10
oktober
2011

Schandelijk reparatiewetje identiteitskaart

Waarom moet de burger betalen voor document dat alleen voor de overheid van belang is ?  

 Het is een speeltje van de overheid, ingevoerd onder invloed van de angstige roep om meer controle en meer veiligheid. De burger, gezien als potentieel gevaar, als potentiële tegenstander, dient overal en altijd te identificeren te zijn. En moet voor die behoefte van de overheid nog betalen ook. Mij doet dit denken aan de maatregel van de bezetter in de Tweede Wereldoorlog om joden niet alleen te verplichten een davidsster te dragen, maar daarvoor ook een gulden per ster te laten betalen.

Een principiële discussie over de vraag of het redelijk is dat de burger moet betalen voor een hem door de overheid opgelegde plicht vindt niet plaats. Is financiering uit de algemene middelen niet veel meer op zijn plaats bij het voldoen aan een verplichting van de burger om de overheid ter wille te zijn, dan de individuele burger daarvoor aan te slaan?

Het lijkt erop dat de redenen en argumenten voor het wetje pas aan de orde komen bij de redengeving voor de terugwerkende kracht. Er moeten een paar miljoen bij elkaar gegrabbeld worden. „De trias politica wordt sleets”, zo zei Maurits Barendrecht onlangs in deze krant. Hier ziet men zo’n slijtplek. De rechter fluit de uitvoerende macht terug, en de uitvoerende macht lapt zonder enige diepere gedachte dan angst voor inkomstenderving de rechterlijke uitspraak aan zijn laars.

Uittreksel uit het NRC artikel van H.U. Jessurun d’Oliveira (oudhoogleraar migratierecht a/d UvA)

Bookmark and Share