Diverse rapporten (combi art.)
In de mail ontving ik deze week diverse rapporten van Dick. Ik heb ze niet allemaal doorgelezen. De meest aansprekende tekstgedeelten staan als 'inleiding' onder de link naar het rapport.
Uit de lectorale rede van M v Duin
5.8 Nieuwe technologie en internet
Een laatste thema betrof netcentrisch werken en het toenemend belang van sociale media. Aangezien dat tweede onderwerp in de eerste enquête een opvallende beantwoording opleverde, heb ik daarover in de tweede enquête ook nog enkele vragen gesteld.
Mijn verbazing was ingegeven door de antwoorden op de vraag: ‘Wij zijn onvoldoende voorbereid op de sociale media ten tijde van rampen/crisis’.
Ruwweg zijn enkele soorten van reacties (tweede enquête) zichtbaar op de vraag of men enkele punten zou kunnen noemen die de overheid en anderen zouden kunnen ondernemen.
Allereerst is er een (klein) groepje dat waarschuwt ... Eigenlijk zou Twitter direct uit de lucht moeten worden gehaald.
Veel groter is de groep die aangeeft dat; "Dit tijdens opleiden training en oefenen heel bewust meenemen. Men is zich onvoldoende bewust van de snelheid van informatie, die van invloed kan zijn zelfs op beeldvorming. Zorg dat er iemand gedurende een ramp/crisis als taak heeft ook deze media te volgen en te gebruiken.
Intelligence gestuurd politiewerk
...Buiten de politie De Wet PolitieGegevens (WPG) is de privacywet voor de uitvoering van de politietaak. Persoonsgegevens die door de politie verwerkt worden betreffen vaak bijzondere gegevens. De WPG geeft regels voor het beheer van deze gegevens door de politie...
..
In deze studie wordt een inventarisatie gemaakt van populaire sociale media en het gebruik hiervan door de Nederlandse politiekorpsen, teneinde te komen tot mogelijk nieuwe toepassingen voor het korps Gelderland-Zuid. De geformuleerde probleemstelling luidt dan ook: “Op welke wijze wordt in Nederlandse opsporingsonderzoeken gebruik gemaakt van sociale media en welke andere mogelijke sociale media zijn hiervoor in Nederland beschikbaar die in te zetten zijn in het korps Gelderland-Zuid?” De volgende drie onderzoeksvragen worden behandeld om tot een beantwoording van de probleemstelling te komen:
1. Welke sociale media zijn bekend?
2. Welke sociale media worden in Nederlandse opsporingsonderzoeken gebruikt?
3. Op welke wijze worden deze sociale media in opsporingsonderzoeken gebruikt?
Uw digitale schaduw (al eerder geplaatst maar niet meer op te roepen)
