De politie heeft het rijbewijs van een man uit Eindhoven ingevorderd nadat er dashcambeelden van diens rijgedrag door een 3e betrokkene werden geüpload.

De man wordt er onder andere van verdacht op knooppunt Sint Annabosch bij Breda met zijn auto met hoge snelheid over de vluchtstrook te hebben gereden. Daarnaast reed hij tussen twee auto's door die op naast elkaar gelegen rijstroken reden.

Eén van de auto's die de man inhaalde was voorzien van een dashcam. De eigenaar plaatste de opgenomen beelden op Dumpert.nl. "In de reacties op Dumpert.nl kwamen veel verontwaardigde reacties over het rijgedrag van de bestuurder", zo laat de politie weten. In overleg met de officier van justitie werd door de Dienst Infrastructuur van de Landelijke Eenheid op basis van de beelden een onderzoek gestart.

De videobeelden en verklaring van de bestuurder van de auto met de dashcam waren voor de officier van justitie voldoende aanleiding om het misdrijf te onderzoeken. Het ingestelde onderzoek leidde naar de man uit Eindhoven, die eind mei werd verhoord. Tevens werd zijn rijbewijs ingevorderd, dat de man op 5 juni bij de politie inleverde. Dezelfde dag werd de man aangehouden nadat hij met een lachgasballon op een bromfiets reed, terwijl zijn rijbewijs is ingevorderd.

Beide zaken zijn ingestuurd naar het Openbaar Ministerie. De officier van justitie zal nu een besluit nemen hoe de zaken worden afgehandeld. De politie laat weten dat een bestuurder op basis van alleen beelden niet kan worden vervolgd. Er is naast de beelden nog een bewijsmiddel nodig, omdat één bewijsmiddel meestal niet genoeg is, zo stelt de politie. Het gaat dan bijvoorbeeld om een verklaring van de filmer of andere weggebruikers. Daarnaast is het nodig om de authenticiteit van de beelden vast te stellen.

Alles bij de bron; Security


 

De politie is zaterdagnacht na een melding van geluidsoverlast een woning van studentencomplex Uilenstede binnengetreden met een eigen elektronische sleutel, zonder toestemming van de studenten. Er werd van tevoren ook niet aangebeld.

“Ik zat met een huisgenoot op de bank toen ik opeens gestommel hoorde op de gang,” vertelt een van de bewoners. “Toen ik ging kijken stonden er twee agenten voor mijn neus.” De agenten kwamen af op een melding van geluidsoverlast, en liepen de gangen af. “Ik zei nog: je mag hier niet zomaar naar binnenlopen met een eigen sleutel, dit is onze woning. Maar volgens hen zijn de gang en woonkamer openbare ruimtes.”

Vervolgens stapte een agent echter ook een van de slaapkamers binnen, aldus de bewoner. Ook die mocht hij gewoon betreden, vond hij, omdat hij had aangeklopt en vervolgens werd uitgenodigd binnen te komen. “Maar dat is helemaal niet waar,” zegt de bewoner. “De deur stond op een kier en tijdens het aankloppen liep hij al naar binnen. Er was helemaal geen tijd om te reageren.”

Op het balkon van de slaapkamer zat een aantal huisgenoten met elkaar te praten. De agent sprak hen aan op het geluid en het niet in acht nemen van 1,5 meter afstand.

De studente is flink geschrokken van het incident. Ze is vooral bezorgd over het voorval vanwege de spoedwet ‘Tijdelijke Wet Maatregelen Covid-19’. Die wet houdt onder meer in dat de agenten een woning mogen betreden als zij vermoeden dat activiteiten binnen die woning verspreiding van het coronavirus kunnen veroorzaken. Maar daarvoor is wel toestemming van de burgemeester nodig.

Verhuurder Stichting Duwo laat in een reactie weten dat hulpdiensten, waaronder de politie, in het belang van de veiligheid inderdaad door middel van een sleutel toegang kunnen krijgen tot de algemene ruimtes. “Maar dit is alleen in het geval van levensbedreigende calamiteiten. Deze actie van de politie valt hier niet onder.” 

De tag, een elektrische sleutel, is inmiddels geblokkeerd. Duwo erkent dat de politie haar boekje te buiten is gegaan, en onderzoekt hoe dit heeft kunnen gebeuren.

Alles bij de bron; Parool


 

De Raad van State, de hoogste bestuursrechter van het land, komt waarschijnlijk deze week met een advies over de ‘Tijdelijke wet maatregelen covid-19’. Die moet de noodverordeningen vervangen die zijn ingesteld om de verspreiding van het virus tegen te gaan en wordt de facto het wettelijke kader voor de anderhalvemetersamenleving...

... Wim Voermans, hoogleraar staats- en bestuursrecht in Leiden, is de aanvoerder van het verzet tegen de wet. Volgens Voermans zou invoering van de wet de ‘democratische en rechtstatelijke normen en uitgangspunten over hoe we regels stellen met voeten treden.’ Dat past, zegt Voermans, niet in een democratische rechtsstaat.

Hij is niet de enige opposant. Hij wordt gesteund door andere staatsrechtdeskundigen en ook de Nationale Ombudsman, de Raad voor de Rechtsspraak, de Nederlandse Orde van Advocaten en oppositiepartijen hebben – op z’n minst – grote twijfels. 

De wet zou ingaan tegen in de Grondwet verankerde rechten – recht op privacy, eerbiediging van het privé-leven en het familie- en gezinsleven, recht op demonstratie, vrijheid van vergadering. Minister van Justitie Ferd ‘Juno’ Grapperhaus probeert de wet er zo snel mogelijk doorheen te jassen, alsof hij ook wel in de gaten heeft dat het een gevaarlijke, vrijheidsbeperkende en onverantwoordelijke wet is en hij de burger voor een voldongen feit wil stellen. Over twee weken zou de wet van kracht moeten worden.

De nieuwe wet gaat nóg meer schade aanrichten aan de economie, de cultuur, de horeca en  de levensvreugde van de Nederlander. De wet regelt, volgens de marketingterminologie van de beleidsmakers, het ‘Nieuwe Normaal’. Maar nieuw is niet per se normaal, het kan ook heel goed het Nieuwe Abnormaal betreffen.

Die wet is draconisch, ondemocratisch en onvoldoende onderbouwd. Hij moet worden tegengehouden. Premier Rutte is al vaak geprezen voor zijn coronabeleid. Maar met dit ontwerp voor een coronastaat lijkt ferme daadkracht zijn kabinet in de bol te zijn geslagen.

Alles bij de bron; Volkskrant


 

Vraag 2
Hoe oordeelt u over de stelling van de burgemeester van Nunspeet, dat de privacywetgeving ervoor heeft gezorgd dat er in Nederland onnodig mensen zijn overleden aan het coronavirus? Kunt u uw antwoord toelichten? 

Antwoord op vraag 2
Volgens de burgemeester van Nunspeet zouden er onnodig mensen aan het coronavirus zijn overleden, omdat hij niet mocht communiceren over het aantal besmettingen en sterfgevallen in verband met de privacywetgeving. 

Allereerst dient hierbij onderscheid te worden gemaakt tussen het melden van besmettingen en sterfgevallen. De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is alleen van toepassing op persoonsgegevens van levende personen.1 Het melden van sterfgevallen valt dan ook buiten de reikwijdte van de AVG.

Bij het melden van besmettingen speelt de AVG wel een rol. Gegevens over de gezondheid is volgens artikel 9, eerste lid, van de AVG een bijzondere categorie van persoonsgegevens, waarvoor een verwerkingsverbod geldt. De verwerking hiervan is slechts toegestaan wanneer een specifieke uitzonderingsgrond van toepassing is. Een daarvan betreft verwerkingen die noodzakelijk zijn om redenen van algemeen belang op het gebied van de volksgezondheid. 2 Dit vereist een wettelijke basis, die gevonden kan worden in de Wet publieke gezondheid. 

In de Wet publieke gezondheid is bepaald dat een arts die een infectie met het coronavirus vaststelt, dit onverwijld moet melden aan de GGD.3 Ook in verpleeghuizen zal bij een besmetting dit aan de GGD moeten worden gemeld. In geval van bewoners van verzorgingshuizen zijn de gegevens die een arts dient de delen met de GGD: de naam, het adres, de geboortedatum, het burgerservicenummer en de verblijfplaats van de betrokken persoon alsmede gegevens over de infectieziekte.4 Meer informatie mag niet worden gedeeld met de GGD. 

De GGD dient vervolgens de ontvangst van een dergelijke melding onverwijld door te geven aan de voorzitter van de veiligheidsregio en aan de burgemeester van de gemeente waar de betrokken persoon zijn woon- of verblijfplaats heeft, alsmede aan het RIVM.5

Aan de voorzitter van de veiligheidsregio en aan de burgemeester mag van deze gegevens alleen de informatie worden verstrekt die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun wettelijke bevoegdheden onder de Wet publieke gezondheid.6 Omdat de bestrijding van een zogenaamde A ziekte, zoals het coronavirus, aan de voorzitter van de veiligheidsregio is voorbehouden, zijn de bevoegdheden van de burgemeester in deze beperkt. Ook de communicatie naar buiten toe over aantallen besmettingen en/of sterfgevallen ligt bij de voorzitter van de veiligheidsregio. Om die reden ontvangen burgemeesters alleen informatie in de vorm van geaggregeerde aantallen, net als het RIVM. Voor zijn rol als burgervader is het vooral van belang dat hij op de hoogte is van het feit dat er besmettingen zijn. Dat is in de onderhavige situatie ook gebeurd.

Alles bij de bron; RijksOverheid


 

Gisteren maakte de Europese Commissie bekend dat de EU-lidstaten overeenstemming hebben bereikt over een reeks technische specificaties om nationale corona-apps ook in andere EU-landen te laten werken. Volgens de Europese Commissie is dit een belangrijke stap die voor interoperabiliteit tussen nationale corona-apps moet zorgen, nu de lidstaten aan de vooravond van de zomervakantie de reisbeperkingen geleidelijk opheffen.

Naar aanleiding van het nieuws is de EDPB met een opinie gekomen, waarin het ingaat op verschillende belangrijke onderdelen van de samenwerking (pdf). Het Comité stelt dat samenwerking tussen corona-apps in verschillende landen niet mag leiden tot een schending van de privacywetgeving. Ook mag de interoperabiliteit niet leiden tot het verzamelen van meer data dan nodig en kan het delen van data tussen verschillende apps alleen met de vrijwillige deelname van de gebruiker. Gebruikers bij wie een besmetting is vastgesteld moeten dan ook via een vrijwillige actie hun data delen, zo stelt het Comité.

De EDPB waarschuwt verder dat interoperabiliteit niet alleen een technische uitdaging is en soms zelfs onmogelijk zonder disproportionele afwegingen, maar het ook tot een verhoogd risico voor de gegevensbescherming kan leiden. 

Alles bij de bron; Security


 

Twee mannen die regelmatig reisden met gehackte ov-chipkaarten zijn woensdagmiddag veroordeeld door de rechter. Het tweetal reisde anderhalf jaar lang tussen hun woonplaats Utrecht en hun werk in Alkmaar. In die periode reisden ze met ov-chipkaarten die ze hadden gehackt. 

Tijdens de zitting zeiden de verdachten dat ze geïnteresseerd waren in de techniek en de achterliggende systemen van de chipkaart. Eén van de mannen gebruikte bestaande software en ontwikkelde die door. Dat wijst er volgens de rechter op dat de twee méér wilden dan alleen wat onderzoek doen. "Ze bleven doorgaan met kraken", aldus de rechter.

In totaal maakten de twee nogal wat gratis reizen, waarmee ze 15.000 euro hebben bespaard. Dat geld moeten ze als schadevergoeding betalen. Het OM wilde 33.000 euro zien, maar volgens de rechter kon vervoerderssamenwerking Translink Systems niet goed onderbouwen waar dat bedrag op gebaseerd was.

Beide mannen krijgen ook een taakstraf van 120 uur. De advocaat van het tweetal vroeg tijdens de zitting om een voorwaardelijke straf, maar die kende de rechter niet toe. "De verdachten hebben bekend dat zij de gekraakte kaarten zeer regelmatig illegaal opwaardeerden", schrijft de rechtbank. "Hieruit kan worden afgeleid dat het wel degelijke ging om financieel voordeel." Een voorwaardelijke straf zou dan ook 'in geen verhouding staan tot de ernst van de feiten'.

Alles bij de bron; Tweakers


 

Op het station worden regelmatig fietsen gestolen of vernield en daarom is camerabewaking nodig, vindt burgemeester Michiel Pijl. De 3 camera's komen er in de eerste instantie een half jaar te hangen, met mogelijk zicht op verlenging wanneer het zijn vruchten afwerpt.

Er wordt niet zomaar besloten camera's op te hangen, in dit geval gebeurt dat op advies van zowel de politie als het OM. De hoop is dat de camera's kunnen helpen bij opsporing bij diefstal of vernieling, maar er wordt ook op ingezet vanwege een mogelijke preventieve werking. Zij vormen een aanvullig op het toezicht dat al gebeurt door BOA's van de gemeente en politie.

Alles bij de bron; NHNieuws


 

Juridische vraag: Deze vraag krijg ik in vele varianten, daarom een algemeen antwoord vandaag: Ik heb bij een [klant|leverancier|kennis|willekeurige website|app] een datalek ontdekt. Ik kan namelijk [vul maar in] en daar ben ik best wel van geschrokken. Dit lijkt me een datalek in de zin van de AVG, ben ik nu verplicht dit te melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens?

Antwoord: Er is geen algemene meldplicht dat wanneer je ergens een datalek aantreft, je dit moet melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Sterker nog, er is op papier zelfs geen enkele reden om dat te doen. (Dit is anders dan bij aangifte van strafbare feiten, die iedereen mag doen die daar kennis van heeft.)

Inderdaad kent de AVG een meldplicht datalekken. Maar die geldt alleen voor verwerkingsverantwoordelijken die zélf een datalek hebben, niet voor partijen die elders een datalek ontdekken. 

Dit geldt ook als je leverancier, partner of andere zakenrelatie van die [klant|leverancier|kennis|willekeurige website|app] bent. Mogelijk ben je dan een verwerker namens hen. Het ligt dan nog sterker: dan ben je juridisch gezien verplicht een melding te doen, maar ook dan moet het bij de verwerkingsverantwoordelijke. Als verwerker stap je niet naar de AP maar naar de klant dus. En ook dan moet de klant het oppakken en de melding doen bij de AP.

Heb je het idee dat die klant het niet goed oppakt, of weet je niet waar deze te bereiken, dan kun je bij de Autoriteit Persoonsgegevens een klacht indienen. Daarin beschrijf je dan het vermoedelijke datalek en het wat en hoe dat je hebt gevonden. 

Alles bij de bron; Security


 

Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha 

 SteunVrijbit

  

PT Banner

BvV

150 voorkom

 

meldpunt misbruik identificatieplicht

BoF2019

Privacy Barometer

Liga voor mensenrechten

EP GegBesch 150

EP PNR 150

STT Logo

150PF150

 150PB150

150FHD150

150PMIO150

 150 QiY150

logo-IDnext

ikhebniksteverbergen