliedrechter die op Twitter kenbaar maakte tegen een asielzoekerscentrum (azc) in zijn dorp te zijn. De man werd gewaarschuwd om op Twitter op zijn woorden te letten. 'Pure intimidatie' noemt hij het bezoek van de wijkagent. Burgemeester Bram van Hemmen wil nog steeds niet reageren op het voorval. Onduidelijk is of hij de opdracht heeft gegeven, wel was hij ervan op de hoogte... 

De Nederlandse politie lijkt een nieuw instrument te hebben ontdekt om op te treden tegen ongewenste uitingen op sociale media. Tegenstanders van asielzoekerscentra kregen in Sliedrecht, Leeuwarden, Enschede en Kaatsheuvel een huisbezoek van enkele agenten, nadat zij zich kritisch hadden uitgelaten over de komst van vluchtelingen (NRC 20 januari j.l). Probleem is echter dat hier de vrijheid van meningsuiting in het geding is. Onze Grondwet is daar heel duidelijk over. Sancties vanwege de inhoud van een uiting zijn alleen mogelijk als de wetgever de inhoud uitdrukkelijk verboden heeft. Zo kent het strafwetboek verschillende uitingsdelicten: opruiing, aanzetten tot haat, smaad en belediging... 

...Voorstanders van de huisbezoeken kunnen zeggen: Hoezo, een sanctie? De politie gaat toch juist een debat aan? Wat voor een kwaad kan dit? Late we ze alle drie even doornemen. In de eerste plaats is een huisbezoek niet zo onschuldig als het lijkt. Er zullen maar drie geüniformeerde politiemannen bij je op de stoep staan. Niet iedereen weet dat je op grond van artikel 12 van de Grondwet het recht hebt hen zonder nadere uitleg weg te sturen. Bovendien is niet iedere politieambtenaar even schuchter en bescheiden.

De tegenwerping dat het bezoek ertoe dient een debat aan te gaan, is evenmin overtuigend. We hebben het immers niet over volksvertegenwoordigers, die voor zichzelf of namens hun partij spreken, maar over ambtenaren van de uitvoerende macht. 

En dan de derde vraag: wat voor een kwaad kan het eigenlijk? Mijn antwoord zou zijn dat willekeur op de loer ligt. Het is volstrekt onmogelijk om tegen iedere dubieuze uitspraak op het internet in actie te komen. Zelfs als de politie zich zou beperken tot uitingen die waarschijnlijk een strafbaar feit opleveren, moet zij selectief zijn. Dat vereist rationele criteria. In de NRC van 21 januari jl. stond een verhaal dat de risico’s illustreert. De politie van Schiedam twitterde deze zomer dat ze aan de deur waren geweest bij „een man die het nodig vond om ons te beledigen via social media”. De man, die niet bij naam genoemd werd, heeft de tweet verwijderd en zijn excuses aangeboden. Op Twitter vroegen mensen de politie vervolgens om een toelichting. De reactie was simpel: „Wij tolereren geen beledigingen, ook niet online”. Dit is niet alleen willekeur, maar ook nog rechter spelen in eigen zaak.

Mag de politie nooit op huisbezoek na een ongewenste uiting? Laten we daar niet dogmatisch in zijn. Stel dat een uiting onmiskenbaar strafbaar is. Een openbare oproep om op zaterdagavond om 20.00 uur stenen door de ruiten van het stadhuis te gooien, is een voorbeeld van strafbare opruiing. Vast staat dat een strafvervolging mogelijk is. Of van die mogelijkheid gebruik zal worden gemaakt mag in Nederland het Openbaar Ministerie beslissen. Door de beslissing te leggen op een hoger niveau dan de politie zelf, te weten bij de officier van justitie, neemt de kans op willekeur af.

Agent, U twittert zelf ook dom !! Het digitale politiebeleid hangt van willekeur aan elkaar, weet Linda Duits...

...De politie heeft een algemeen twitteraccount en iedere politieregio heeft een eigen twitterkanaal. Daarnaast is er een wildgroei aan lokale accounts. Ze voeren meestal het logo van de politie en in de bio staat vaak vermeld dat het een officieel account betreft. Wijkagenten of -bureaus informeren burgers over van alles en nog wat via zulke kanalen. Ze schrijven over bijzondere gebeurtenissen, geven anti-inbraaktips of laten hun mening horen. Er lijkt daarbij geen enkele sturing of controle van bovenaf te zijn. Het aantal feitelijk onjuiste of ethisch discutabele berichten is inmiddels zo hoog dat er niet meer van incidenten gesproken kan worden

Tweede Kamerleden Bontes en Van Klaveren (Voor Nederland) hebben schriftelijke vragen gesteld aan de minister van Veiligheid en Justitie nadat de politie vandaag een tegenstander van een asielzoekerscentrum (azc) in Sliedrecht waarschuwde om op Twitter op zijn woorden te letten. De kamerleden reageren vol afschuw en reppen van 'zeer intimiderend gedrag'. Ze willen dat de politie daar direct mee stopt.

Alles bij de bronnen;  AD, NRC1, NRC2, AD, pdfNRC [PDF]

Het Openbaar Ministerie wil dat een inmiddels oud-medewerker van de AIVD toch wordt veroordeeld wegens het lekken van staatsgeheime informatie van de inlichtingendienst aan een journaliste van de Telegraaf. 

De man wordt ervan verdacht samen met zijn vriendin in 2009 tot tweemaal toe staatsgeheime informatie te hebben gelekt aan een journaliste van de Telegraaf. De vrouw was op dat moment werkzaam bij de AIVD. Eén publicatie ging over de rol van de AIVD in het voorlichten van het kabinet over de aanleiding tot de Irak-oorlog. Het ander over de beveiliging van de Dalai Lama tijdens een bezoek aan Nederland.

De rechtbank sprak beide verdachten eerder, op 14 juli 2010, vrij. Het OM stelde hoger beroep in. In 2013 veroordeelde het hof de vrouw tot zestien maanden cel, de man kreeg acht maanden. De verdachten gingen in cassatie. De Hoge Raad liet de veroordeling van de vrouw in stand maar vernietigde de veroordeling van de man en wees de zaak terug naar het gerechtshof. 

Omdat de AIVD destijds vermoedde dat informatie was gelekt vanuit de eigen inlichtingendienst werden de telefoons van de betrokken journalisten door de AIVD afgeluisterd om te achterhalen of dat vermoeden juist was. Achteraf oordeelde de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD), naar aanleiding van een klacht van de Telegraaf en de betrokken journalisten, dat de inzet van de telefoontaps tegen de journalisten disproportioneel was. Volgens de rechter had de AIVD meer gewicht aan het recht van bronbescherming van de journalisten moeten toekennen dan aan het achterhalen van een mogelijk lek.

Geen van de fractievoorzitters uit de Tweede Kamer wordt vervolgd vanwege lekken uit de ‘commissie-stiekem’. De onderzoekscommissie van de Tweede Kamer die onderzoek deed naar het lekken uit die commissie heeft geen gronden voor vervolging gevonden. Onderwerp van onderzoek was het lekken naar NRC uit twee vergaderingen van de commissie-stiekem. 

Het onderzoeksgroepje van zeven Tweede Kamerleden is in het rapport daarom zeer kritisch op het Openbaar Ministerie. Hun onderzoek naar de aangifte van het schenden van de geheimhoudingsplicht, op 13 maart 2014 gedaan door VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra, heeft vanaf november 2014 „de facto stil” gelegen. Het OM heeft „erg lang” gedaan over de vraag of het Openbaar Ministerie wel bevoegd was om de zaak te behandelen. Pas in november 2015, ruim anderhalf jaar na de aangifte, besloot het OM om de zaak aan de Tweede Kamer over te dragen omdat het mogelijk om een ambtsmisdrijf ging.

Alles bij de bronnen;  Security &  NRC


De politie heeft naar eigen zeggen een "enorme blunder" gemaakt door zes vuilniszakken met vertrouwelijke politiedocumenten aan een vrouw mee te geven die haar eigen spullen kwam ophalen. De auto van de vrouw was door de politie in beslag genomen nadat ze die aan een vriend had uitgeleend. De vriend had nog voor een paar duizend euro aan boetes openstaan.

In de auto van de vrouw lagen nog allerlei spullen van haar en ze maakte een afspraak om de spullen op te halen. De vrouw kreeg verschillende vuilniszaken mee. Daarin zaten niet haar eigendommen, maar vertrouwelijke politiedocumenten, zoals ingevulde aangifteformulieren, processen-verbaal met foto’s en adresgegevens, aantekeningen van beoordelingsgesprekken, locatiegegevens van mobiele flitsers en persoonlijke verhalen van beroofde senioren.

Later bleek dat de spullen van de vrouw waren weggegooid. Een politieagent op het politiebureau dacht echter dat de zak met politiedocumenten de spullen van de vrouw waren. De vrouw wil de politiedocumenten nu pas teruggegeven als ze een schadevergoeding heeft ontvangen. Een woordvoerder noemt het een 'enorme blunder'. "Het is eigenlijk te gênant voor woorden. Wij bieden onze oprechte excuses aan."

Alles bij de bron;  Security


Er zijn minder slachtoffers van digitale identiteitsfraude en van hacken. Maar meer mensen worden opgelicht via internet als ze iets kopen. Het CBS doet sinds 2012 onderzoek naar slachtofferschap van cybercrime in de Veiligheidsmonitor. Het gaat daarbij specifiek om (digitale) identiteitsfraude, koop- en verkoopfraude en hacken. 

In de periode 2012-2014 is het slachtofferschap van identiteitsfraude vrijwel gehalveerd. Het gaat om slachtoffers bij wie de dader aan de gegevens is gekomen door:

  • het kopiëren van een bankpas of creditcard in een winkel of bij een betaal- of pinautomaat (skimmen) of;
  • het kopiëren van betalingsinformatie via het internet, bijvoorbeeld via een gehackte computer of via een website die achteraf gehackt, nep of onbetrouwbaar bleek te zijn (phishing/pharming). 

De afname in het slachtofferschap van identiteitsfraude komt doordat het aantal skimincidenten is verminderd.

In tegenstelling tot de afname van identiteitsfraude, is het aantal slachtoffers van koop- en verkoopfraude de laatste jaren toegenomen. In 2012 was 2,9 procent hier de dupe van, tegen 3,5 procent in 2014 (bijna 480.000 personen). Deze stijging komt volledig voor rekening van toegenomen koopfraude, ofwel bestelde en betaalde producten of diensten die niet worden geleverd. Dat mensen vaker slachtoffer worden van koopfraude komt niet alleen door de groeiende populariteit van online winkelen. Verkoopfraude, waarbij geleverde goederen of diensten niet betaald worden, is de afgelopen jaren niet veranderd. Deze vorm van fraude komt ook duidelijk minder vaak voor dan koopfraude. 

Hacken, ofwel zonder toestemming binnendringen in de computer van een ander, is een relatief veelvoorkomende vorm van (cyber)criminaliteit. In 2014 werd 5,2 procent van de Nederlandse bevolking hiermee naar eigen zeggen geconfronteerd. Dit zijn ruim 700.000 personen. Ter vergelijking: in hetzelfde jaar bedroeg het slachtofferschap van fietsdiefstal 4,1 procent...

...Van cybercrime wordt doorgaans weinig melding en aangifte gedaan, waardoor de meeste slachtoffers niet bekend zijn bij instanties en niet worden geregistreerd. Vooral onder slachtoffers van hacken is de meldings- en aangiftebereidheid laag: 6 procent meldt dit bij de politie en slechts 2 procent van de slachtoffers doet aangifte. Gedupeerden van identiteitsfraude melden dit ook niet vaak bij de politie (ongeveer 15 procent). Zij doen dit met ruim 80 procent echter wel massaal bij hun bank. Ongeveer 13 procent doet aangifte bij de politie. Koop- en verkoopfraude wordt met 25 procent het vaakst bij de politie gemeld.  

Alles bij de bron;  deSecondant via CCV


Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha